BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Marie DeCock (student assistant, UGent).

 

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 351 (14 June 2017)

R. VASSEUR, “België veroordeeld voor gebrekkig zedenonderzoek”, 1 en 6.

F. JUDO, “Chefsache, ook een constitutionele exoot”, 10.

A. CARDOEN, D. RASCHAERT en L. STEVENS, “Het kind bij naam noemen: hoe gendergelijk is de huidige naamwetgeving?”, 12-13.

 

  • De Juristenkrant, no. 352 (28 June 2017)

R. VASSEUR, “Onderzoeksgerecht moet geen dwingende conclusietermijnen kunnen opleggen”, 3.

K. WAUTERS en S. KEUNEN, “Faciliteitengemeenten in Vlaamse rand: geen fiscale randgevallen”, 4.

 

  • Rechtskundig Weekblad, 2016-17, no. 42

S. GIBENS en B. HUBEAU, “De juridische bijstand in transitie. Van staatshervorming tot modernisering: nieuwe wegen in de toegang tot het (ge)recht?”, 1642-1657.

 

  • Journal des tribunaux, 2017, no. 21

A. GUILLERME, “L'affaire des ‘visas humanitaires’ pour une famille syrienne: pas d'application de la Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne”, 403-407.

 

  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2017, no. 5

D. BIJNENS en S. KEUNEN, “‘Ceci est une fiction’: grondwetgevende referenda in de Belgische rechtsorde”, 248-260.

 

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat, in die zin geïnterpreteerd dat het vereist dat de niet-tijdige betaling toe te schrijven is aan een fout of een nalatigheid vanwege de overheid opdat de belastingplichtige een afzonderlijke belasting kan genieten van de baten van vrije beroepen die niet tijdig zijn betaald door toedoen van een overheid, artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing was op de aanslagjaren 2010 en 2011, ongrondwettig is;

    in die zin geïnterpreteerd dat zij niet vereist dat de niet-tijdige betaling toe te schrijven is aan een fout of een nalatigheid vanwege de overheid opdat de belastingplichtige een afzonderlijke belasting kan genieten van de baten van vrije beroepen die niet tijdig zijn betaald door toedoen van een overheid, is dezelfde bepaling grondwetsconform;

    artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing was op de aanslagjaren 2010 en 2011, is grondwetsconform in zoverre het geen verschil in behandeling instelt tussen de advocaat die een vergoeding ontvangt wegens prestaties van juridische tweedelijnsbijstand die gedurende een periode van meer dan twaalf maanden zijn verricht terwijl hij ingeschreven was op de lijst van de stagiairs van de Orde van advocaten, en de advocaat die zulk een vergoeding ontvangt voor prestaties die zijn verricht na zijn inschrijving op het tableau van de Orde van advocaten (1 June 2017, no. 65/2017);

  • stelt dat, aldus geïnterpreteerd dat het elke vorm van belasting van de intercommunales, met betrekking tot commerciële activiteiten die rechtstreeks concurreren met de privésector, uitsluit, artikel 26 van de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales ongrondwettig is (1 June 2017, no. 66/2017);
     
  • oordeelt dat artikel 36/24 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België ongrondwettig zijn, doordat de Koning kan voorzien in een systeem van toekenning van de staatswaarborg voor de terugbetaling aan vennoten die natuurlijke personen zijn, van hun deel in het kapitaal van de in artikel 36/24, § 1, eerste lid, 3°, erkende coöperatieve vennootschappen (15 June 2017, no. 70/2017);
     
  • beschouwt de bijlage bij de wet van 4 maart 2013 “houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2013” en de bijlage bij de wet van 24 juni 2013 “houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2013”, in zoverre zij de bedragen van de kredieten inschrijven tegenover basisallocatie 56.11.34.41.45 (“Vergoedingen van de advocaten belast met de gerechtelijke bijstand”) van de begroting van de Federale Overheidsdienst Justitie, als grondwetsconform (15 June 2017, no. 71/2017);
     
  • oordeelt dat artikel 6 van het decreet van het Waalse Gewest van 27 november 1997 tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium grondwetsconform is in zoverre het de voorschriften van woongebied toepasselijk maakt op de woonparkgebieden (15 June 2017, no. 72/2017);
     
  • stelt dat, onder het in B.8 vermelde voorbehoud, de artikelen 4.7.26 en 4.7.26/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening grondwetsconform zijn (15 June 2017, no. 73/2017);
     
  • beschouwt, in die zin geïnterpreteerd dat het aan de Franse Gemeenschap niet het recht verleent om van de persoon die aansprakelijk is voor een ongeval op de weg naar en van het werk van een leerkracht die in een door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstelling werkt, de terugbetaling te verkrijgen van de in de artikelen 25, 26, 27, 29 en 36, § 1, van de wet van 29 mei 1959 “tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving” bedoelde weddetoelagen die aan die leerkracht zijn betaald tijdens zijn afwezigheden die voortvloeien uit diens arbeidsongeschiktheid die door dat ongeval is veroorzaakt, artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek als ongrondwettig;

    in die zin geïnterpreteerd dat het aan de Franse Gemeenschap het recht verleent om van de persoon die aansprakelijk is voor een ongeval op de weg naar en van het werk van een leerkracht die in een door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstelling werkt, de terugbetaling te verkrijgen van de in de artikelen 25, 26, 27, 29 en 36, § 1, van de wet van 29 mei 1959 “tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving” bedoelde weddetoelagen die aan die leerkracht zijn betaald tijdens zijn afwezigheden die voortvloeien uit diens arbeidsongeschiktheid die door dat ongeval is veroorzaakt, is artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek grondwetsconform (15 June 2017, no. 77/2017);

  • oordeelt dat artikel 28 van afdeling 2bis (“Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder”) van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, in de interpretatie dat het niet van toepassing is op de rechtsvordering tot betaling van de vergoeding bedoeld in artikel 3, § 2, vierde lid, van afdeling 2 (“Regels betreffende de huurovereenkomsten met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de huurder in het bijzonder”) van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek, grondwetsconform is (15 June 2017, no. 78/2017);
     
  • stelt dat, in die zin geïnterpreteerd dat het aan de Franse Gemeenschap niet het recht verleent om van de persoon die aansprakelijk is voor een ongeval op de weg naar en van het werk van een leerkracht die in een door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstelling werkt, de terugbetaling te verkrijgen van de in de artikelen 25, 26, 27, 29 en 36, §1, van de wet van 29 mei 1959 “tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving” bedoelde weddetoelagen die aan die leerkracht zijn betaald tijdens zijn afwezigheden die voortvloeien uit diens arbeidsongeschiktheid die door dat ongeval is veroorzaakt, artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek ongrondwettig is;

    in die zin geïnterpreteerd dat het aan de Franse Gemeenschap het recht verleent om van de persoon die aansprakelijk is voor een ongeval op de weg naar en van het werk van een leerkracht die in een door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstelling werkt, de terugbetaling te verkrijgen van de in de artikelen 25, 26, 27, 29 en 36, §1, van de wet van 29 mei 1959 “tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving” bedoelde weddetoelagen die aan die leerkracht zijn betaald tijdens zijn afwezigheden die voortvloeien uit diens arbeidsongeschiktheid die door dat ongeval is veroorzaakt, is artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek grondwetsconform (15 June 2017, no. 79/2017);

  • beschouwt de artikelen 165, §3, en 167, tweede en zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek als ongrondwettig, in samenhang gelezen met het recht op toegang tot de rechter, in de interpretatie dat, wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand en in voorkomend geval de procureur des Konings tot uitstel van het huwelijk beslissen, de ambtenaar van de burgerlijke stand vervolgens weigert om het huwelijk te voltrekken en van die beslissing kennis wordt gegeven nadat de maximale termijn binnen welke het huwelijk moet worden voltrokken is verstreken, het beroep dat geldig tegen die beslissing wordt ingesteld als zonder voorwerp wordt beschouwd en geen verlenging van die termijn meer kan worden toegestaan;

    dezelfde bepalingen zijn grondwetsconform, in samenhang gelezen met het recht op toegang tot de rechter, in de interpretatie dat, wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand en in voorkomend geval de procureur des Konings tot uitstel van het huwelijk beslissen, de maximale termijn voor het voltrekken van het huwelijk ambtshalve wordt verlengd tot de ambtenaar van de burgerlijke stand aanvaardt om het huwelijk te voltrekken of, indien hij dat weigert, tot de rechter bij wie geldig een beroep tegen die beslissing is ingesteld, zich uitspreekt over de vordering en in voorkomend geval over een verlenging van de voormelde termijn (15 June 2017, no. 80/2017);

  • vernietigt de artikelen 129 tot 134 en artikel 135, 18°, van het Vlaamse decreet van 18 december 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016, alsook het decreet van het Vlaamse Gewest van 3 februari 2017 houdende wijziging van artikel 14.1.2 en artikel 14.2.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 (22 June 2017, no. 83/2017);
     
  • oordeelt dat, in die zin geïnterpreteerd dat het de verzekeraar burgerrechtelijke aansprakelijkheid toelaat de vergoeding van de schade aan het voertuig van zijn eigen verzekerde te weigeren wanneer om zijn tegemoetkoming wordt verzocht op grond van artikel 19bis-11, §2, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, artikel 3 van dezelfde wet ongrondwettig is;

    in die zin geïnterpreteerd dat het de verzekeraar burgerrechtelijke aansprakelijkheid niet toelaat de vergoeding van de schade aan het voertuig van zijn eigen verzekerde te weigeren wanneer om zijn tegemoetkoming wordt verzocht op grond van artikel 19bis-11, §2, van de voormelde wet van 21 november 1989, is artikel 3 van dezelfde wet ongrondwettig (22 June 2017, no. 84/2017).

 

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikel 14 van de wet van 9 november 2015 “houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken”, dat de interpretatie van  de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming inhoudt, grondwetsconform is (1 June 2017, no. 68/2017);
     
  • stelt dat artikel 18 van afdeling 2bis (“Regels betreffende de handelshuur in het bijzonder”) van hoofdstuk II van titel VIII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, dat de hernieuwing van de huur betreft, grondwetsconform is (15 June 2017, no. 69/2017);
     
  • beschouwt artikel 508/19 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals het luidde vóór de wijziging ervan bij artikel 9 van de wet van 6 juli 2016 “tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de juridische bijstand”, als grondwetsconform (15 June 2017, no. 71/2017);
     
  • oordeelt dat artikel 90, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de versie ervan die van toepassing is op het aanslagjaar 2011, grondwetsconform is (15 June 2017, no. 74/2017);
     
  • beschouwt artikel 38, §6, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 9 maart 2014, dat het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig betreft, als grondwetsconform (15 June 2017, no. 76/2017).
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *