Hervorming van het Hof van Assisen: quo vadis?

Jan Joos en Leonore De Bock (master studenten, UGent), Sien Devriendt (assistente, UGent)Jurgen Goossens (FWO postdoctoraal onderzoeker, UGent – universitair docent, Erasmus University Rotterdam) en  Pieter Cannoot (assistent, UGent) 

Met de invoering van Potpourri II op 5 februari 2016 hervormde minister van Justitie Koen Geens het Hof van Assisen. Dat Hof was sinds de onafhankelijkheid van België bevoegd om de zwaarste misdaden te berechten. De hervorming kwam er na jarenlang debatteren over de kost en impact van assisenprocedures en werd bewerkstelligd door gebruik te maken van de techniek van ‘correctionaliseren’. Door correctionalisering was het mogelijk om misdaden die normaal gezien voor het Hof van Assisen kwamen, na het aannemen van verzachtende omstandigheden door de onderzoeksgerechten, het openbaar ministerie en de vonnisgerechten, voor de correctionele rechtbank te brengen. Het Hof en de volksjury konden op die manier zonder grondwetswijziging ontlast worden. De regeling werd echter ongrondwettig bevonden door het Grondwettelijk Hof. Ook het voorstel van minister Geens om het Hof te vervangen door ‘criminele kamers’ werd geen succes. In de commissie Justitie worden sinds 25 april 2018 opnieuw hoorzittingen georganiseerd over de toekomst van het Hof van Assisen.In dit artikel lichten we de redenen tot de gedeeltelijke vernietiging van Potpourri II toe en reiken we mogelijke alternatieven aan voor het (kost)efficiënter berechten van de zwaarste misdrijven. 

Read more

Conference: “Parliamentary War Powers – National and European Perspectives”

The Ghent Rolin-Jaequemyns International Law Institute (GRILI) and the Leuven Centre for Global Governance Studies (GGS), together with Pax Christi Vlaanderen and Vredesactie, cordially invite you to a one-day conference on "Parliamentary War Powers - National and European Perspectives" (25 May 2018, Belgian Federal Parliament, Brussels).

Read more

Soedan-saga: leidraad voor een terugzendende overheid

Thomas Van Campenhout, Simon Verschaeve (master studenten, UGent), Pieter Cannoot (assistent, UGent), Jurgen Goossens (FWO postdoctoraal onderzoeker, UGent – universitair docent, Erasmus Universiteit Rotterdam) en Sien Devriendt (assistente, UGent)

Op 22 december 2017 vroeg de federale regering het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) een onderzoek te voeren om na te gaan of de terugzending van tien Soedanezen, die niet beschikten over een geldige verblijfstitel, naar Soedan in strijd was met het non-refoulementbeginsel zoals vastgelegd in  artikel 3 EVRM. Aanleiding hiertoe was een rapport van het Tahrir Instituut met enkele getuigenissen van teruggezonden Soedanezen die wezen op foltering en/of onmenselijke behandeling.

Het langverwachte Soedan-rapport werd op 8 februari 2018 door de regering ontvangen en al snel berichtten de media over een gedeeltelijke ‘overwinning’ voor de regering en in het bijzonder voor staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken. Toch trekt de oppositie andere conclusies uit het rapport, namelijk dat de Belgische overheid het door premier Michel geopperde ‘heilige principe’ van artikel 3 EVRM met de voeten treedt. Ook een rapport van Amnesty International was eerder al kritisch over de kwestie. In deze bijdrage zal worden nagegaan welke conclusies uit het Soedan-rapport kunnen worden getrokken. Daarvoor zal worden nagegaan welke verplichtingen een overheid moet naleven om het non-refoulementbeginsel te respecteren wanneer zij vreemdelingen uitwijst en het land uitzet .

Read more