Maarten De Sweemer en Jonas Bel (masterstudenten Grondige Studie Grondwettelijk Recht, UGent), Jurgen Goossens (doctoraal onderzoeker UGent) en Pieter Cannoot (assistent UGent)

Overzicht zesde staatshervorming: deel 1 van 6

Wijziging artikel 195: de Grondwet een vodje papier?

“Wij roepen de politici op om de komende jaren het debat aan te gaan over een modernisering van de grondwetsherzieningsprocedure in plaats van opnieuw de truc met artikel 195 van de Grondwet toe te passen.”

afbeelding Belgian constitutinal law 1Bij de zesde staatshervorming (2012-2014) werd duidelijk dat de procedure tot herziening van de Grondwet op gespannen voet staat met het huidige Belgische federale compromismodel[1]. Om het institutioneel akkoord over deze staatshervorming te kunnen implementeren, heeft de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 15 maart 2012 met een tweederdemeerderheid de herzieningsprocedure in artikel 195 van de Grondwet tijdelijk gewijzigd door toevoeging van een afwijkende ‘overgangsbepaling’. Deze wijziging van artikel 195 ontlokte echter veel kritiek en de zaak belandde uiteindelijk voor de Europese Commissie voor Democratie door Recht, de zogenaamde Commissie van Venetië.

Nadat Open VLD in 2010 de stekker uit de regering-Leterme had getrokken, moesten de kiezers zich op 13 juni 2010 naar de stembus begeven. Aan Vlaamse kant was de N-VA de grote overwinnaar, terwijl de PS sterk scoorde in Wallonië. De daaropvolgende regeringsonderhandelingen waren dan ook een uiterst moeilijke klus en duurden maar liefst 541 dagen. België maakt daarmee ongetwijfeld aanspraak op het wereldrecord regeringsonderhandelingen.

Akkoord na 541 dagen

Na de bijzonder lange onderhandelingen werd uiteindelijk een communautair akkoord bereikt over de zesde staatshervorming, het zogenaamde Vlinderakkoord. De politieke akkoorden dienden vervolgens in wetteksten te worden gegoten. De implementatie van een deel van de gemaakte afspraken vereiste evenwel de wijziging van grondwetsartikelen die niet voor herziening vatbaar waren verklaard. Dit impliceert dat men het fel bevochten compromis over de zesde staatshervorming eigenlijk slechts kon doorvoeren voor de artikelen die voor herziening vatbaar verklaard waren[2]. De andere artikelen kon men in principe slechts wijzigen na de verkiezingen van 2014. Dit was echter geen optie voor de institutionele meerderheidspartijen die na 541 dagen eindelijk de finish zagen.

Rigide herzieningsprocedure in artikel 195[3]

De grondwetsherzieningsprocedure is opgenomen in artikel 195 van de Grondwet. Deze procedure verloopt in drie fasen. Het parlement stelt eerst een lijst op met de grondwetsartikelen die men wil herzien en verklaart deze ‘vatbaar voor herziening’. Na de goedkeuring van deze lijst worden de Kamers van rechtswege ontbonden en volgen er verkiezingen. Hierna kan het nieuw samengestelde parlement de artikelen die vatbaar voor herziening werden verklaard, wijzigen. Voor dergelijke grondwetswijziging dient in elke Kamer twee derden van de leden aanwezig te zijn en moet twee derden van de aanwezige leden die grondwetsherziening goedkeuren.

De huidige grondwetsherzieningsprocedure bestaat reeds sinds 1831 en had legitieme ontstaansredenen. Met deze vrij omslachtige procedure wou men vermijden dat een toevallige politieke meerderheid in één legislatuur de Grondwet al te lichtzinnig zou kunnen wijzigen zonder eerst de kiezer hierover te raadplegen.

Omstreden ‘overgangsbepaling’

De beleidsmakers hebben hun creativiteit bovengehaald om alsnog de zesde staatshervorming volledig te kunnen doorvoeren, zonder een nieuwe herzieningsverklaring te moeten goedkeuren en wederom verkiezingen te organiseren. De lijst met artikelen die wel vatbaar voor herziening waren verklaard, hield niet alle nodige grondwetsartikelen in vereist voor uitvoering van het akkoord over de zesde staatshervorming. De lijst bevatte evenwel artikel 195 van de Grondwet, dat de herzieningsprocedure zelf bevat. De onderhandelaars hebben vervolgens besloten om dit artikel aan te vullen met een overgangsbepaling die alleen geldig was in dezelfde legislatuur en die toeliet de noodzakelijke grondwetsartikelen toch onmiddellijk te herzien. Strikt juridisch gezien kon artikel 195 in die zin worden gewijzigd, maar toch kan hierop aanzienlijke kritiek worden geleverd. De grondwetsherzieningsprocedure en de waarborgen die zij met zich meebrengt, worden als het ware even opzij geschoven.

De oppositiepartij N-VA wees o.m. op artikel 187 van de Grondwet waarin staat dat de Grondwet noch geheel, noch ten dele kan worden geschorst. Zij argumenteerde dat de overgangsbepaling in werkelijkheid geen overgang regelt van de oude naar een nieuwe regeling, maar eigenlijk een tijdelijke schorsing van de grondwet inhoudt[4]. Vanaf de volgende legislatuur werd de oude procedure namelijk gewoon weer van toepassing. Er dient echter wel een nuance te worden gemaakt. Toen de N-VA nog betrokken was bij de onderhandelingen, had zij zelf meerdere voorstellen gedaan die verder gingen dan de artikelen in de herzieningsverklaring. Het lijkt weinig waarschijnlijk dat de N-VA zelf een legislatuur zou hebben gewacht eerder dan grondwettelijke spitstechnologie boven te halen.  Natuurlijk is het the duty of the opposition to oppose.

Waarborgen van artikel 195?

Er wordt al langer aangevoerd dat de procedure in artikel 195 van de Grondwet te omslachtig is[5]. In de rechtsleer staat geregeld te lezen dat de doelstellingen die deze procedure beoogt, niet opwegen tegen de nadelige gevolgen.

In theorie wou men voorzien dat de kiezer zich zou kunnen uitspreken omtrent de grondwetsherziening die parlementsleden willen doorvoeren. In de praktijk gebruikt men de goedkeuring van een herzieningsverklaring evenwel als de standaardprocedure om het parlement te ontbinden en verkiezingen uit te lokken. De verkiezingsstrijd wordt daarna veeleer gedomineerd door algemene beleidskwesties en niet door een grondig debat over de herzieningsverklaring. 

Verder dient dit artikel te voorkomen dat  grondwetswijzigingen overhaast zouden worden doorgevoerd. De Grondwet is immers een tekst die de fundamentele basisprincipes van de democratische rechtsstaat omvat en waarborgt. Om die reden volstaat het niet dat de Grondwet kan worden herzien via een gewone wetswijzigingsprocedure. Via de rigide procedure moet worden gewaakt over het fundamentele karakter van de grondwet dat meer is dan “een vodje papier”.

Zegen van Venetië

De N-VA stapte met deze zaak naar de Commissie van Venetië, die zich binnen de Raad van Europa bezighoudt met het bevorderen van het grondwettelijk recht en de democratische orde, om de tijdelijke herziening van artikel 195 van de Grondwet te laten onderzoeken.

De Commissie van Venetië stelt dat de bestaande procedure enkele belangrijke waarborgen behelst, maar merkt tegelijk op dat deze niet steeds ten volle worden bereikt in de praktijk. Om die reden legt de Commissie de argumenten van de oppositie met betrekking tot de waarborgen van artikel 195 naast zich neer. Verder stelt zij dat artikel 195 niet louter wordt geschorst, maar wel degelijk wordt gewijzigd. Op 20 juni 2012, besluit zij dan ook dat de gebruikte constructie niet in strijd is met de letter en de geest van het grondwetsartikel. Volgens haar houdt de overgangsbepaling geen schending in van de Belgische Grondwet noch van de internationale normen en standaarden.

Laatste woord over artikel 195 nog niet gevallen

Hoewel de overgangsbepaling volgens de Commissie van Venetië juridisch volledig in orde is, betekent dit evenwel niet dat deze ‘truc’ niet kan en moet worden bekritiseerd. De kans bestaat dat men in de toekomst nog enkel artikel 195 voor herziening vatbaar zal verklaren. “Na verkiezingen kan dan het volgende parlement om het even welk grondwetsartikel herzien. Een gevaarlijke evolutie”, stelt Matthias Storme. Dergelijke evolutie ondermijnt namelijk de essentiële waarborgen van artikel 195.

Men zou beter overleg plegen over een duurzame herziening van artikel 195. Sommige politici zijn echter terughoudend, aangezien zij vrezen dat een versoepeling van de herzieningsprocedure een verdere defederalisering en dus ontmanteling van het federale niveau al te gemakkelijk zal maken. 

Eind september 2014 voerde de Kamer van volksvertegenwoordigers een debat over de nieuwe regeerverklaring. De intentie tot opname van artikel 195 in de herzieningsverklaring op het einde van de legislatuur heeft het regeerakkoord van de nieuwe regering-Michel I niet gehaald, ondanks aandringen van de N-VA. Wij roepen de politici op om de komende jaren het debat aan te gaan over een modernisering van de grondwetsherzieningsprocedure in plaats van opnieuw de truc met artikel 195 toe te passen. To be continued.


[1] P. Popelier, “De truc met artikel 195: een lapje voor het bloeden met de zegen van Venetië”, CDPK 2012, 421-443.

[2] J. Mollin, “De Grondwet, een vodje papier”, Juristenkrant 2013, nr. 246, 10-11.

[3] P. Peeters, “De ‘overgangsbepaling’ van artikel 195 van de Grondwet: een noodzakelijke voorwaarde voor de uitvoering van de zesde staatshervorming’, TBP 2013, 379-388

[4] P. Vandernoot, “La révision de l’article 195 de la Constitution du 29 mars 2012: ‘Ceci (n’)est (pas) une révision’” in J. Sautois en M. Uyttendaele (eds.), La sixième réforme de l’Etat (2012-2013). Tournant historique du soubresaut ordinaire?, Limal, Anthemis, 2013, 13-80.

[5] J. Van Nieuwenhove, “De nieuwe ‘overgangsbepaling’ bij artikel 195 van de Grondwet. Een herbruikbare tijdelijke afwijking van de herzieningsprocedure?”, TVW 2012, 156-172.

Bron afbeelding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *