Volksvertegenwoordiger, minister, rechter. “Maar het liefst was ik advocaat.”

Marie Woods en Alexander Dekeyser (masterstudenten UGent) spraken met Erik Derycke, emeritus rechter in het Grondwettelijk Hof.

Op 28 oktober 2019 ving het emeritaat van UGent-alumnus Erik Derycke aan. Daarmee nam hij na meer dan 18 jaar afscheid van zijn functie als rechter in het Grondwettelijk Hof. Derycke was voordien advocaat, maar de meeste mensen kennen hem waarschijnlijk als politicus. In de federale regeringen-Martens en Dehaene was hij eerst verantwoordelijk voor Wetenschapsbeleid, later voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.  Hoog tijd dus voor een gesprek over zijn politieke en juridische loopbaan. 

Afscheid van een rechter

Kan u het Grondwettelijk Hof loslaten?

DERYCKE: “Het afscheid viel niet gemakkelijk. Mijn carrière kende drie hoofddelen. Eerst heb ik lang aan de balie gewerkt, nadien heb ik dat een tijdje gecombineerd met een politieke carrière, om dan uiteindelijk over te stappen naar het Grondwettelijk Hof. Gedurende het grote aantal jaren dat ik daar werkte, heb ik een nauwe verbondenheid met het Hof opgebouwd. Je hoort wel vaker dat het Hof een gesloten gemeenschap is. Je leeft er zeer dicht op elkaar.  We vergaderen veel en bouwen zo een zekere coherentie op binnen de rechtspraak. Dat is uiteraard ook noodzakelijk om maatschappelijk op eenzelfde lijn te staan. Naast die inhoudelijke coherentie bouw je echter ook wel een persoonlijke verbondenheid op, wat maakt dat het afscheid best zwaar valt. Dat doet wel iets met een mens.”

U had vast al een paar plannen gemaakt.

DERYCKE: “Op 28 oktober 2019 werd ik 70 jaar. Dat betekent dat ik de wettelijke pensioenleeftijd bereikte en dat mijn emeritaat van start ging. De wet schrijft wel voor dat je de zaken waarmee je al bezig was, nog hoort af te maken. Om nadien niet in het welbekende ‘zwarte gat’ te vallen, heb ik in het verleden wel al wat nagedacht. Voorbereiding is de beste manier om dat ‘gat’ te vermijden. Ik heb het geluk gehad dat ik een aantal zaken ben kunnen blijven doen. Zo mocht ik na mijn carrière als Minister van Buitenlandse Zaken nog enkele buitenlandse politieke contacten onderhouden. Ik heb ook het plan opgevat om enkele cursussen te volgen, bijvoorbeeld over politieke geschiedenis. Naar concerten gaan en boeken lezen staat ook zeker op mijn lijst. En kijk, vandaag zit ik hier al voor een interview. (lacht)

Hoe dan ook schept het emeritaat wel een leemte. Het is dan aan jou om alles even als een goede wijn te laten decanteren, en na een tijdje een evenwicht te zoeken.”

U werd opgevolgd door Yasmine Kherbache. De samenstelling van het Hof is nadien in een storm beland. Rechters worden voorgedragen bij tweederdemeerderheid, maar in de praktijk beslissen de politieke partijen. Vindt u die procedure voldoende transparant? 

DERYCKE: “Voorlopig denk ik dat geen enkel ander systeem dit probleem op een meer ordentelijke manier kan oplossen. Het uitgangspunt is dat alle ideologische of politieke strekkingen vertegenwoordigd moeten zijn in de compositie van het Hof.  Hoe kan je anders rechtvaardig beslissen? Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat het Parlement een examen moet uitschrijven voor potentiële nieuwe rechters in het Grondwettelijk Hof, maar dan krijg je alleen professoren. En ik zou niet graag,  met alle respect,  een Grondwettelijk Hof hebben dat alleen samengesteld is uit professoren of uit oud-leden van het Hof van Cassatie of de Raad van State. De huidige filter is dus voorlopig het beste. Met een andere voordrachtsprocedure kom je al vlug terecht in een situatie zoals in de Verenigde Staten, waar de President zelf iemand selecteert. Dan worden uitsluitend mensen met eenzelfde overtuiging betrokken.  De beste waarborg voor evenwicht is de confrontatie tussen de politieke overtuigingen en samenlevingsvormen. Die ‘filtrage’ gaat ook niet zomaar.  Ik ben fier op mijn opvolgster, ze is nauwkeurig gescreend.”

Van de Wetstraat naar het Koningsplein

De overstap van de actieve politiek naar het toenmalige Arbitragehof was vast een uitdaging.

DERYCKE: “Justitie en politiek zijn de twee belangrijkste passies geweest in mijn leven. In het Parlement maakte ik onder andere grondwetswijzigingen, de oprichting van het  Arbitragehof en een aantal staatshervormingen mee. Ook de uitbreiding van rechtsmacht van het Hof naar het gelijkheidsbeginsel en andere essentiële rechten werden doorgevoerd gedurende mijn parlementaire loopbaan. Ik dacht toen al: na de politiek zou het geen slechte zaak zijn om de overstap te maken naar het Grondwettelijk Hof. Té lang in de ‘grote politiek’ blijven is niet goed. Er staat een houdbaarheidsdatum op je politieke carrière. Blijf je te lang, dan wurm je jezelf in een overjaarse situatie. Het is beter om jezelf een doel voor ogen te stellen. Tien jaar in de regering is volgens mij meer dan genoeg.”

Ziet u een evolutie in de manier waarop naar het Grondwettelijk Hof wordt gekeken in de publieke opinie of in politieke middens?

DERYCKE: “Voorlopig bleven we gespaard van grote belangstelling bij het publiek. Dat hangt opnieuw samen met dat ‘kloosterleven’ waarvan men spreekt. In de publieke opinie bestaat er volgens mij een vrij positief beeld. Ook vanuit het Parlement is dat nog zo, alhoewel ik niet met zekerheid durf te zeggen dat de jonge parlementariërs het nog steeds vanzelfsprekend vinden dat twaalf mensen kunnen oordelen over gestemde wetten, zodat ze het wetgevingsproces misschien moeten herbeginnen.

Om de goede werking van het Grondwettelijk Hof te garanderen, moet er  in elk geval een aanzienlijk parlementair en democratisch gehalte in het systeem zitten. In andere EU-lidstaten wordt die rechterlijke toets soms helemaal niet aanvaard en wordt dat systeem dan ook gemanipuleerd. Bij ons houdt dat voorlopig nog goed stand, al  vraag ik me wel af of we dat vertrouwen kunnen blijven behouden, zeker in tijden van sociale media zoals Twitter.” 

Gelukkig heeft het Hof sinds kort een eigen Twitter-account! Heeft u kantelmomenten meegemaakt in uw carrière aan het Hof?

DERYCKE: “Het is een proces geweest. Er zijn zeker een aantal determinerende zaken geweest waar het hele Hof moest nadenken over de weg die we gingen inslaan. Denk maar aan ethische kwesties zoals ontkenning van vaderschap of euthanasie, maar ook fiscale en economische problemen. De samenleving is erg in beweging en de wetgever regelt álles – zij het op een soms iets té detaillistische wijze. Daarom komen vroeg of laat alle problemen bij het Hof terecht. Niemand is onfeilbaar en niemand weet alles, maar volgens mij doet het Hof zijn taak tot op de dag van vandaag nog steeds vrij goed.”

Een Hof onder druk?

Het Belgische politieke consensusmodel staat onder druk. Sijpelt dat door in de beraadslaging van het Hof?

DERYCKE: “Soms gaat het er hard aan toe. Ik ben geen grote kenner van kloosters, maar op die momenten houdt de vergelijking wel op. Rechters ‘leven’ ook samen in het Hof en hebben respect voor andermans mening, maar wij verdedigen stellig onze eigen mening. Dat is een conditio sine qua non om goed werk te leveren. Tegenstrijdigheden en verschillende meningen kunnen vaak een mooi resultaat bewerkstelligen.”

Zijn er aspecten van de werking van het Hof die u zou willen veranderen? 

DERYCKE: “Niet veel. Ik denk dat het Grondwettelijk Hof tamelijk goed werkt op dit moment. Mijn enige bezorgdheid is dat wij stilaan lijden aan de Belgische ziekte van besparen, en dat vormt voor een rechtscollege toch wel een probleem. Bij ons bestaan de kosten hoofdzakelijk uit lonen voor de intelligente mensen die wij tewerkstellen, en dat moet ook echt zo blijven.”

Het Hof haalde in een memorandum van eind 2019 inderdaad aan dat er nood was aan meer middelen. Het heeft in vergelijking met andere rechtscolleges nochtans niet de zwaarste dossierlast.

DERYCKE: “Het aantal arresten dat we behandelen is variabel. Dit jaar waren het er zeer veel, andere jaren lag dat lager. Eigenlijk is niet het aantal van cruciaal belang, maar de omvang en de moeilijkheidsgraad van een arrest. Wij hebben soms arresten waar referendarissen maanden tot zelfs een jaar voorbereidingswerk aan hebben. Dat is uiteraard van groter belang dan het aantal uitspraken.”

(Het Hof heeft zijn slag om meer financiële middelen intussen thuisgehaald, n.v.d.r.)

U was OCMW-raadslid, gemeenteraadslid, provincieraadslid, federaal volksvertegenwoordiger, staatssecretaris, minister én rechter. Wat deed u het liefst? 

DERYCKE: “Het liefst was ik advocaat. Als je in de advocatuur staat, is iedere dag verschillend. Het is een strijd voor je cliënten en een strijd tegen jezelf. Ik heb daaruit het meeste geleerd en ik heb daar veel tools uitgehaald die me in mijn verdere carrière hebben geholpen. Het is ontegensprekelijk een prachtig beroep en een aanrader voor elke rechtenstudent.”

 

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *