BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Siemen Van den Broecke (student assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 363 (14 February 2017)
    A. MAES, “Ontslag wegens absenteïsme door handicap is niet altijd discriminatie”, 3
    C. JENART, “Systeem van whereabouts voor elitesporters blijft overeind”, 6
    F. DORSSEMONT, “Hoofddoek op het werk: het doek is nog niet gevallen”, 12
    S. HENNAU en S. KEUNEN, “Genderquota in Belgische gemeentebesturen”, 16
     
  • De Juristenkrant, no. 364 (27 February 2018)
    P. VANWALLEGHEM, “Procedurewaarborgen ontoereikend bij onderzoek tegen personen met voorrecht van rechtsmacht”, 4-5
    L. REYNTJENS, “Belkacem nationaliteit afnemen: een maat voor niets?”, 364, 11
    I. BAMBUST, “Controle in de noodopvang”, 16
     
  • Journal des tribunaux, 2018, no. 5
    M-A. BEERNAERT en D. VANDERMEERSCH, “La Cour constitutionnelle recadre le législateur « pot-pourri II » : l'arrêt 148/2017 du 21 décembre 2017”, 81-96
     
  • Journal des tribunaux, 2018, no. 7
    É. BEGUIN, “Le congé pour exploitation personnelle par celui qui a donné les biens en location : Cour de cassation versus Cour constitutionnelle ?”, 138-139
    C. MATRAY, “Réformes de la justice : savoir, comprendre, nuancer ou pourfendre ?”, 143
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-2018, no. 24
    L. SALOMEZ, noot onder Hof van Cassatie 7 april 2017, nr. C.15.0379.N, “Bezit van staat en het Hof van Cassatie”, 940-944
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 25
    S. VOET en T. PAUWELS, “Hoe beroep aantekenen tegen een gemeentelijke administratieve geldboete?”, 998-1000
     
  • Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent, 2018, no. 2
    V. DOOMS, “Over het doorkruisen van beginselen van ambtenarenrecht in het arbeidsrecht”, 89-92

B. Books

  • S. SOTTIAUX, N. APPERMONT, C. BEHRENDT, C. BUGGENHOUDT, K. DEKETELAERE, D. D'HOOGHE, Q. PIRONNET, M. SPINOY, T. STERCKX, J. THEUNIS, S. VAN GARSSE, R. VANDER HULST, S. VERBIST, A. VERSCHAVE, Themis 103 – Publiekrecht, Die Keure, 2018, 231 p.

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • beslist dat de artikelen 479 en 480 van het Wetboek van strafvordering de Grondwet schenden in zoverre zij niet voorzien in de tussenkomst van een onderzoeksgerecht om, in de loop van het gerechtelijk onderzoek, toezicht te houden op de regelmatigheid van de rechtspleging en als beroepsinstantie uitspraak te doen over de beslissingen van de als onderzoeksrechter aangewezen magistraat; (1 February 2018, no. 09/2018);
     
  • stelt dat, onder voorbehoud van de interpretatie vermeld in B.8.2 en B.8.3, namelijk dat zowel het openbaar ministerie als de rechtscolleges artikel 347-1, 3°, van het Burgerlijk Wetboek dienen toe te passen in het licht van het belang van het kind, zoals dat wordt gewaarborgd bij artikel 22bis, vierde lid, van de Grondwet en bij artikel 3, lid 1, van het Verdrag inzake de rechten van het kind en dat bijgevolg een nieuwe adoptie dient te worden gevorderd en toegestaan telkens wanneer een afweging van de verschillende in het geding zijnde belangen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met het belang van het kind, zulks vereist, artikel 347-1 van het Burgerlijk Wetboek de Grondwet niet schendt; (1 February 2018, no. 11/2018);
     
  • bepaalt dat artikel 25, § 2, b), van de wet van 17 mei 2006 « betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringmodaliteiten », in de versie ervan die van toepassing is voor de verwijzende rechter, in samenhang gelezen met de artikelen 25, 56, tweede en derde lid, en 80 van het Strafwetboek en met artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, de Grondwet schendt, in zoverre het tot gevolg heeft dat een persoon die, in staat van wettelijke herhaling, door een correctioneel rechtscollege wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een wanbedrijf of een gecorrectionaliseerde misdaad die oorspronkelijk, vóór de correctionalisering ervan, strafbaar was met de straf van opsluiting van vijf tot tien jaar, in aanmerking komt voor de voorwaardelijke invrijheidstelling na twee derde van zijn straf te hebben ondergaan, terwijl een persoon die, in staat van wettelijke herhaling, door een correctioneel rechtscollege wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een gecorrectionaliseerde misdaad die oorspronkelijk, vóór de correctionalisering ervan, strafbaar was met een andere straf van opsluiting, in aanmerking komt voor de voorwaardelijke invrijheidstelling na een derde ervan te hebben ondergaan; (7 February 2018, no. 15/2018);
     
  • vernietigt artikel 1/1, § 2, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 196 van de programmawet van 19 december 2014, in zoverre het niet voorziet in een vrijstelling voor de aanvragen voor een verblijfsvergunning die uitgaan van erkende staatlozen ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat zij hun nationaliteit buiten hun wil hebben verloren en die aantonen dat zij geen wettige en duurzame verblijfstitel kunnen verkrijgen in een andere Staat waarmee zij banden zouden hebben; (22 February 2018, no. 18/2018);
     
  • beslist dat artikel 70, in samenhang gelezen met artikel 7, van het Wetboek der successierechten de Grondwet, in samenhang gelezen met het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, schendt, in zoverre het bepaalt dat de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden in de nalatenschap van een rijksinwoner samen aansprakelijk zijn, ieder in verhouding tot zijn erfdeel, voor de gezamenlijke rechten en interesten verschuldigd door de legatarissen en begiftigden onder algemene titel of onder bijzondere titel, zelfs wanneer de eerstgenoemden niet de mogelijkheid hebben gehad zich ervan te vergewissen dat de laatstgenoemden de rechten en interesten zullen betalen die zij verschuldigd zijn; (22 February 2018, no. 20/2018);
     
  • acht artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, in die zin geïnterpreteerd dat het een beletsel vormt voor het recht van een door een overheid tewerkgestelde werknemer om vóór zijn ontslag, om dringende redenen die verband houden met zijn persoon of zijn gedrag, te worden gehoord, in overeenstemming met de Grondwet;

     

     

    beschouwt, rekening houdend met hetgeen is vermeld in B.8.2, schendt dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat zij geen beletsel vormt voor het recht van een door een overheid tewerkgestelde werknemer om vóór zijn ontslag, om dringende redenen die verband houden met zijn persoon of zijn gedrag, te worden gehoord, de grondwettig; (22 February 2018, no. 22/2018);
     

  • stelt dat artikel 136 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in samenhang gelezen met artikel 257 van hetzelfde Wetboek, zoals zij in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van toepassing zijn, schendt de Grondwet schendt in zoverre het de alleenstaande belastingplichtige, die zijn kinderen op gelijkmatig gedeelde wijze huisvest, onder geen enkele voorwaarde de mogelijkheid biedt om een gedeeltelijke vermindering van de onroerende voorheffing te genieten in verband met het onroerend goed dat hij betrekt; (22 February 2018, no. 23/2018).
     

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, betreffende de buitencontractuele aansprakelijkheid, en artikel 95 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, met betrekking tot de indeplaatsstelling van de verzekeraar, de Grondwet niet schenden; (1 February 2018, no. 10/2018);
     
  • acht artikel 10, § 1, eerste lid, 5°, en tweede lid, a), van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in overeenstemming met de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; (7 February 2018, no. 14/2018);
     
  • bevestigt dat artikel 23, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, betreffende het verlies van de nationaliteit, de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, het Protocol nr. 7 bij dat Verdrag, met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem, niet schendt;

     

     

    stipuleert dat dezelfde bepaling de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, niet schendt; (7 February 2018, no. 16/2018);
     

  • beslist dat de artikelen 848 tot 850 van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende de ontkentenis van proceshandelingen, de Grondwet niet schenden; (22 February 2018, no. 21/2018).

III. Upcoming conferences

  • La Modification Constitutionelle dans Tous ses États: Expériences Belge, Canadienne et Européenne, Brussels, 28 April 2018. More information available in this document.
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 1 comments

  1. Haley Reply

    Actually when someone doesn’t understand afterward its up
    to other viewers that they will help, so here it occurs.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *