Hervorming van de provincies: quo vadis?

Robin Verbeke (advocaat-stagiair bij LDR Advocaten)

De Vlaamse provincies hebben het hard te verduren. Na een jarenlang debat over het nut van onze provinciale instellingen bereikte de Vlaamse Regering in 2014 een akkoord over de toekomst van het bovenlokaal niveau. Op zich is het niet onlogisch dat er een evaluatie van het provinciale niveau plaatsvindt. In het woelig staatsrechtelijke landschap van de 20e eeuw zijn de provincies immers quasi ongewijzigd gebleven. De gemeenten werden sterker en groter onder invloed van de fusiebewegingen van de jaren ’70 en het federaliseren van België ging gepaard met de oprichting van de gewesten en gemeenschappen. De provincies beconcurreerden dus niet enkel de lokale besturen en hun intercommunale organen, ook top-down voelen zij de hete adem van de Vlaamse instellingen. Het speelveld werd kleiner en het aantal spelers groter.

Het Vlaamse regeerakkoord stelde dan ook voorop: “we slanken de provincies verder af”. Niet alleen zouden de provincies vanaf 1 januari 2017 enkel focussen op de grondgebonden bevoegdheden, ook zouden ze alle provinciale persoonsgebonden bevoegdheden verliezen. Inmiddels werd de deadline verschoven naar 1 januari 2018 en heeft de Vlaamse Regering enkele plannen moeten bijsturen of laten varen. Niettemin zou de afslanking vanaf volgend jaar compleet moeten zijn. De hertekening van het provinciale bestuursniveau kan gekaderd worden binnen een bredere herstructureringsbeweging waarin ook de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de OCMW’s en de lokale besturen een vernieuwde rol krijgen.

Read more

Scheiding van kerk en staat: naar een (werkelijk) neutrale grondwet? Interview met Thomas Leys (coördinator studiedienst Open Vld)

Bram De Cock en Tim Deley (masterstudenten UGent) namen een diepgaand interview af met Thomas Leys, coördinator van de studiedienst van Open Vld.

Leys ondersteunde Patrick Dewael bij de totstandkoming van het voorstel tot een preambule bij de Belgische grondwet.

Scheiding kerk en staatHet debat over de plaats van godsdienst binnen onze samenleving wint de laatste jaren aan belang. De voorbije decennia heeft de immigratie vanuit islamitische landen vragen doen rijzen naar de plaats van de islam. Denk bijvoorbeeld aan islamitische terrorisme, onverdoofd slachten of al dan niet voorzien van gescheiden zwemgelegenheden voor mannen en vrouwen. Hierdoor rijzen in onze postgeseculariseerde West-Europese samenleving vragen over de verhouding tussen religie – recentelijk in het bijzonder de islam – enerzijds, en de burgerlijke samenleving of de democratische staat anderzijds. Zo zijn er bezorgdheden dat binnen bepaalde bevolkingsgroepen de opvatting zou leven dat religieuze voorschriften primeren op de burgerlijke wet waardoor onze ‘fundamentele waarden’ onder druk komen te staan. Anderen daarentegen beschouwen godsdienst als inherent onverzoenbaar met een rationeel wereldbeeld, waardoor in twijfel wordt getrokken of religie rechtmatig een plaats mag opeisen in de staat. De discussie over de verhouding tussen religie en staat is dan ook terug van nooit weggeweest.

Het bovenstaande is niet aan de aandacht van de politieke wereld ontsnapt. Uit verschillende hoeken wordt opgeroepen tot een aangepaste (grond)wettelijke regeling inzake de verhouding tussen kerk, geloof en staat. Patrick Dewael (Open Vld) nam het initiatief tot het opstellen van een verslag over het karakter van de staat in de Commissie Grondwet. Kamerleden Veerle Wouters en Hendrik Vuye betoogden in een reactie dat de grondwet expliciet de suprematie van de burgerlijke wet boven religieuze voorschriften dient voor te schrijven. Patrick Dewael stelde op zijn beurt voor om een preambule aan onze grondwet toe te voegen en bepaalde grondwettelijke bepalingen te wijzigen. Hij beoogt onder meer de scheiding van geloof en staat, de neutraliteit van de overheid, de gelijkheid van mannen en vrouwen en meer in het algemeen de waarden van de Verlichting prominenter in de grondwet te verankeren. Reacties vanuit andere partijen geven evenwel aan dat de noodzaak van dergelijke grondwetswijzigingen niet door iedereen als even dringend wordt ervaren. De huidige verhouding tussen kerk en staat vormt immers het resultaat van historische compromissen. Het is geen sinecure om deze evenwichten substantieel in vraag te stellen.

Read more