Lisa Embo, Mathias De Potter, Ward Diependaele, Robin Verbeke (masterstudenten Grondige Studie Grondwettelijk Recht, UGent), Pieter Cannoot (assistent, UGent) en Juan Benjumea Moreno (assistent, UGent)

See English version here

OCMW schema _ NLDe Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (hierna de OCMW’s) staan op het punt om structurele veranderingen te ondergaan. De OCMW’s gaan immers niet langer een aparte entiteit uitmaken op gemeentelijk niveau, maar zullen in de toekomst deel gaan uitmaken van het gemeentelijk organigram zelf, met een eventueel uitzonderingsrecht voor de centrumsteden. Dit is een van de doelstellingen van het Vlaams regeerakkoord van 2014. De integratie zou tegen 2019 een feit moeten zijn. Of men deze ambitieuze doelstelling zal bereiken, is echter nog maar de vraag, want nu al rijzen de eerste problemen omtrent deze integratie. Allereerst is het nog niet duidelijk geworden hoe de operatie juridisch zal verwezenlijkt worden. Dit en nog tal van andere vragen zullen het onderwerp uitmaken van talloze discussies in de Vlaamse regering, de lokale besturen en zeker ook op federaal niveau.

Bipolair model          
Artikel 1 en 2 van de federale organieke wet van 8 juli 1976 legden de wettelijke basis voor lokale OCMW’s met rechtspersoonlijkheid en een zeer uitgebreid takenpakket. Zo bepaalt de wet dat eenieder het recht heeft op maatschappelijke dienstverlening, om een menswaardig leven te kunnen leiden. De wet verplicht iedere gemeente om op lokaal vlak een OCMW, als aparte instelling met rechtspersoonlijkheid, te organiseren. Verder lastte de federale pacificatiewet van 9 augustus 1988 enkele bepalingen in die betrekking hebben op de lokale besturen in de faciliteitengemeenten. De organieke en inhoudelijke grondslagen van de OCMW’s liggen dan ook tot op vandaag op het federale niveau. Het Vlaamse OCMW-decreet voegt hierbij echter aanvullend toe dat het OCMW als bijkomend doel heeft om op lokaal niveau duurzaam bij te dragen tot het welzijn van de burgers.

De federale regelgeving heeft geleid tot de huidige situatie waarbij de OCMW’s verplicht moeten bestaan uit een afgescheiden entiteit met eigen rechtspersoonlijkheid, goederen, rechten, lasten en verplichtingen. Men spreekt dus ook duidelijk over een bipolair model, waarbij er een strike scheiding tussen gemeente en OCMW heerst. Hoewel Vlaanderen sinds de vierde staatshervorming (de Lambermont-akkoorden van 1993) bevoegd is voor de organieke regelgeving met betrekking tot de OCMW’s, weerspiegelt dit bipolair model zich nog steeds in de huidige Vlaamse organieke regelgeving. In de eerste jaren van deze eeuw bleef de Vlaamse wetgever in diens gemeentedecreet van 2005 en het OCMW-decreet van 19 december 2008 kiezen voor aparte organieke regelgevingen voor de gemeentebesturen en de OCMW’s.

Bipolair model onder druk   

Wanneer we kijken naar de gemiddelde budgetten van de Vlaamse OCMW’s voor het jaar 2015 van, stellen we vast dat ongeveer een derde van de middelen afkomstig zijn uit de eigen werking (bv. dagprijs in het woonzorgcentrum, vergoedingen voor thuiszorgdiensten, enz.). Artikel 106, §1  van de OCMW-wet bepaalt dat wanneer het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van zijn opdracht, het verschil wordt gedragen door de gemeente. Terugkijkend op het jaar 2011 betekende dit een gemiddelde bijdrage van de gemeentes van ongeveer 27,1%. De OCMW’s hebben dus vandaag al – evenwel als onderscheiden rechtspersoon – een grote impact op de gemeentelijke begroting. Naast deze financiële link tussen de gemeenten en de OCMW’s, bestaat er ook een politieke verbondenheid. Kandidaat-leden voor de OCMW-raad worden na de installatie van de gemeenteraad voorgedragen door één of meer gemeenteraadsleden en worden ook door deze gemeenteraadsleden verkozen. Daarnaast is de voorzitter van het OCMW automatisch ook schepen voor sociale zaken.

Zowel de gemeenten en OCMW’s hebben bevoegdheden op vlak van het lokale sociaal beleid, wat deze onderlinge verbondenheid verklaart. Toch verankert de OCMW-wet  het bipolaire model, waarbij zowel de gemeente als het OCMW publieke diensten zijn met een eigen rechtspersoonlijkheid. Deze structuur werd doorheen de jaren dan ook bekritiseerd. Het model zou niet voldoen aan de nood naar effectiviteit, efficiëntie en transparantie. De Vlaamse regering-Bourgeois wenst het huidige model dus te hervormen tot een samenvloeiing van OCMW’s en lokale besturen.

Doel en ratio legis     

Het Vlaams regeerakkoord 2014-2019 heeft de ambitie om van de gemeenten meer dan ooit een eerste overheid van en voor de burger te maken, aan de hand van een sterke vereenvoudiging. Zo zal de gemeente meer autonomie en slagkracht verkrijgen om zijn beleid uit te werken. De conceptnota betreffende de verplichte integratie van OCMW’s poneert vier hoofddoelstellingen: een maximaal geïntegreerd sociaal beleid, een sterkere gemeenteraad, hogere beheersmatige efficiëntie en drempelverlaging voor de burgers van elke gemeente. Vlaams minister voor binnenlandse zaken Liesbeth Homans heeft reeds bekendgemaakt dat in het kader van deze doelstellingen een Vlaams Decreet Lokaal Bestuur opgesteld zal worden. Dit decreet zal verscheidene andere regelgevingen vervangen, onder meer het OCMW-decreet en het gemeentedecreet. Ook in Wallonië is men bezig met een fusie tussen de CPAS en de gemeenten. Een belangrijk verschil met de Vlaamse plannen is dat in Wallonië de integratie vrijwillig zou verlopen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is tegenstander van de integratie. De organieke bevoegdheid van de gewesten ten aanzien van de lokale besturen zal dus voor het eerst leiden tot een sterke asymmetrie inzake de OCMW’s.

Ingevolge het Belfortprincipe is de minister verplicht modellen op te stellen van de implicaties van de hervormingen voor de gemeenten. De conceptnota van minister Homans voorziet in drie scenario’s om het OCMW en zijn opdrachten te integreren in de gemeente. Het eerste scenario is de integratie in de bestaande gemeentelijke organisatie. Daarbij zullen de individuele hulpaanvragen behandeld worden door de bestaande organen van de gemeente. Een tweede scenario omvat de oprichting van een Extern Verzelfstandigd Agentschap dat de behandeling van de individuele hulpaanvragen op zich neemt. Het derde en laatste scenario richt een bijzonder comité op dat organisatorisch onder de gemeenteraad terecht komt. In elk van deze scenario’s bepaalt het gemeentebestuur, voornamelijk de gemeenteraad, het algemeen sociaal beleid, om de democratische legitimiteit ervan te verzekeren. De minister schuift het derde scenario naar voor als het meest ideale om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

Er valt nog op te merken dat hoewel het regeerakkoord op de vrijwilligheid van deze integratie wijst wat betreft de centrumsteden, de reden van deze uitzondering niet wordt gegeven. In de conceptnota wordt dit onderscheid wel nog vernoemd, maar stelt men de vraag naar het nut ervan. Vlaams Minister Liesbeth Homans stelde hieromtrent in de commissievergadering van 20 januari 2015: “Het zou qua wetgeving veel te ingewikkeld worden, een onderscheid zou immers betekenen dat voor de centrumsteden het OCMW-decreet zou moeten blijven bestaan, terwijl voor de andere gemeenten het nieuwe decreet toegepast moet worden. De dertien centrumsteden gaan dus meedoen aan de integratieoefening, momenteel zijn zij daar ook enthousiast over, op enkele uitzonderingen na.” Het blijft dus twijfelachtig of de centrumsteden deel zullen uitmaken van deze verplichte integratie of niet.

De koepelorganisatie van de Vlaamse gemeentebesturen en OCMW’s (VVSG) schaarde zich voorzichtig achter het opzet van de integratieoefening. De VVSG wees zo onder meer op de schaalvoordelen en de verhoogde legitimiteit en transparantie van het sociale beleid in de gemeente. De integratie dient echter wel gepaard te gaan met de zekerheid dat de financiële middelen er niet zullen op achteruitgaan.

Onderlinge coördinatie

Zoals hierboven al werd beschreven, zal de integratie van het OCMW in de gemeente en de afschaffing van de OCMW-structuur met een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid een wettelijk ingrijpen van de federale overheid vereisen. Meer bepaald, dient artikel 2 van de OCMW-wet te worden aangepast om voldoende flexibiliteit voor de gewesten te bieden. De huidige tekst dat de OCMW’s openbare instellingen zijn met rechtspersoonlijkheid en dat iedere gemeente van het Rijk bediend wordt door een OCMW is dan ook achterhaald.

De federale overheid is willens wetswijzigingen door te voeren om het mogelijk te maken de OCMW’s te integreren in de gemeentelijke beheersstructuur. Het kabinet van minister van maatschappelijke integratie Willy Borsus heeft reeds verscheidene onderzoeken uitgevoerd om de integratie mogelijk te maken en te bekijken welke stappen hiervoor dienen te worden ondernomen. Zo toonden de studies aan dat een loutere overheveling van bevoegdheden naar de deelstaten niet zal lukken om de integratie van de OCMW’s in de gemeenten mogelijk te maken. Noch zal de loutere aanpassing van de OCMW-wet in de zin zoals hierboven reeds werd geschetst, voldoende zijn om de integratie mogelijk te maken. Zoals hierboven werd vermeld, dient ook de zogenaamde pacificatiewet aangepast te worden teneinde te integratie te (kunnen) implementeren in de faciliteitengemeenten. Dit is echter een moeilijk proces aangezien de pacificatiewet enkel kan gewijzigd worden met een bijzondere meerderheid. Zoals algemeen is bekend, beschikt de federale regering-Michel niet over dergelijke bijzondere meerderheid in het parlement. Daarnaast zijn juristen het niet over eens of de integratie ook een wijzing van de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen (BWHI), die de bevoegdheid rond de ‘ondergeschikte besturen’ aan de gewesten toekent, veronderstelt. Bovendien zitten de deelstaten niet op dezelfde golflengte met betrekking tot de integratie van de OCMW’s in de gemeentebesturen. Zo is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen voorstander van dit plan, en ook in Wallonië zijn er de nodige twijfels en tegenkantingen. De aanpassing van de wetgeving zal dan ook niet op korte termijn plaatsvinden.

Slotbeschouwing

Het plan van de Vlaamse overheid, om de OCMW’s in de gemeenten te integreren, zal nog de nodige problemen met zich meebrengen. Hierdoor zijn al de eerste tekenen van kritiek te horen. Zo stelt de oppositie zich de vraag of er geen verlies aan kwaliteit zal optreden door deze integratie. Ook is het nog maar de vraag of de federale wetgeving tijdig zal worden aangepast om het Vlaams regeerakkoord te kunnen uitvoeren. Het debat over de integratie van de OCMW’s is dus zeker nog niet ten einde en het lijkt nog maar de vraag of de deadline van 2019 realistisch blijft.

Beknopte literatuurlijst

B. THYS, “De rechtsverhouding tussen de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gewijzigd door het Gemeentedecreet en het Decreet van 7 juli 2006”, T. Gem., 2006, afl. 4, Brussel, Story-Scientia, p. 25-33.

G. BOUCKAERT, R. MAES, K. VERHOEST & B. VERSCHUERE, Naar een optimale verhouding tussen gemeente en OCMW, Brussel, MVG, 2002, 179 p.

Gemeenten hebben minder overschotten, geraadpleegd op 3 december 2015 via http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1536667

J. LEROY, P. VAN SCHUYLENBERG, R. VERLINDEN, Integratie gemeente-OCMW, Brussel, Politeia, 2015, 82 p.

L. M. VENY & I. CARLENS, Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn Vlaamse Gemeenschap. Deel 1 Instellingen, Mechelen, Wolters Kluwer, 2014, 542p.

Missie en werking OCMW, geraadpleegd op 16 november 2015 via http://www.deraad.be/OCMW-raadslid/Paginas/Missie-en-werking-OCMW.aspx#_Toc343692087

M. MAHIEU, De openbare centra voor maatschappelijk welzijn: de organieke wet van 8 juli 1976 en aanverwante wetgeving, Antwerpen, Maklu, 1999, 287 p.

Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, BS 5 augustus 1976, 9876.

Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, BS 15 augustus 1980, 9434.

Wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, [de nieuwe gemeentewet,] de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen, BS 13 augustus 1988, 11.374.

Hand., Kamer. Comm. Voor de volksgezondheid, het leefmilieu en de maatschappelijke hernieuwing, 2014-2015, 17 juni 2015, 29.

Hand., Kamer. Comm. Voor de volksgezondheid, het leefmilieu en de maatschappelijke hernieuwing, 2014-2015, 7 oktober 2015, 18.

Vr. en Antw. Vl. Parl. 2014-2015, 5 februari 2015, 443

Bron afbeelding

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *