BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Siemen Van den Broecke (student assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 371 (13 June 2018)
    ​C. DE COSTER, “Verbod op tijdelijke slachtvloeren houdt stand”, 1-2
    K. ALIDADI, “Mensenrechtencommissie afgeschilderd als religieus intolerant. Gelovige bakker weigert homokoppel artistieke bruilofttaart”, 3
    R. VASSEUR, “Grondwettelijk Hof verstevigt rechtspositie schuldeiser dwangsom”, 6
    D. FRANSEN, “Raad van State fluit Vlaanderen terug over taalvoorkeuren”, 7
    J. VRIELINK, “Een persmisdrijf is een persmisdrijf is een persmisdrijf”, 12
     
  • De Juristenkrant, no. 372 (27 June 2018)
    H. LAMON, “Privacy ter bescherming van beroepsgeheim advocaat”, 2
    R. VASSEUR, “Vermoeden van eerlijk beheer bij scheiding van goederen strijdig met gelijkheidsbeginsel”, 5
    F. JUDO, “Kaarten op tafel voor parlementaire meningsvrijheid”, 7
    N. DEBRUYNE, “Humor als rechtvaardigingsgrond voor aantastingen van de nagedachtenis. Rik De Saedeleer, stem van het Belgisch voetbal, nu ook stem van de N-VA?”, 7
    P. BORGHS, “Brusselse correctionele rechtbank veroordeelt homofobe straatprediker. Geen homohaat op straat”, 8
     
  • Journal des tribunaux2018, no. 21
    M. MARCHANDISE, “Article 2277 du Code civil et répétition de l'indu : la Cour constitutionnelle un pas trop loin ?”, 449-457
     
  • Journal des tribunaux2018, no. 23
    F. KRENC & S. VAN DROOGHENBROECK, “Chronique de jurisprudence de la Cour européenne des droits de l'homme – (1 er juillet – 31 décembre 2017)”, 489-499
     
  • Nieuw Juridisch Weekblad2018, no. 383
    P. BORGHS, “Discriminatie op grond van geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie”, 451-452
     
  • Nieuw Juridisch Weekblad2018, no. 384
    W. YPERMAN, “Terro III: dan toch een stap te ver?”, 480-481
     
  • Tijdschrift voor Wetgeving, 2018, no. 2
    P. POPELIER, “Kroniek Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Behoorlijke wetgeving in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (2016-2017).”, 78-83
    J.V.N. , “Wetgevingstechniek. Een lid op zwalp.”, 84-87
    P.D.G. CABOOR, “Parlementair recht. De invloed van de tweede lezing in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op de schorsingstermijn in geval van een belangenconflict.”, 88-91
    W. DE COCK, “Lokale besturen. De notulen van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen. Een blik op heden en toekomst.”, 92-97
    P. POPELIER, “Rechtspraak Grondwettelijk Hof.”, 104-112

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • bepaalt dat artikel 21 van het Vlaamse decreet van 7 juli 2006 tot wijziging van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, schendt, in zoverre het artikel 26 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn heeft vervangen voor de randgemeenten en de gemeente Voeren; (7 June 2018, no. 67/2017);
     
  • concludeert dat de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen de Grondwet schendt in zoverre zij geen enkele bepaling bevat betreffende de beperking van de terugvordering van de ten onrechte betaalde loopbaanonderbrekingsuitkeringen; (7 June 2018, no. 71/2017);
     
  • vernietigt de wet van 29 januari 2016 betreffende het gebruik van videoconferentie voor de verschijning van inverdenkinggestelden in voorlopige hechtenis; (21 June 2018, no. 76/2017);
     
  • vernietigt in artikel 508/17 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij artikel 7 van de wet van 6 juli 2016 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de juridische bijstand : 
    – paragraaf 1, tweede, derde en vierde lid; 
    – in paragraaf 2, de woorden « naast de bijdragen bedoeld in paragraaf 1 »; 
    – in paragraaf 3, de woorden « 1 en » en de woorden « tenzij in geval van vrijstelling van bijdragebetaling voorzien in de paragrafen 4 of 5 »; 
    – de paragrafen 4, 5 en 6;

     

    handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen in artikel 508/17 van het Gerechtelijk Wetboek ten aanzien van de bijdragen die door de advocaten zijn geïnd in de zaken waarvoor de advocaat, op 31 augustus 2018, verslag heeft gedaan aan het bureau voor juridische bijstand overeenkomstig artikel508/19, §2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek; 

    onder voorbehoud dat artikel 508/19, § 2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals vervangen bij artikel 9, 2°, van de wet van 6 juli 2016, wordt geïnterpreteerd zoals in B.33.2 wordt aangegeven, verwerpt de beroepen voor het overige; (21 June 2018, no. 77/2017);

  • vernietigt in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, zoals gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie : – de artikelen 22/1 en 27;
    – artikel 76, tweede lid;
    – artikel 77, § 1, eerste lid; 
    – in artikel 77/8, § 1, de woorden « , met dien verstande dat de geïnterneerde veroordeelde uitsluitend geplaatst kan worden in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, b) of c), aangewezen door de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Indien hij de toelaatbaarheidsdatum voor een voorwaardelijke invrijheidstelling zoals bedoeld in artikel 25 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, heeft bereikt, kan hij ook worden geplaatst in een inrichting vermeld in artikel 3, 4°, d) »; 
    – artikel 77/8, § 2, eerste lid; (28 June 2018, no. 80/2018)

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • stelt dat artikel 35 van het decreet van het Vlaamse Gewest betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, de Grondwet, in samenhang gelezen met het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt; (7 June 2018, no. 66/2017);
     
  • oordeelt dat artikel 1253ter/5, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende het genot van de echtelijke of de gemeenschappelijke verblijfplaats indien een echtgenoot of een wettelijk samenwonende zich tegenover de andere schuldig gemaakt heeft aan een feit als bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek, of heeft gepoogd een feit te plegen als bedoeld in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek, of indien er ernstige aanwijzingen voor dergelijke gedragingen bestaan, de Grondwet niet schendt; (7 June 2018, no. 69/2017);
     
  • bevestigt dat artikel 18, § 2, 1° en 2°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie de Grondwet niet schendt; (7 June 2018, no. 70/2017);
     
  • bepaalt dat artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende de behandeling en de berechting bij verstek, de Grondwet, in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, niet schendt; (7 June 2018, no. 72/2017);
     
  • concludeert dat artikel 4, 3°, van de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs de Grondwet niet schendt; (7 June 2018, no. 73/2017).
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *