BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Siemen Van den Broecke (student assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

  • Chroniques de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken, 2017, no. 3
    R. JANVIER e.a., “Naar een principiële contractuele tewerkstelling in de Belgische publieke sector? Genese van het contractueel dienstverband, stand van zaken en een blik op de toekomst.”, 366-390
    S. WATTIER, “Le genre et le sexe des sénateurs depuis la Sixième Réforme de l’Etat”, 391-397
    N. TULKENS e.a., “Het Stabiliteitsverdrag-arrest van het Grondwettelijk Hof: een arrest zonder belang?”, 398-429
    S. DEVRIENDT, noot onder Grondwettelijk Hof 23 februari 2017, nr. 29/2017 Hof van Cassatie beoordeelt staatsaansprakelijkheid voor eigen foutief arrest: nemo judex in causa sua? , 430-443
     
  • De Juristenkrant, no. 361 (17 January 2018)
    J. LIEVENS, “EHRM opent deur naar Europese erkenning homohuwelijk”, 1-2
    B. AERTS, “‘Religie kan sociale normen brengen in een samenleving met te veel wetten’ [Interview met Khalid Benhaddou]”, 8-9
    W. DE SMEDT, “Ook België dreigt zijn stemrecht in Europa te verliezen”, 11
    F. SCHUERMANS, “Strafvervolging krijgt er alweer een processuele hindernis bij”, 12
    M. COLETTE, “Europa als cartesiaanse duiker”, 13
     
  • De Juristenkrant, no. 362 (31 January 2018)
    P. TERSAGO en L. AUGUSTYNS, “Grondwettelijk Hof frist potpourri II op”, 1-2
    S. OUALD CHAIB, “Verbod op religieuze hoofddeksels in de rechtszaal in strijd met godsdienstvrijheid”, 7
    A. KEEREMAN, “‘De EU is geen ideologische visie, maar een antwoord op de economische realiteit’ [Interview met Koen Lenaerts en Piet Van Nuffel]”, 8-9
    P. BORGHS, “Transgenderwet is nog te rigide”, 11
     
  • Nieuw Juridisch Weekblad, 2018, no. 374
    K. GEUKENS, “Benadeelde persoon. Artikel 19bis-11 §2 WAM-Wet: botsing tussen wetgever en hoogste rechtscolleges”, 2-6
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 19
    T. VANDROMME, “Sociale huurder moet taalkennisvereiste naleven”, 722
     
  • Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent, 2017, no. 20
    A. VAN DER PLANKEN en D. DELARUE, “Waarom doen we niet meer met de antwoorden die we krijgen op onze prejudiciële vragen?”, 1554-1559
     
  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2017, no. 10
    H. BORTELS, “Rechtspraakoverzicht Grondwettelijk Hof 2016. Bevoegdheid en rechtspleging”, 576-599
     
  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2018, no. 1
    V. VUYLSTEKE en S. DE SOMER, “De evaluatie van het statutair overheidspersoneel en het ontslag wegens beroepsongeschiktheid: algemene principes”, 4-22

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikel 204 van het Wetboek van strafvordering, in die zin geïnterpreteerd dat geen grievenverzoekschrift moet worden ingediend door het openbaar ministerie wanneer het hoger beroep instelt bij het in artikel 205 van het Wetboek van strafvordering bedoelde exploot van dagvaarding, de Grondwet, in samenhang gelezen het Europees Verdrag voor de rechten van mens, schendt;

     

     

    bepaalt dat dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat een grievenverzoekschrift moet worden ingediend door het openbaar ministerie wanneer het hoger beroep instelt bij het in artikel 205 van het Wetboek van strafvordering bedoelde exploot van dagvaarding, de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van mens, niet schendt;

    stelt dat dezelfde bepaling de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt in zoverre zij erin voorziet dat het openbaar ministerie bij de rechtbank die of het Hof dat kennis moet nemen van het hoger beroep beschikt over een termijn van veertig dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis om zijn beroep te doen betekenen;

    beslist dat dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat zij niet van toepassing is op de geïnterneerde of de gedetineerde die, overeenkomstig artikel 1 van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen, een verklaring van hoger beroep doet aan de directeur van de instelling of aan zijn gemachtigde, de Grondwet, in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, schendt; 

    concludeert dat dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat zij van toepassing is op de geïnterneerde of de gedetineerde die, overeenkomstig artikel 1 van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen, een verklaring van hoger beroep doet aan de directeur van de instelling of aan zijn gemachtigde, de Grondwet, in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt; (18 January 2018, no. 2/2018);
     

  • beschouwt artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek als een schending van de Grondwet, in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre de daarin bepaalde vervaltermijn voor de bloedverwant in opgaande of neerdalende lijn van een echtgenoot die overleden is zonder in rechte te zijn opgetreden terwijl de termijn om zulks te doen nog niet verstreken is, kan aanvangen vooraleer hij kennis heeft kunnen nemen van het feit dat het kind geboren was of de overleden echtgenoot niet de vader van het kind was; (18 Januray 2018, no 3/2018)
     
  • vernietigt artikel 56ter, §5, 1°, b), van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg, in zoverre het erin voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen voor de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009, gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste gelijk is aan nul; (18 January 2018, no. 6/2018).

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • verklaart dat, onder voorbehoud van hetgeen is vermeld in B.5.3, B.5.4, B.6 en B.7 van het arrest, artikel 20bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, betreffende het bevel om werken uit te voeren om de woning, het pand dat het gebouw met de aanwezige woonentiteiten omvat, of de specifieke woonvorm als vermeld in artikel 5, §3, eerste lid, de Grondwet, in samenhang gelezen met het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt; (18 January 2018, no. 4/2018)
     
  • stelt dat artikel 41bis van het Strafwetboek de Grondwet niet schendt in zoverre, in criminele en correctionele zaken, wanneer de wet op het feit een vrijheidsstraf en een geldboete stelt, of een van die straffen alleen, het de omvang van de geldboete voor rechtspersonen steeds baseert op de vrijheidsstraf, ook wanneer voor natuurlijke personen de mogelijkheid bestaat om niet de vrijheidsstraf, doch enkel een geldboete op te leggen;

     

     

    bepaalt dat artikel 41bis van het Strafwetboek, juncto artikel 181, §1, van het Sociaal Strafwetboek, de Grondwet niet schendt, in zoverre voor rechtspersonen een geconverteerde vrijheidsstraf moet worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, terwijl voor natuurlijke personen enkel de geldboete die de betrokken strafbepaling op het misdrijf stelt, moet worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers, onafhankelijk van de vrijheidsstraf; (18 January 2018, no. 5/2018);

  • oordeelt dat artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg en zoals blijft bestaan na de gedeeltelijke vernietiging ervan bij het arrest nr. 6/2018, de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, het Eerste Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, met het beginsel van niet-retroactiviteit van de wetten, met het beginsel van rechtszekerheid, met het evenredigheidsbeginsel en met het beginsel van non bis in idem, niet schendt; (18 January 2018, no. 7/2018).

III. Upcoming conferences

  • “Leerstoel Migratie- en Migrantenrecht”; CeMIS, UAntwerpen en Die Keure; 13 maart, 24 april en 15 mei 2018; meer info in dit document
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 1 comments

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *