IMG_20150421_1548321Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij sinds 1986 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceert, waaronder de vakken arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht in respectievelijk de bachelors- en de masteropleiding.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie, zodat hij sindsdien deel uitmaakt van de balie bij het hoogste Belgische rechtscollege, die twintig advocaten telt over het gehele land.

Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht). Studentes Jasmien Van der Sype en Vicky Vanhoutte legden professor Van Eeckhoutte een aantal vragen voor, die hebben geleid tot een bijzonder interessant interview.

Enkele citaten:

“Je kan vanaf nul beginnen en je de vraag stellen: wat is kinderbijslag nu anno 2015? Bij het maken van die oefening moeten we niet meer voortgaan op de wetten van de jaren dertig waarmee we nu nog altijd werken.”

“In Vlaanderen is men al goed bezig om een nieuw systeem uit te werken, waar in Wallonië en Brussel men nog niet zo ver is en men geneigd zou zijn om het bestaande systeem over te nemen als het Waalse respectievelijk het Brusselse systeem.”

“Die Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft niet veel bevoegdheden gehad tot nu toe en heeft ook nog niet veel gedaan. Plots krijgen ze een enorme en belangrijke bevoegdheid voor Brussel”

“Er is geen solidariteit meer: er zullen ook geen transfers meer zijn van de ene gemeenschap naar de andere, wat toch essentieel is voor sociale zekerheid, namelijk die solidariteit.”

Zou u eerst even kort kunnen toelichten welke veranderingen de zesde staatshervorming heeft gerealiseerd in de defederalisering van de sociale zekerheid, namelijk de gezinsbijslagen?

De gezinsbijslagen zijn het belangrijkste, maar zeker niet het enige. Er zijn nog een paar andere zaken van sociale zekerheid die zijn overgeheveld, maar die zijn dan minder als één globaal pakket te beschouwen. Zo is er het beheer van ziekenhuizen en van instellingen voor ouderen, waar ook financieringsaspecten en aspecten van kwaliteitscontrole bijzitten. Ook de controle op het actief zoekgedrag van werklozen wordt gedefederaliseerd. Alsook enkele sociale bijstandsaspecten die met tewerkstelling verband houden, bijvoorbeeld OCMW’s die ernaar streven hun klanten – zoals die men nu noemt – aan het werk te helpen.

De gezinsbijslagen zijn het meest fundamentele stuk van de defederalisering omdat de gezinsbijslagen wel als blok zijn overgeheveld. Dat brengt grote veranderingen met zich mee. Bovendien is het een historisch moment: voor de eerste keer sinds het ontstaan van de sociale zekerheid kan men vanaf nul iets beginnen te bedenken en opbouwen met al de kennis die men in het verleden heeft opgedaan van wat slecht en goed is. Er is nu de mogelijkheid om from scratch iets uit te bouwen. Dat is een belangrijke uitdaging die een enorme beweging teweeg brengt, namelijk het herdenken van een belangrijke component van de sociale zekerheid. Dat moet volgens mij ook gepaard gaan met het herdenken van de sociale zekerheid in het algemeen.

Wat zijn volgens u in het algemeen de voor- en nadelen van een defederalisering van de sociale zekerheid?

Het voordeel is dat je door defederalisering tot homogenere bevoegdheidspakketten komt. Het gezinsbeleid is een bevoegdheid van de gemeenschappen, terwijl vóór de overheveling de gezinsbijslagen deel uitmaakten van de federale sociale zekerheid. Een belangrijk instrument van gezinsbeleid had men dus als gemeenschap niet in handen. Dat verandert nu. Ook het agentschap Kind & Gezin zal nu een rol spelen in de  gezinsbijslagregeling. Onder het oude federale systeem van gezinsbijslag was dat niet mogelijk geweest. Het defederaliseren van de sociale zekerheid schept mogelijkheden om een meer geïntegreerd beleid te voeren.

Het nadeel is dat de solidariteit tussen de gemeenschappen afneemt. De financiering zit zo in elkaar dat je een budget van de federale overheid krijgt, berekend op het aantal achttienjarigen dat iedere gemeenschap heeft en daar moet men het mee doen. Er is geen solidariteit meer: er zullen ook geen transfers meer zijn van de ene gemeenschap naar de andere, wat toch essentieel is voor sociale zekerheid, namelijk die solidariteit.

Wegen de voordelen volgens u op tegen de nadelen?

Ja, ik denk van wel, zeker wat de gezinsbijslagen betreft. Daar denk ik niet dat de nadelen zo heel erg groot zijn. De gezinsbijslagen waren immers al tamelijk geobjectiveerd: je hebt kinderen van een bepaalde leeftijd, dat is iets anders dan bijvoorbeeld het consumptiegedrag van ziektekosten. Daar zou je kunnen zeggen dat men in Wallonië meer ziektekosten maakt dan in Vlaanderen omdat men er sneller naar de dokter gaat. Voor de gezinsbijslagen geldt dit niet. Hoewel er toch werd vastgesteld dat er in Wallonië meer uitkeringen gebeurden voor gehandicapte kinderen. Dat vind ik toch een beetje vreemd: je kan toch moeilijk aannemen dat Walen meer gehandicapte kinderen hebben dan Vlamingen. 

In welke mate denkt u dat Vlaanderen een beter beleid zou kunnen ontwikkelen voor de sociale zekerheid in het algemeen en de gezinsbijslagen in het bijzonder?

Je kan vanaf nul beginnen en je de vraag stellen: wat is kinderbijslag nu anno 2015? Bij het maken van die oefening moeten we niet meer voortgaan op de wetten van de jaren dertig waarmee we nu nog altijd werken. In de jaren dertig probeerde men demografisch te werken en de bevolkingsgroei aan te zwengelen door kinderbijslag. Dat pad heeft men ondertussen al lang verlaten. Nu staat opvoeding van kinderen centraal, je zou dan de gezinsbijslag beter moeten kunnen positioneren tegenover andere maatregelen die er zijn. De opvoeding en opvang van kinderen stimuleer je ook via fiscale maatregelen, bijvoorbeeld door een vermindering van belastingen, en via studiebeurzen, wat betreft de opleiding, ook een deel van de opvoeding. Je kan die zaken beter op elkaar gaan afstemmen.

Doordat men meer instrumenten in handen heeft en niet gehinderd wordt door historische kaders die men niet kan veranderen doordat Franstaligen bepaalde beslissingen blokkeerden bijvoorbeeld, heb je meer potentieel en kan je meer vernieuwend werken. Dat zowel voor de gezinsbijslagen in het bijzonder, maar ook in het algemeen omdat de gezinsbijslagen maar één bouwsteen zijn van wat uiteindelijk een Vlaamse sociale zekerheid zal worden.

Zijn er nu reeds opmerkelijke verschillen tussen de deelstaten in het concrete beleid over de gezinsbijslagen?

Tot nu zeker niet: sinds vorig jaar hebben we een algemene kinderbijslagwet die geldt voor alle bevolkingsgroepen. De wetgeving was voordien ook al voor alle deelstaten dezelfde. Nu geldt voor alle bevolkingsgroepen dezelfde regeling, namelijk voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Er werd voordien een weinig uitgesproken beleid gevoerd, of toch geen beleid dat tot verschillen aanleiding gaf omdat het beleid op federaal niveau werd gevoerd. Nu zijn er dus nog geen opmerkelijke verschillen, behalve misschien dat aspect van gehandicapte kinderen, maar het enkele feit dat in Wallonië meer uitkeringen gebeuren dan in Vlaanderen kun je uiteraard geen beleid noemen. 

Komende jaren zullen er meer verschillen rijzen. In de voorbereiding van de gemeenschaps- of communautaire gezinsbijslagregeling ziet men dat de beleidsmakers in Vlaanderen al verder staan in de denkoefening dan in Brussel of Wallonië. Ik ben voorzitter van de Vereniging van Kinderbijslagfondsen dus daar heb ik een inkijk in de stand van zaken. In Vlaanderen is men al goed bezig om een nieuw systeem uit te werken, waar in Wallonië en Brussel men nog niet zo ver is en men geneigd zou zijn om het bestaande systeem over te nemen als het Waalse respectievelijk het Brusselse systeem.

De gezinsbijslagen werden overgeheveld naar de gemeenschappen, maar – vergelijkbaar met de overgehevelde bevoegdheden inzake het jeugdsanctierecht – is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) bevoegd. Is het juridisch onmogelijk om de gemeenschappen bevoegd te maken voor de sociale zekerheid in Brussel gelet op een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel?

Dat is eerder een vraag voor grondwetsspecialisten, hier kan ik niet onmiddellijk op antwoorden of het juridisch mogelijk is. Op het eerste gezicht zou ik geneigd zijn te zeggen van wel, ik denk dan aan het voorbeeld van de zorgverzekering waar voor de Vlaamse Brusselaars ook de Vlaamse gemeenschap bevoegd is. Maar nogmaals ik ken het grondwettelijk recht te weinig om hier uitspraken over te durven doen.

Vindt u de GGC een gepast orgaan om bevoegdheden inzake de sociale zekerheid uit te oefenen of denkt u dat ook het Brussels Hoofdstedelijk Parlement deze bevoegdheden zou kunnen uitoefenen?

Voor zover ik daar een zicht op heb: die Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft niet veel bevoegdheden gehad tot nu toe en heeft ook nog niet veel gedaan. Plots krijgen ze een enorme en belangrijke bevoegdheid voor Brussel, want daar zit je met een heel jonge bevolking.  

Zonder enige ervaring en onverwacht krijgt de GGC die bevoegdheid en dat geld toegeschoven. Op grond van wat ze tot nu, in acht genomen naar bevoegdheid, gedaan hebben, lijkt me dit niet direct het aangewezen orgaan te zijn. Ik zou – maar niet gehinderd door een beperkte constitutionele kennis – ook eerder denken aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, omdat de omschrijving van Brussel toch ook eerder geografisch is, dan wat gemeenschappen zijn. Of dit grondwettelijk kan, weet ik niet [lees hierover meer in het blogbericht over de toekomst van Brussel].

Welke aspecten van de sociale zekerheid zijn geschikt om te defederaliseren?

Ik denk dat het eerder zou moeten gaan over de andere kostenvergoeding die we hebben: de ziektekostenregeling, waar we ook zoals in de gezinsbijslagregeling, met een universele regeling zitten. Op dit ogenblik is er voor ieder kind in België gezinsbijslag. Elke ingezetene in België heeft echter ook recht op een ziektekostentegemoetkoming. In dat opzicht zijn die twee zaken aan mekaar verwant.

Ik denk dat men daar beter de financiering en organisatie los van de beroepsstatuten zou doen en niet kijken of je werknemer, zelfstandige of ambtenaar bent en of je beroepsmatig actief bent of niet. In de plaats daarvan zou je het wooncriterium kunnen gebruiken: je woont in Vlaanderen of bent gedomicilieerd in Vlaanderen, dus gaan we voor jou een gezinsbijslag en ziektekostenregeling uitwerken. De innovatie zou zijn om het los te koppelen van het professioneel statuut en er meer een volksverzekering van te maken, zoals men in Nederland en in Groot-Brittannië heeft: een universele regeling los van het professionele statuut.

De volgende sector om te defederaliseren zal dus waarschijnlijk de ziektekostensector zijn omdat je daar ook met een universeel aspect zit. Bij vervangingsinkomens is het wat anders: vervangingsinkomens veronderstellen dat je een beroep hebt. Je kan een ziekte-uitkering niet op dezelfde manier bepalen voor een zelfstandige als voor een werknemer. De ene is zijn loon kwijt, maar als een zelfstandige ziek is, is die daarom zijn inkomsten niet kwijt. Je gaat daar wel nog professionele verschillen moeten maken. Volgens mij zullen, in het volgend stadium van defederalisering, de vervangingsinkomens dan ook federaal blijven.

Wat zijn de gevolgen van het Vlaams Zorgverzekeringsarrest van het Hof van Justitie voor de defederalisering van de sociale zekerheid?

Eigenlijk niets, een bepaalde categorie van personen die gebruik gemaakt hebben van het vrij verkeer [in de EU] kunnen op die manier, via een omweg, aanspraak maken op de voordelen van de Vlaamse zorgverzekering. Zoals de politici ook hebben gereageerd toen het arrest er was: aan het concept op zich verandert er niets.

Je zal wel altijd met die omgekeerde discriminatie blijven zitten, wat wel een handicap is. De marsrichting wordt er niet door beïnvloed in de zin dat Europa een signaal geeft dat dit gevaarlijk is of problemen oplevert. Er zijn wel een paar problemen, maar die zijn oplosbaar.

Er is dus niet zo veel impact op de defederalisering van de sociale zekerheid. Men zal de gezinsbijslag en mogelijke verdere stappen in de defederalisering van de sociale zekerheid op dezelfde manier kunnen regelen als de Vlaamse zorgverzekering, namelijk door te kijken naar het ingezetenschap in Vlaanderen.

Belgen die ooit hun vrij verkeer van personen hebben uitgeoefend kunnen zich op meer rechten beroepen dan Belgen die dat niet hebben gedaan. Vindt u dat een vorm van ongerechtvaardigde, omgekeerde discriminatie die dient te worden weggewerkt?

Als er anomalieën bestaan is het altijd beter om die weg te werken, maar je zit daar met die Europese regels die iedereen moet respecteren. Hetgeen het Hof van Justitie heeft beslist, is wel conform de Europese regelgeving. Het beste zou zijn dat dit weggewerkt wordt. Een enorme prioriteit lijkt het mij niet. Ik heb ook nog niet veel verontwaardigde stemmen gehoord van mensen die het zich beklagen dat zij geen gebruik hebben gemaakt van hun vrij verkeer.

Het zou natuurlijk wel een ander verhaal kunnen worden als je het ook hebt over de gezinsbijslag en bijvoorbeeld de ziektekosten. Dat zal al vervelender zijn. Het bestaan van omgekeerde discriminatie is volgens mij een aandachtspunt dat Europa zou moeten hebben. Het komt in andere landen ook voor. Het is een schoonheidsvlek in Europa die alleen maar zal groeien in de toekomst.

Als u even in een glazen bol zou moeten kijken, hoe denkt u dan dat de bevoegdheidsverdeling inzake de sociale zekerheid er zal uitzien in 2030?

Dan moeten we even rekenen: de volgende verkiezingen, die zijn in 2019. Tot 2030 hebben we er dan nog wel een paar. Ik denk dat er in 2030 niet enkele elementen van sociale zekerheid in Vlaanderen zullen zitten, zoals de zorgverzekering die Vlaams is en de komende gezinsbijslag, maar dat er toch wel al substantieel deel Vlaams georganiseerd zal zijn. We zullen toch evolueren naar een meer Vlaamse sociale zekerheid. Ik denk niet dat het volledig Vlaams zal zijn – als België nog bestaat tenminste – maar het zullen meer gelijkwaardige bevoegdheden zijn met een sterke regionale impact.

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 4 comments

  1. Gratis telefoonboek Reply

    I don’t even know the way I ended up right here, however I assumed this submit used to be good.
    I don’t recognize who you might be but certainly you are going to a famous blogger if you happen to aren’t already.
    Cheers!

  2. http://www./ Reply

    llego a la conclucion es que nunca voy a tener chamba de la que busco por que siempre me descartan por este test… que solucion me planteas… no me digas que me mate jejeje

  3. kündigung darlehen muster Reply

    You are indeed Madame Seashells. My favourite (favOUrite) is the seashells rug in front of the toilet. I had a friend in high school whose mother was obsessed with chickens. Seashells are WAY better – much prettier. And I love mermaids.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *