BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Louis François (student assistant, UGent).

  1. Scholarship 

A. Journals

  • Juristenkrant, 2018, no. 375 (10 Oktober 2018)

S. OUALD-CHAIB, “Mensenrechtenhof veroordeelt België voor verbod op religieus hoofddeksel in rechtszaal”, 3

R. VASSEUR, “Grondwettelijk Hof verwijst videoconferentiewet naar prullenmand”, 4

  • Juristenkrant, 2018, no. 376 (24 oktober 2018)

P. GILLAERTS, “Klimaatzaken tegen de overheid: balanceren tussen rechtstaat en rechterlijk activisme”, 1

M. MEULEBROUCK, “Decreetgever moet verdeling financiële middelen onder steden en gemeenten actualiseren”, 2

D. LEESTMANS, “Mensenrechten zijn hefboom in maatschappelijk debat”, 15

  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 28

D. CHEVALIER, “Le décret régional wallon du 15 mars 2018 relatif au bail d'habitation”, 658-660

  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 32

P. MARTENS, “Radicaliser la justice – projet pour la démocratie”, 742

  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 34

D. LAGASSE, “L'excès de formalisme du Conseil d'État à nouveau sanctionné à Strasbourg”, 779-780

  1. Books
  • C. BIMBENET, C. BUGGENHOUDT, S. VERBIST, Het Vlaams Onteigeningsdecreet. Een kritische analyse voor overheid, eigenaar en magistraat, Brugge, die Keure, 2018, 237.
  • R. STEVENS, K. DIDDEN, Raad van State/ I. Afdeling bestuursrechtspraak / 2. Het procesverloop, Brugge, die Keure, 2018, 831.
  1. Conferences
  • Colloquium: “De vereiste van legaliteit: een beginsel van de Belgische democratie in gevaar?”

    • Bruno Lombaert, Luc Detroux, Mathias El Berhoum.
    • Friday 7 December 2018 at the Huis van de Parlementsleden, Leuvenseweg, 21, B-1000 Brussel.
    • For more information, please send an e-mail to: opleiding@larciergroup.com.
    • See website  
  • Studienamiddag CABG: “Blokchain en smart contracts: het einde van de vertrouwde tussenpersoon?”

    • Jurgen Goossens, Pierre Thiriar, Kristof Verslype.
    • Thursday 6 December 2018 at Auditorium 4, zaal Cour&Jardin, Sint-Denijslaan 485, 9000 Gent.
    • For more information, please send an e-mail to: opleiding@larciergroup.com.
    • See website

Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt dat in de interpretatie dat de rechter het beginsel van gelijkheid van de schuldeisers in acht moet nemen zonder rekening te houden met de wettelijke of conventionele redenen van voorrang wanneer hij overgaat tot de verdeling van het saldo van de bemiddeling in geval van herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid tot de collectieve schuldenregeling, de artikelen 1675/7, § 1, derde lid, en § 4, en 1675/15, §§ 2/1 en 3, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden; (4 October 2018, no. 118/2018 )
  • oordeelt dat in zoverre zij niet van toepassing zijn op de intern aangelegde aanvullende pensioenvoorzieningen van de vennootschappen die hun eerste boekjaar afsluiten tussen 1 januari en 28 juli 2012, de artikelen 117 en 118 van de programmawet van 22 juni 2012, die de artikelen 3 en 75 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening respectievelijk wijzigen en opheffen, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schenden; (4 October 2018, no. 122/2018 )
  • vernietigt de artikelen 51 tot 58 van de programmawet van 25 december 2016, in zoverre zij de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen toestaan tot inbeslagneming over te gaan van een voertuig waarvan de kentekenhouder niet de eigenaar is; (4 October 2018, no. 124/2018 )
  • vernietigt de in artikel 1/2, § 3, derde lid, zesde streepje, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 18 december 2016 tot invoering van een algemene verblijfsvoorwaarde in de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, vervatte woorden « het strafrechtelijk verleden »; verwerpt het beroep voor het overige, onder voorbehoud van de interpretaties vermeld in B.19.1, B.19.2, B.40.6 en B.53; (4 October 2018, no. 126/2018 )
  • oordeelt dat artikel 38, § 7, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het niet van toepassing is wanneer de overtreding werd begaan door een voetganger; (4 October 2018, no. 129/2018 )
  • stelt dat artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd op 21 mei 1964, in die zin geïnterpreteerd dat het de Belgen met Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika, uitsluit van het rustpensioen waarin is voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt; (11 October 2018, no. 133/2018 )
  • oordeelt dat

    • artikel 187 van het Wetboek van strafvordering, zoals van toepassing vóór de vervanging ervan bij artikel 83 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, schendt, in zoverre het niet voorziet in de verplichting om een vonnis bij verstek gewezen jegens een persoon die onder bewind staat te betekenen aan die persoon en aan de woonplaats of de verblijfplaats van de bewindvoerder;
    • artikel 40 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, schendt, in zoverre het niet bepaalt dat bij de kennisgeving van het verval van het recht tot sturen dat is uitgesproken in het kader van een procedure bij verstek, melding moet worden gemaakt van de rechtsmiddelen die openstaan tegen een verstekvonnis, van de termijnen om die aan te wenden en van de na te leven vormvereisten; (11 October 2018, no. 134/2018 )
  • stelt dat artikel 851 van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. De gevolgen van die wetsbepaling worden gehandhaafd tot de inwerkingtreding van een wet die aan de in B.11 vastgestelde ongrondwettigheid een einde maakt en uiterlijk tot 31 augustus 2019; (11 October 2018, no.135/2018)
  • stelt dat in zoverre het de burgerlijke rechtbank niet toelaat de in dat artikel voorgeschreven « verdubbeling van het kijk- en luistergeld » gepaard te laten gaan met uitstel, artikel 18 van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, zoals gewijzigd bij artikel 19, 1°, van het decreet van het Waalse Gewest van 27 maart 2003 en vóór de vervanging ervan bij artikel 10 van het decreet van het Waalse Gewest van 19 september 2013 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, schendt; (11 October 2018, no. 138/2018 )
  • oordeelt dat artikel 68, derde lid, van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het niet toelaat dat ten aanzien van de hogere bedienden, voor het berekenen van het eerste deel van de opzeggingstermijn verbonden aan de anciënniteit verworven op 31 december 2013, toepassing wordt gemaakt van een op die datum geldende opzeggingsclausule; (18 October 2018, no. 140/2018 )
  • vernietigt de artikelen 68 en 69 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving; (18 October 2018, no. 144/2018 )
  1. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • bepaalt dat artikel 4, § 1, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken de artikelen 10, 11 en 30 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt, in zoverre het een werkgever, die geen privaat nijverheids-, handels- of financiebedrijf is, wiens exploitatiezetel in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gelegen, ertoe verplicht de akte tot inleiding van het geding tegen een werknemer die in het Nederlandse taalgebied woonachtig is in het Nederlands te stellen en in zoverre, behoudens een verzoek tot taalwijziging uitgaande van de werknemer, het geding in het Nederlands wordt voortgezet, terwijl de partijen in hun sociale betrekkingen het Frans hebben gebruikt; (4 October 2018, no. 116/2018 )
  • stelt dat artikel 68 van de wet van 5 mei 2014 betreffende diverse aangelegenheden inzake de pensioenen van de overheidssector de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (4 October 2018, no. 117/2018 )
  • stelt dat in de interpretatie dat de rechter rekening moet houden met de wettelijke of conventionele redenen van voorrang wanneer hij overgaat tot de verdeling van het saldo van de bemiddeling in geval van herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid tot de collectieve schuldenregeling, de artikelen 1675/7, § 1, derde lid, en § 4, en 1675/15, §§ 2/1 en 3, van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schenden; (4 October 2018, no. 118/2018 )
  • oordeelt dat, ten aanzien van een meerderjarige die ten volle is geadopteerd en wiens afstamming van vaderszijde na de adoptie wordt vastgesteld ten aanzien van zijn overleden biologische vader, de artikelen 350, 356-1, tweede lid, en 356-4 van het Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schenden; (4 October 2018, no. 119/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 23 december 2016 tot vaststelling van de regels inzake de werking en de verdeling van een Vlaams fonds voor de stimulering van (groot)stedelijke en plattelandsinvesteringen; (4 October 2018, no. 120/2018 )
  • verwerpt de beroepen tot vernietiging van het Vlaamse decreet van 2 december 2016 tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds en tot opheffing van het decreet van 13 december 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Stedenfonds; (4 October 2018, no. 121/2018 )
  • oordeelt dat artikel 219, zevende lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (4 October 2018, no. 123/2018 )
  • verwerpt het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van de artikelen 21 en 22 van de wet van 25 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (niet-toepasbaarheid op de personeelsleden van HR Rail van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector); (4 October 2018, no. 125/2018)
  • verwerpt het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 2/2, § 2, eerste lid, 5°, van het decreet van het Waalse Gewest van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie, ingevoegd bij artikel 5 van het decreet van 16 februari 2017; (4 October 2018, no. 127/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van de artikelen 3 en 8, a), van de wet van 19 april 2017 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register van beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, en van de artikelen 991ter, eerste, vierde en vijfde lid, en 991octies, eerste lid, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door de bestreden bepalingen van de wet van 19 april 2017; (4 October 2018, no. 128/2018 )
  • verwerpt de vordering tot schorsing van de artikelen 11 en 26 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid (wijzigingen van artikel 38 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968); (4 October 2018, no. 130/2018 )
  • verwerpt de vordering tot schorsing van artikel 7 van het decreet van het Waalse Gewest van 29 maart 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisering met het oog op een sterker bestuur en een sterkere transparantie in de uitvoering van de openbare mandaten in de lokale en bovenlokale structuren en hun filialen; (4 October 2018, no. 131/2018 )
  • stelt dat artikel 38, § 6, tweede en derde lid, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan bij de wet van 6 maart 2018, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (11 October 2018, no. 132/2018 )
  • oordeelt dat artikel 1 van de wetten betreffende het personeel in Afrika, gecoördineerd op 21 mei 1964 in die zin geïnterpreteerd dat zij de Belgen met Congolees statuut die benoemd zijn als leden van het beroepspersoneel van de kaders in Afrika, niet uitsluit van het rustpensioen waarin is voorzien bij de artikelen 9, § 2, en 10 van dezelfde wetten, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (11 October 2018, no. 133/2018 )
  • verwerpt de vordering tot schorsing van de artikelen 11 en 26 van de wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid (wijzigingen van artikel 38 van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968); (11 October 2018, no. 137/2018 )
  • verwerpt de vordering tot schorsing van artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde; (11 October 2018, no. 139/2018 )
  • oordeelt dat artikel 39/82, § 1 en § 4, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen de artikelen 10, 11 en 13 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in de interpretatie dat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet kan worden ingesteld tegen een inreisverbod, niet schendt; (18 October 2018, no. 141/2018 )
  • stelt dat artikel 207, eerste lid, van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt; (18 October 2018, no. 142/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van de artikelen 9, 24, §§ 1, 2 en 3, 62 en 63 van het Vlaamse decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut; (18 October 2018, 143/2018 )
  • oordeelt dat de artikelen 803 en 806 van het Gerechtelijk Wetboek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 14, lid 1, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schenden; (18 October 2018, no. 145/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van diverse vonnissen; (25 October 2018, no. 146/2018 )
  • verwerpt het beroep tot vernietiging van een arrest van het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge; (25 October 2018, no. 147/2018 )
  1. Prejudicial questions to the European Court of Justice

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de volgende prejudiciële vraag: “Dient het begrip « gerechtelijke procedure » in artikel 201, lid 1, a), van de richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf zo te worden uitgelegd dat daaronder de buitengerechtelijke en de gerechtelijke bemiddelingsprocedures, zoals geregeld in de artikelen 1723/1 tot 1737 van het Belgisch Gerechtelijk Wetboek, zijn begrepen?” (11 October 2018, 136/2018)
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *