BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Siemen Van den Broecke (student assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

  • Chroniques de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken, 2017, no. 1  
    M. BELMESSIERI, “Les mesures de protection juridictionnelle des candidats et soumissionnaires e´vince´s d’une procédure de marché public – armes redoutables ou factices ?”, 2-47
    K. WAUTERS en B. GHEYSENS, “De wet overheidsopdrachten anno 2016: evolutie of revolutie?”, 48-89
    F. SCHRAM, “Hergebruik van overheidsinformatie op het federale niveau”, 103-130
  • De Juristenkrant, no. 357 (8 November 2017)
    P. DE SMEDT, “Recht op toegang tot milieu-informatie zet geheimhoudingsplicht onder druk”, 8
    C. MAES en R. VAN CROMBRUGGE, “Catalonië: op scherpst van de snee in constitutionele ‘twilight-zone’”, 14
    A. ROEGIERS, “Hervorming cumulregel bij deeltijdse tewerkstelling is ongrondwettig”, 15
    W. DE SMEDT, “Een procureur is geen rechter”, 17
    D. FRANSEN, “Hervormde rijopleiding is bevoegdheidskluwen”, 20
  • De Juristenkrant, no. 358 (22 November 2017)
    P. CANNOOT, “Duits Grondwettelijk Hof maakt weg vrij voor derde geslachtsoptie”, nr. 358, 4
  • Nieuw Juridisch Weekblad, 2017, no. 369
    S. LAMBRECHT, “Vrijheid van meningsuiting op internet”, 701
  • Journal des tribunaux, 2017, no. 37
    D. MATRAY, “Moins de lois et plus de justice ?”, 735-738
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 13
    T. MOONEN, “De schorsing van een leemte in de wet: wat niet is, zal echt nog moeten komen”, Noot onder GwH 22 december 2016, nr. 170/2016, 490-498
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 14
    E. DIRIX, “Gezocht: een statisticus voor het Grondwettelijk Hof”, 522
    D. BIJNENS, “Een beperkte temporele werking van de grondwettelijke garantie op wetgevend optreden?”, Noot onder GwH 9 maart 2017, nr. 33/2017, 536-543

B. Books

  • X. DELGRANGE, L. DETROUX, P. JOASSART, A.-S. RENSON, C. ROMAINVILLE, M. SOLBREUX, M. VERDUSSEN, La sécurité sociale dans l'État fédéral, Anthemis, 2017, 124 p.
  • B. SEUTIN, G. VAN HAEGENDOREN, J. BAERT, S. BAETEN, T. CORTHAUT, M. ELST, F. INGELAERE, Y. PEETERS, J. THEUNIS, D. VAN EECKHOUTTE, J. VAN NIEUWENHOVE, F. VANDENDRIESSCHE, J. VANPRAET, I. VERHEVEN, De transversale bevoegdheden in het federale België, Die Keure, 2017, 514 p.
  • E. VANDENBOSSCHE, T. DE PELSMAEKER, M. EL BERHOUMI, F. GOSSELIN, L. LOSSEAU, W. PAS, P. PEETERS, J. SAUTIOS, S. VAN DROOGHENBROECK, A. WIRTGEN, D. YERNAULT, De Brusselse instellingen anno 2017 / Les institutions bruxelloises en 2017, Die Keure, 2017, 299 p.
  • P. VERBEKE, Overheidsopdrachten voor Beginners, Die Keure, 2017, 328p.

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

Het Grondwettelijk Hof:

  • bepaalt dat in zoverre zij de cumulatie van verschillende aanvullende vergunningen van onderscheiden klassen (A+, B+ en F1+) voor de exploitatie van kansspelen en weddenschappen via een en dezelfde domeinnaam en de daaraan verbonden URL’s niet verbiedt, de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers de Grondwet niet schendt; (9 November 2017, no. 129/2017);
  • acht artikel 345, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek onverenigbaar met de Grondwet en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in zoverre het de adoptie van een kind door een adoptant met wie er een leeftijdsverschil is dat overeenstemt met datgene dat is bepaald in artikel 345, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en die met de geadopteerde een duurzame affectieve relatie heeft opgebouwd, niet toestaat; (23 November 2017, no. 131/2017);
     
  • beschouwt artikel 9, tweede lid, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 3, van het Burgerlijk Wetboek (“Regels betreffende de pacht in het bijzonder”) ongrondwettelijk indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het een verpachter die zijn landbouwbedrijf heeft stopgezet om het daarna te verpachten, verbiedt de pachtovereenkomst op te zeggen voor de overdracht van de exploitatie aan een van de in artikel 7, 1°, limitatief opgesomde personen; (23 November 2017, no. 133/2017);
     
  • stelt dat, geïnterpreteerd in die zin dat het bedrag van het jaarloon, dat als criterium dient om de maximumduur van de proeftijd te bepalen, overeenstemt met het werkelijke loon van de bediende zonder rekening te houden met het feit dat die voltijds of deeltijds werkt, artikel 67, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zoals het van kracht was op het ogenblik van de feiten, de Grondwet schendt; (23 November 2017, no. 134/2017);
     
  • vernietigt de artikelen 9, 10 en 21 van de wet van 10 augustus 2015 “tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen en tot wijziging van de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd van het overlevingspensioen”, in zoverre zij de leeftijd voor het toekennen van een overlevingspensioen optrekken naar 55 jaar voor de in B.57.2 en B.57.3 bedoelde personen; (30 November 2017, no. 135/2017);
     
  • acht artikel 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1964 (thans artikel 346 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992), in de interpretatie volgens welke het de administratie zou toestaan om ten laste van de belastingplichtige die wel antwoordde binnen de termijn van een maand na de verzending van het bericht van wijziging van aangifte en die niet met de wijziging van zijn aangifte heeft ingestemd, terwijl de rechten van de Schatkist niet in gevaar verkeren wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijn, een aanslag te vestigen na de termijn van een maand na de verzending, maar vóór het verstrijken van de termijn van een maand vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het bericht van wijziging van aangifte, grondwettig; (30 November 2017, no. 138/2017);
     
  • beschouwt artikel 11, § 5, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel ongrondwettig in zoverre het niet voorziet in een beroepsmogelijkheid tegen de beslissing waarbij de borgsom aan de Staat wordt toegewezen; (30 November 2017, no. 140/2017);
     
  • stelt dat onder voorbehoud van de in B.13.2 vermelde interpretatie, de artikelen 2 en 3 van de wet van 25 januari 2010 “tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol) wat betreft de benoeming in de graad van aanstelling van bepaalde personeelsleden van de algemene directie van de gerechtelijke politie” de Grondwet niet schenden; (30 November 2017, no. 141/2017);
     
  • vernietigt artikel 13 van het decreet van de Franse Gemeenschap van 29 maart 2017 betreffende de studie geneeskunde en de studie tandheelkunde, doch enkel in zoverre het de studenten die vóór de inwerkingtreding van dat decreet zijn ingeschreven voor de studies van de eerste cyclus in de geneeskunde en in de tandheelkunde, die een verminderd programma hebben gevolgd en die geslaagd zijn voor de cursussen waarin hun verminderingsovereenkomst voorziet, verhindert om de eerste 60 studiepunten van het studieprogramma van de eerste cyclus te verwerven alvorens te slagen voor het ingangs- en toelatingsexamen; (30 November 2017, no. 142/2017).

 

B. No violation of the Constitution

Het Grondwettelijk Hof:

  • stelt dat de artikelen 1 en 3, tweede lid, van de wet van 14 juli 1961 “tot regeling van het herstel der door grof wild aangerichte schade” de Grondwet niet schenden; (9 November 2017, no. 127/2017);
     
  • oordeelt dat artikel 21, tweede lid, betreffende het niet eerbiedigen van de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de toelichtende memorie door de verzoekende partij, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, in samenhang gelezen met artikel 17, § 6, van die wetten, m.b.t. vordering tot voortzetting van de procedure, de Grondwet niet schenden; (9 November 2017, no. 128/2017);
     
  • beschouwt artikel 135, § 1, van het Wetboek van strafvordering, dat bepaalt dat het openbaar ministerie en de burgerlijke partij hoger beroep kunnen instellen tegen alle beschikkingen van de raadkamer, grondwettelijk; (9 November 2017, no. 130/2017);
     
  • bevestigt dat de artikelen 39 en 40 van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen, m.b.t. de maximumbedragen voor rustpensioenen, de Grondwet niet schenden. (23 November 2017, no. 132/2017);
     
  • bepaalt dat artikel 9, tweede lid, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 3, van het Burgerlijk Wetboek (« Regels betreffende de pacht in het bijzonder ») de Grondwet niet schendt indien het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het een verpachter die zijn landbouwbedrijf heeft stopgezet om het daarna te verpachten, toestaat de pachtovereenkomst op te zeggen voor de overdracht van de exploitatie aan een van de in artikel 7, 1°, limitatief opgesomde personen; (23 November 2017, no. 133/2017);
     
  • stelt dat, geïnterpreteerd in die zin dat het erin vermelde bedrag van het jaarloon datgene is van een bediende die voltijds werkt en dat ten aanzien van een bediende die deeltijds werkt, dat bedrag datgene is van het jaarloon dat die bediende proportioneel zou hebben gehad indien hij voltijds had gewerkt, artikel 67, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, zoals het van kracht was op het ogenblik van de feiten, grondwettig is; (23 November 2017, no. 134/2017);
     
  • oordeelt dat de artikelen 2, 7°, dat de definitie van een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid vastlegt, en 5, 2°, m.b.t. de minimale tijdelijke arbeidsongeschiktheid, van de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg de Grondwet niet schenden; (30 November 2017, no. 136/2017);
     
  • beschouwt artikel 38, § 2bis, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, m.b.t. het effectief verval van het rijbewijs, grondwettig; (30 November 2017, no. 137/2017);
     
  • Rekening houdend met de in B.9 en B.10 vermelde beoordelingsbevoegdheid van de rechter, schendt artikel 1051, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek de Grondwet, in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet, in zoverre het betrekking heeft op een geschil waarin de gerechtsbrief bedoeld in artikel 792, tweede lid, van hetzelfde Wetboek de sociaal verzekerde niet heeft bereikt en de kennisgeving bedoeld in artikel 792, vierde lid, van hetzelfde Wetboek de advocaat van de sociaal verzekerde niet heeft bereikt doordat de griffie die kennisgeving naar een verkeerd adres heeft gestuurd; (30 November 2017, no. 139/2017).

 III. Upcoming conferences

  • Themis studievorming: Publiekrecht, 8 februari 2018 te Leuven, maandag 19 februari 2018 te Kortrijk, dinsdag 27 februari 2018 te Hasselt, voor meer info zie hier.
  • Update Gemeenterecht 2017-2018, 23 februari 2018 te Gent, voor meer info zie hier.
  • Ontwikkelingen inzake Europees recht en mensenrechten, 13 maart 2018 te Antwerpen, voor meer info zie hier
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *