Hervorming van de provincies: quo vadis?

Robin Verbeke (advocaat-stagiair bij LDR Advocaten)

De Vlaamse provincies hebben het hard te verduren. Na een jarenlang debat over het nut van onze provinciale instellingen bereikte de Vlaamse Regering in 2014 een akkoord over de toekomst van het bovenlokaal niveau. Op zich is het niet onlogisch dat er een evaluatie van het provinciale niveau plaatsvindt. In het woelig staatsrechtelijke landschap van de 20e eeuw zijn de provincies immers quasi ongewijzigd gebleven. De gemeenten werden sterker en groter onder invloed van de fusiebewegingen van de jaren ’70 en het federaliseren van België ging gepaard met de oprichting van de gewesten en gemeenschappen. De provincies beconcurreerden dus niet enkel de lokale besturen en hun intercommunale organen, ook top-down voelen zij de hete adem van de Vlaamse instellingen. Het speelveld werd kleiner en het aantal spelers groter.

Het Vlaamse regeerakkoord stelde dan ook voorop: “we slanken de provincies verder af”. Niet alleen zouden de provincies vanaf 1 januari 2017 enkel focussen op de grondgebonden bevoegdheden, ook zouden ze alle provinciale persoonsgebonden bevoegdheden verliezen. Inmiddels werd de deadline verschoven naar 1 januari 2018 en heeft de Vlaamse Regering enkele plannen moeten bijsturen of laten varen. Niettemin zou de afslanking vanaf volgend jaar compleet moeten zijn. De hertekening van het provinciale bestuursniveau kan gekaderd worden binnen een bredere herstructureringsbeweging waarin ook de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de OCMW’s en de lokale besturen een vernieuwde rol krijgen.

Read more