BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Louis François (student assistant, UGent).

  1. Scholarship
  1. Journals
  • Rechtskundig weekblad, 2018, no. 13 (24 November 2018)

C. VAN HEYNING, A. VAN DE MEULEBROUCKE, “Verbrandt de wetgever zijn vingers aan de vingerafdrukken op de identiteitskaart?”, 482

  • Nieuw Juridisch Weekblad, 2018, no. 388

F. JUDO, “Materiële bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof verantwoordt gespreide toetsing aan het gelijkheidsbeginsel”, 686

  • Juristenkrant, 2018, no. 379

B. NELISSEN, W. SUENENS, “Grondwettelijk Hof fluit ‘unus iudex’ terug in sociaal strafrecht, 7

K. MUYLLE, “Maak de Raad van State bevoegd voor voorstellen tot herziening Grondwet”, 11

M. QUENÉ, “Marrakech: pacta sunt servanda”, 16

  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 41

P. DEPUYDT, L. DE CAEVEL, “La Cour constitutionnelle ne sanctionne pas le rejet du désaveu en matière pénale. Partie remise ?”, 937

  • Tijdschrift voor wetgeving, 2018, no. 4

P. POPELIER, “Juridische, administratieve en politieke factoren bij de tijdige omzetting van Europese richtlijnen”, 188

P.D.G. CABOOR, H. EL BACHIRI, “Parlementair recht. De gezamenlijke decreten en ordonnanties schieten uit de startblokken (deel 2)”, 205

P. POPELIER, “Rechtspraak Europees Hof van de Rechten van de Mens”, 215
P. POPELIER, “Rechtspraak Grondwettelijk Hof”, 228

  • Revue belge de droit constitutionelle, 2018, no. 2

F. DELPÉRÉE, F. JANSSENS, “Le financement public des parlements”, 205

R. ERGEC, “La sécession sous l’angle des systèmes constitutionnels nationaux”, 233

A-S. BOUVY, M. BORRES, P. NIHOUL, J.T. DEBRY, N. CAMBIER, “La Cour constitutionnelle – Chronique de jurisprudence 2017’, 251

  1. Books
  • B.J. VAN ETTEKOVEN, Vlaamse en Nederlandse bestuursrechtspraak in vergelijkend perspectief, Brugge, die Keure, 2018, 120
  1. Decisions of the Belgian Constitutional Court
  1. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt dat artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 juli 2008 « tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State », de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt in zoverre het geen verjaringstuitende werking toekent aan de bij de Raad van State ingestelde beroepen die niet tot een vernietigingsarrest leiden; (8 November 2018, no. 148/2018 )
  • vernietigt artikel 3 van de wet van 14 juni 2017 tot wijziging van artikel 36bis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens; handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling; verwerpt de beroepen voor het overige; (8 November 2018, no. 153/2018 )
  • oordeelt dat artikel 128, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; De ontstentenis van een wetsbepaling die de kamer van inbeschuldigingstelling toelaat een rechtsplegingsvergoeding ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een beschikking van de raadkamer tot buitenvervolgingstelling gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie en die daarbij in het ongelijk wordt gesteld, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; (22 November 2018, no. 159/2018 )
  • stelt dat, aldus geïnterpreteerd dat de daarin bepaalde sanctie van niet-ontvankelijkheid niet van toepassing is op een vordering ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, schendt artikel III.26 van het Wetboek van economisch recht de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aldus geïnterpreteerd dat de daarin bepaalde sanctie van niet-ontvankelijkheid eveneens van toepassing is op een vordering ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, schendt artikel III.26 van het Wetboek van economisch recht de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet. (22 November 2018, no. 160/2018 )
  • stelt dat artikel 78 van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het niet erin voorziet dat, wanneer de in artikel 76, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde correctionele kamer uit drie rechters bestaat, één van de rechters een bijzondere opleiding heeft gevolgd of dat één van hen rechter is in de arbeidsrechtbank. – De gevolgen van die bepaling worden gehandhaafd ten aanzien van alle vonnissen die vóór de bekendmaking van dit arrest in het Belgisch Staatsblad zijn gewezen in omstandigheden als vermeld in de prejudiciële vragen; (22 November 2018, no. 162/2018 )
  • vernietigt artikel 82 van de wet van 18 april 2017 houdende diverse bepalingen inzake economie; (29 November 2018, no. 167/2018 )
  1. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • verwerpt het beroep tot vernietiging van de artikelen 120 tot 125, 127 tot 132 en 146 van de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie; (8 November 2018, no. 150/2018 )
  • stelt dat de artikelen 1675/13, § 3, en 1675/13bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schenden, in zoverre zij de schuldvorderingen van de socialezekerheidsinstellingen die het slachtoffer van sociale fraude zijn, niet uitsluiten van de mogelijkheid om te worden opgenomen in een gerechtelijke aanzuiveringsregeling die in een kwijtschelding van schulden voorziet; (8 November 2018, no. 151/2018 )
  • verwerpt beroep tot vernietiging van artikel V.8 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 16 juni 2017 betreffende het onderwijs XXVII; (8 November 2018, no. 152/2018 )
  • stelt dat de artikelen 1, 2 en 46 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schenden, in zoverre de lasthebbers en de aangestelden van de werkgever zich niet kunnen beroepen op de uit artikel 46 voortvloeiende burgerrechtelijke immuniteit wanneer het slachtoffer van een arbeidsongeval een persoon is die een individuele beroepsopleiding volgt, zoals bedoeld in de artikelen 90 en volgende van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding; (8 November 2018, no. 154/2018 )
  • oordeelt dat, onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.11.1, artikel 11, § 2, eerste lid, 4°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in de versie die van toepassing is vóór de wijziging ervan bij de wet van 4 mei 2016 « houdende diverse bepalingen inzake asiel en migratie en tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen », de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (22 November 2018, no. 156/2018 )
  • oordeelt dat de artikelen II.285, tweede lid, en I.3, 69°, van de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs, de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, in samenhang gelezen met de artikelen 6, lid 1, en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schenden; (22 November 2018, no. 157/2018 )
  • stelt dat artikel 74, § 3, eerste lid, 1°, van de wet van 29 maart 1962 « houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedebouw », zoals vervangen bij artikel 27 van de wet van 22 december 1970, artikel 192 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals vervangen bij artikel 47 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 26 april 2000, artikel 192, § 2, van het voormelde decreet van 18 mei 1999, zoals vervangen bij het Vlaamse decreet van 21 november 2003, de artikelen 4.6.4, § 1, tweede lid, 2°, en 4.2.14, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gecoördineerd op 15 mei 2009, artikel 7.5.6, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, vóór de wijziging ervan bij de artikelen 57 en 58 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 juli 2010 « houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid » en artikel 7.5.6, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, na de wijziging ervan bij de artikelen 57 en 58 van het decreet van 16 juli 2010, de artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met het rechtszekerheidsbeginsel en met het vertrouwensbeginsel, niet schenden; (22 November 2018, no. 158/2018 )
  • oordeelt dat artikel 128, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; De ontstentenis van een wetsbepaling die de kamer van inbeschuldigingstelling toelaat een rechtsplegingsvergoeding ten laste te leggen van de burgerlijke partij die, zonder daarin te worden voorafgegaan of gevolgd door het openbaar ministerie, hoger beroep instelt tegen een beschikking van de raadkamer tot buitenvervolgingstelling gewezen op een strafvordering ingesteld door het openbaar ministerie en die daarbij in het ongelijk wordt gesteld, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet; (22 November 2018, no. 159/2018 )
  • stelt dat, aldus geïnterpreteerd dat de daarin bepaalde sanctie van niet-ontvankelijkheid niet van toepassing is op een vordering ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, schendt artikel III.26 van het Wetboek van economisch recht de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aldus geïnterpreteerd dat de daarin bepaalde sanctie van niet-ontvankelijkheid eveneens van toepassing is op een vordering ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak, schendt artikel III.26 van het Wetboek van economisch recht de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet; (22 November 2018, no. 160/2018 )
  • verwerpt de beroepen tot vernietiging van artikel 2.12.8 van de wet van 22 december 2017 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2018; (22 November 2018, no. 161/2018 )
  • stelt dat artikel 1 van de wet van 2 september 1980 « houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Bern op 28 augustus 1978 » in zoverre het instemming verleent met artikel 15, lid 3, van die Overeenkomst, in samenhang gelezen met paragraaf 1 van dezelfde bepaling, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het beginsel van rechtszekerheid, niet schendt; (29 November 2018, no. 163-2018 )
  • oordeelt dat artikel 16 van het decreet van het Waalse Gewest van 18 oktober 2007 betreffende de taxidiensten en de diensten van verhuur van wagens met chauffeur het artikel 170, § 4 en de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet niet schendt; (29 November 2018, no. 164/2018 )
  • stelt dat de artikelen 3 tot 13 van de wet van 3 juli 1967 « betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector » de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schenden; (29 November 2018, no. 165/2018 )
  • oordeelt dat artikel 131ter, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (29 November 2018, no. 166/2018 )
  • verwerpt de beroepen tot vernietiging van de artikelen 77 en 79 van de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting; (29 November 2018, no. 168/2018 )
  • verwerpt de vordering tot schorsing van de artikelen 11, 5°, 15, 1°, 24, 4°, 43, 1°, en 47, 16°, van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen; (29 November 2018, no. 169/2018 )
  • verwerpt de vordering tot gedeeltelijke schorsing van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen; (29 November 2018, no. 170/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van artikel 7 van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen; (29 November 2018, no. 171/2018 )
  1. Request for interpretation

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt dat de handhaving van de gevolgen van de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 1 juli 2016, bij het arrest nr. 34/2018, in die zin moet worden uitgelegd dat de gehandhaafde gevolgen van de vernietigde bepalingen zich beperken tot de reeds betaalde belastingen voor de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018. De definitieve handhaving laat de belastingadministratie niet toe na de voormelde periode ten aanzien van de belastingplichtige op grond van de vernietigde bepalingen nog beslissingen te nemen of handelingen te stellen die betrekking hebben op situaties die zich vóór 22 mei 2018 hebben voorgedaan; (8 November 2018, no. 155/2018 )
  1. Prejudicial questions to the European Court of Justice

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt, alvorens uitspraak ten gronde te doen, aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende prejudiciële vragen :

1. Dienen artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 36 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in het buitenland is gevestigd ?

2. Dienen artikel 63 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 40 van de Overeenkomst van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte aldus te worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale regeling waarbij een taks op de beursverrichtingen wordt ingevoerd, zoals bedoeld in de artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en taksen, en die tot gevolg heeft dat de Belgische ordergever schuldenaar wordt van die taks wanneer de tussenpersoon van beroep in het buitenland is gevestigd ?

3. Zou het Grondwettelijk Hof, indien het op grond van het antwoord verstrekt op de eerste of de tweede prejudiciële vraag tot de conclusie zou komen dat de bestreden artikelen één of meer van de uit de in die vragen vermelde bepalingen voortvloeiende verplichtingen schendt, de gevolgen van de artikelen 120 en 1262 van het Belgisch Wetboek diverse rechten en taksen tijdelijk kunnen handhaven teneinde rechtsonzekerheid te voorkomen en de wetgever in staat te stellen ze in overeenstemming te brengen met die verplichtingen ? (8 November 2018, no. 149/2018)

  1.  Conferences
  • Seminarie: “Welke Grondwet na 2019?”

    Frédéric BOUHON, Mathias EL BERHOUMI, Toon MOONEN, Céline ROMAINVILLE, Dave SINARDET.

    • 11 and 25 January 2019 at the Paleis der Academiën, Rue Ducale, 1, 1000 Brussels.
    • For more information; See website
    • For reservations: See website
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *