Please remark our new, improved listing of decisions of the Belgian Constitutional Court in which a violation of the Constitution has been found.

BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court in which a violation of the Constitution has been found, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.
This overview was composed by Elien Verniers (research assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

Journal des Tribunaux, 2016, no. 6

F. BOUHON, “L'arrêt de mort des (trop) petites circonscriptions électorales wallonnes – Commentaires suscités par l'arrêt no 169/2015 de la Cour constitutionnelle”, 89
The death warrant of the (too) small Walloon electoral districts — comments raised by decision No. 169/2015 of the Constitutional Court

Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, no. 2016-1

T. DE PELSMAEKER en E. VANDENBOSSCHE, “Het decreet van 14 maart 2014 tot wijziging van het zogenaamde ‘Septemberdecreet’: een oplossing met beperkte houdbaarheidsdatum”, 3
The Decree of 14 March 2014 amending the so-called ‘September-decree’: a solution with a limited tenability

Rechtskundig Weekblad, no. 79-24

T. VANDROMME, “Op weg naar een Vlaams woninghuurrecht”, 922
Towards a Flemish housing tenure law

G. VERHELST, “Raad voor Vergunningsbetwistingen en Milieuhandhavingscollege krijgen bestuurlijke lus 2.0”, 923
Council for Permit Disputes and High Enforcement Council for the Environment are granted an administrative loop 2.0

Rechtskundig Weekblad, no. 79-26

T. MOONEN, “De keuzes van het Grondwettelijk Hof: argumenten bij de interpretatie van de Grondwet”, 1003
The choices of the Constitutional Court: arguments in the interpretation of the Constitution

De Juristenkrant, no. 323

G. VERSCHELDEN, “Grondwettelijk Hof biedt kind steeds kans op betwisting huwelijks vaderschap”, 3
Constitutional Court offers child always a chance to contest marital fatherhood

I. VAN HIEL, “Grondwettelijk Hof klaart onduidelijkheden over inwerkingtreding eenheidsstatuut uit. Onderscheid arbeiders – bedienden tot 31 december 2013 gehandhaafd”, 16
Constitutional Court clarifies ambiguities about entry into force unified statute. Distinction between laborers and employees upheld until 31 December 2013

B. Books

– T. MOONEN, De keuzes van het Grondwettelijk Hof, Brugge, Die Keure/La Charte, 2016, 344 p.
The choices of the Constitutional Court

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court (violation of the Constitution)

The Belgian Constitutional Court:

– vernietigt artikel 51 van de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, in zoverre het de operatoren die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden, voor hun diensten inzake mobiele communicatie en mobielinternetabonnementen, betrekt bij de compensatieregeling voor het sociale element van de universele dienst voor elektronische communicatie;
annuls Article 51 of the Act of 10 July 2012 pertaining diverse provisions on electric communication, insofar as it involves the operators which offer a public electronic communications service in the compensation mechanism for the social element of the universal service for electronic communication with regard to the mobile communication services and mobile Internet subscriptions of these operators (3 February 2016, no. 15/2016);

– beschouwt de retroactieve kracht van de artikelen 12 en 13 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 3 april 2014 ongrondwettig, omdat ze inwerking getreden waren alvorens te zijn gewijzigd door de artikelen 9 en 10 van de ordonnantie van 12 februari 2015;
holds the retroactive power of Articles 12 and 13 of the Ordinance of the Brussels Capital Region of 3 April 2014 unconstitutional, because they had entered into effect before they were amended by Articles 9 and 10 of the Ordinance of 12 February 2015 (3 February 2016, no. 16/2016);

– beslist dat artikel 42, § 2, 2° van het Vlaamse decreet van 22 december 1995 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het slechts op voorwaardelijke wijze een vrijstelling van heffing mogelijk maakt voor de houders van zakelijke rechten;
decides that Article 42, §2, 2° of the Flemish Decree of 22 December 1995 violates Articles 10 and 11 of the Constitution, insofar as it only provides a conditional exemption of levy for holders of rights in rem (3 February 2016, no. 17/2016);

– beslist dat een kind ouder dan 22 jaar het vaderschap kan betwisten na een termijn van 1 jaar vanaf de ontdekking dat de echtgenoot van zijn moeder niet zijn of haar biologische vader is;
decides that a child older than the age of 22 can contest fatherhood after a period of 1 year starting from the discovery that the husband of the mother is not his or her biological father (3 February 2016, no. 18/2016);
–> See G. VERSCHELDEN, “Grondwettelijk Hof biedt kind steeds kans op betwisting huwelijks vaderschap” [Constitutional Court offers child always a chance to contest marital fatherhood], 3 De Juristenkrant, no. 323.

– oordeelt dat artikel 79, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen ongrondwettig is, aangezien dit artikel het recht op een eerlijk proces schendt;
rules that Article 79, §1, par. 1 of the Act of 5 May 2014 concerning the internment of persons is unconstitutional, because this provision violates the right to a fair trial (18 February 2016, no. 22/2016);

– beschouwt artikel 31 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ongrondwettelijk, in zoverre het de belastingadministratie tijdens de periode van opschorting niet verbiedt een hypothecaire inschrijving te nemen om erna als bevoorrechte schuldeiser te worden erkend;
holds Article 31 of the Act of 31 January 2009 pertaining the continuity of undertakings unconstitutional, insofar as it does not prohibit the tax administration to register a mortgage during the period of suspension in order to be recognized afterwards as privileged creditor (18 February 2016, no. 23/2016);

– beschouwt artikel 45 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ongrondwettig in zoverre het niet de mogelijkheid biedt de beslissing om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen, met uitstel gepaard te doen gaan;
holds Article 45 of the Code of inspection, prevention, determination and punishment of environmental offences, and environmental liability unconstitutional to the extent that it does not offer the possibility to combine the decision imposing an alternative administrative fine with adjournment (18 February 2016, no. 25/2016);

– beslist dat artikel 7 van de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen en artikel 378 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten worden geïnterpreteerd in die zin dat het beroep tegen de gemeentebelasting moet worden betekend aan de bestendige deputatie;
decides that Article 7 of the Act of 23 December 1986 concerning the collection of and the disputes on provincial and local levies and Article 378 of the income tax Code of 1992 should be interpreted in the way that the appeal against municipal taxation must be notified to the municipal council (18 February 2016, no. 26/2016);

– beschouwt artikel 9 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens ongrondwettig, in zoverre het zonder meer van toepassing is op de publiekrechtelijke beroepsorganisatie;
holds Article 9 of the Act of 8 December 1992 on the protection of privacy in relation to the processing of personal data unconstitutional, insofar as it is unconditionally applied to professional associations governed by public law (25 February 2016, no. 28/2016);

– beslist dat artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ongrondwettig is wanneer dit zo wordt geïnterpreteerd dat een fout of een nalatigheid vanwege de overheid bij een niet-tijdige betaling noodzakelijk is opdat de belastingplichtige een afzonderlijke belasting kan genieten van de baten van vrije beroepen die niet tijdig zijn betaald door toedoen van een overheid;
decides that Article 171, 6°, second dash, of the income tax Code of 1992 is unconstitutional when it is interpreted in a way that a mistake or negligence by the government is necessary in case of a belated payment for the taxpayer to enjoy a separate tax on profession assets that are not timely paid due to an administrative authority (25 February 2016, no. 30/2016);

III. Conferences

– Is samenwerking binnen het federale België nog mogelijk?
Is cooperation within federal Belgium still possible?

IV. Call for papers

– International IDEA Constitution Building Programme – Fellowship for Constitution Makers

  • 27 February – 24 March 2017 (Constitution Building Programme Facility in The Hague, The Netherlands)
  • Application deadline for professional resume and short cover letter (2-4 pages): 31 March 2016
  • For more information, see website
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *