Rutger Goeminne en Eva Van der Meulen (masterstudenten Grondige Studie Grondwettelijk Recht, UGent), Jurgen Goossens (doctoraal onderzoeker, UGent) & Pieter Cannoot (assistent, UGent)

Overzicht zesde staatshervorming: deel 5 van 6

“De zesde staatshervorming maakt de Belgische institutionele structuur en bevoegdheidsverdeling wederom complexer. Het wordt dan ook tijd om het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten in vraag te stellen. Een nieuwe staatsstructuur gebaseerd op één soort deelstaten, vergelijkbaar met andere federale landen zoals Duitsland, Zwitserland en de V.S., zou een enorme stap vooruit zijn naar meer transparantie.”

bevoegdheidsverdeling NederlandsOp 6 december 2011 was de kogel finaal door de kerk: 541 dagen na de verkiezingen en met een wereldrecord regeringsvorming op zak, legde de regering-Di Rupo de eed af. Het resultaat van bijna anderhalf jaar onderhandelen was het zogenaamde Vlinderakkoord over de zesde staatshervorming. Het akkoord legde vooral de basis voor zo’n 20 miljard euro bevoegdheidsoverdrachten van de federale overheid naar de deelstaten (gemeenschappen en gewesten). Nu het akkoord is omgezet in wetgeving en de implementatie volop aan de gang is, wordt het tijd om de bevoegdheidsoverdrachten van naderbij te bekijken.

Reeds sinds 1970 vermeldt de Belgische Grondwet het bestaan van gemeenschappen en gewesten. Deze unieke opdeling van het deelstatelijke niveau heeft historische ontstaansredenen. Vlaamse politici waren grote aanhangers van het verwerven van culturele autonomie. De oprichting van de gemeenschappen leek hen het geschikte middel om de ontplooiing van de eigen taal en cultuur te verzekeren. Waalse, linkse politici daarentegen waren vragende partij voor economisch zelfbestuur via de oprichting van gewesten.

De gemeenschappen werden in de loop der jaren aldus bevoegd voor zogenaamde ‘zachte’, persoonsgebonden materies, zoals onderwijs, cultuur en bijstand aan personen. De gewesten kregen dan weer ‘harde’, economische en plaatsgebonden materies toegewezen, zoals ruimtelijke ordening, openbare werken en landbouw. Deze opdeling van het deelstatelijke niveau in gemeenschappen en gewesten is opmerkelijk en complex. Andere federale landen, zoals Duitsland, Zwitserland en de V.S., hebben maar één soort deelstaten, respectievelijk Länder, kantons en states.

Omvangrijke bevoegdheidsoverdrachten

In het licht van deze evoluties is de zesde staatshervorming ongetwijfeld een historische stap. Het geheel van bevoegdheidsoverdrachten is bijzonder uitgebreid (zo’n 20 miljard euro), zeker in vergelijking met voorgaande staatshervormingen. Voor het eerst worden bevoegdheden inzake sociale zekerheid gedefederaliseerd. De bevoegdheid inzake gezinsbijslagen wordt immers overgedragen van de federale overheid naar de gemeenschappen.

In Brussel vindt deze laatste bevoegdheidsoverdracht evenwel plaats aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), samengesteld uit leden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewestparlement. Hierdoor zijn de Vlaamse en Franse Gemeenschap niet bevoegd in Brussel voor de gezinsbijslagen. Dezelfde evolutie kan ook worden waargenomen met betrekking tot het jeugdsanctierecht: een bevoegdheidsoverdracht naar de gemeenschappen, maar in Brussel is de (gewestelijke) GGC bevoegd. Deze opmerkelijke evolutie zal volgende week nader worden toegelicht op de blog.

De bevoegdheid van de gemeenschappen inzake gezondheidszorg is verder uitgebreid. Op het vlak van justitie zijn de gemeenschappen nu ook bevoegd voor de strafuitvoering, de juridische eerstelijnsbijstand en het jeugdsanctierecht. Bepaalde aspecten van het vervolgingsbeleid worden dan weer overgedragen van het federale niveau naar zowel de gewesten als de gemeenschappen. Van het federale niveau zijn tevens talrijke bevoegdheden overgeheveld naar de gewesten, zoals belangrijke aspecten van het arbeidsmarktbeleid en de verkeersveiligheid. In het geval van toerisme is zelfs een gemeenschapsbevoegdheid, op enkele uitzonderingen na, overgedragen naar de gewesten.

Het akkoord beoogt eveneens een financiële responsabilisering van de deelstaten, zodat ze de positieve of negatieve gevolgen van hun beleid zelf dragen. Dit wordt voor een deel gerealiseerd door de invoering van financiële incentives, zoals een bonus-malussysteem om broeikasgassen terug te dringen. Responsabilisering is echter vooral gerealiseerd door het verlenen van fiscale autonomie aan de gewesten via ‘uitgebreide opcentiemen’. Zo dient het Vlaams parlement voor het eerst in de geschiedenis grondig te debatteren over fiscaal beleid.

Door deze bevoegdheidsoverdrachten komt geleidelijk een paradigmawijziging tot stand, waarbij het zwaartepunt bij de deelstaten komt te liggen. De Vlaamse begroting is nu zelfs groter dan de federale, indien geen rekening wordt gehouden met de federale bevoegdheden inzake sociale zekerheid.

Copernicaanse omwenteling… of toch niet?

De omvang van de bevoegdheidsoverdrachten ontlokte voormalig premier Di Rupo om de zesde staatshervorming te bestempelen als een ‘Copernicaanse omwenteling’, daarmee verwijzend naar de befaamde uitspraak van voormalig Vlaams minister-president Kris Peeters. Een grondige analyse van de bevoegdheidsoverheveling toont echter aan dat het federale niveau vaak nog invloed behoudt. Enerzijds worden de overdrachten immers gekenmerkt door een grote mate van versnippering en anderzijds gaan ze gepaard met een versterking van verschillende samenwerkingsverplichtingen en wederzijdse afhankelijkheid.

De huidige versnippering is een smet op het blazoen van de beoogde homogenisering van de bevoegdheidspakketten. De overdrachten zijn doorgaans heel gedetailleerd en gaan gepaard met talrijke uitzonderingen. De complexe, technische bevoegdheidsafbakening zal dan ook mogelijks leiden tot bevoegdheidsconflicten.

De zesde staatshervorming voorziet een aanzienlijke versterking van het Belgisch samenwerkingsfederalisme. In negentien bevoegdheidsdomeinen moet een samenwerkingsakkoord worden gesloten tussen de federale staat en de deelstaten. Deze beleidskeuze is vrij opmerkelijk. In 2013 vaardigde de Raad van State immers een advies uit waarin de Raad er op wees dat tien verplichte samenwerkingsakkoorden, die al voor de zesde staatshervorming moesten worden afgesloten, nog steeds niet gerealiseerd waren. De Raad van State verzocht de bijzondere wetgever dan ook om zich te beraadslagen over het nut van dit instrument. De institutionele meerderheid sloeg het advies aldus in de wind.

Op weg naar een Belgische Unie met vier deelstaten?

De zesde staatshervorming maakt de Belgische institutionele structuur en bevoegdheidsverdeling wederom complexer. Het wordt dan ook tijd om het onderscheid tussen gemeenschappen en gewesten in vraag te stellen. Een nieuwe staatsstructuur gebaseerd op één soort deelstaten, vergelijkbaar met andere federale landen zoals Duitsland, Zwitserland en de V.S., zou een enorme stap vooruit zijn inzake een vereenvoudiging van de ingewikkelde Belgische staat. Naast Vlaanderen en Wallonië zouden ook Brussel en eventueel de Duitstalige gemeenschap het statuut van deelstaat kunnen krijgen. Toekomstige onderhandelaars over een zevende staatshervorming zouden deze stap moeten durven overwegen om bij te dragen aan meer transparantie. Binnen twee weken verschijnt hierover op BelConLawBlog een exclusief dubbelinterview met Prof. Johan Vande Lanotte (UGent) en Prof. Stefan Sottiaux (KU Leuven Kulak).

Beknopte literatuurlijst

1) A. Alen en K. Muylle, Handboek Belgisch staatsrecht, Mechelen, Kluwer, 2011, 1055p.

2) R. Boone, “In een federale staat bestaan homogene bevoegdheidspakketten eigenlijk niet”, Juristenkrant 2013, afl. 379, 8-9.

3) J. Ludmer, “Les nouvelles compétences des Communautés et de la Commission communautaire commune dans les matières personnalisables. Et si l’accord papillon leur donnait des ailes” in J. Sautois en M. Uytendaelle (eds.), La sixième réforme de l’état (2012-2013). Tournant historique ou soubresault ordinaire, Limal. Anthemis, 2013, 410.

4) W. Pas, “Federalisme met gemeenschappen en gewesten: een tussenstand van moeilijkheden, mogelijkheden en voorstellen”, TBP 2011, 486-501.

5) W. Pas, “Algemene beschouwingen over de bevoegdheidsverdeling in het kader van de zesde staatshervorming” in A. Alen, Het federale België na de zesde staatshervorming, Brugge, Die Keure, 2014, 342-371.

6) X. Delgrange, “La déféderalisation de la sécurité sociale, en quête de cohérence au saut dans l’inconnu?”, ATP 2013, 1-15. 

7) X. Delgrange, “La déféderalisation de la sécurité sociale, un risque pour la société et un defit pour les juges” in J. Sautois en M. Uytendaelle (eds.), La sixième réforme de l’état (2012-2013). Tournant historique ou soubresault ordinaire, Limal. Anthemis, 2013, 411-427.

Bron afbeelding

 

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *