BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Marie DeCock (student assistant, UGent).

 

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 334 (28 September 2016)

    C. VAN VYVE, “EHRM stelt België ultimatum voor behandeling geïnterneerden”, 1 en 3

    S. KEUNEN, “Minder toezicht, meer autonomie voor Brusselse gemeenten”, 8

 

  • De Juristenkrant, no. 335 (12 Oktober 2016)

    T. VANDROMME, “Mensenrechtenhof laat omstreden Rotterdamwet overeind”, 3

    E. MERCKX, “Gedwongen anticonceptie: een kwestie van mensenrechten”, 10

    P. BEKAERT, “Zijn wij geen Charlie meer?”, 11

 

  • De Juristenkrant, no. 336 (26 Oktober 2016)

    B. VANHEUSDEN, “Omgevingsvergunningsdecreet is grotendeels ongrondwettig”, 2

    E. DE BOCK, “Nieuwe adoptie van meerderjarigen voortaan mogelijk”, 3

    B. DE GROOTE, “Arbeidsgerechten moeten niet alle schulden kwijtschelden bij collectieve schuldenregeling”, 4

 

  • Chroniques de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken (CDPK), 2016, no. 2

    C. MERTES, “Le régime disciplinaire des agents statutaires à l’aune de la jurisprudence récente du Conseil d’Etat”, 160-182

    B. CUVELIER, “Les droits acquis des agents statutaires : mythe ou réalité ?”, 183-188

    P. DE HERT & T. DE SCHEPPER, “De nieuwe bevoegdheid van de burgemeester tot het opleggen van een tijdelijk plaatsverbod. Artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet ingevoegd door de Wet van 24 juni 2013: context, samenspel en eerste rechtspraak”, 189-217

    N. NOLET DE BRAUWERE, “Le décret du 5 février 2015 instaurant le régime wallon des implantations commerciales : lignes de force d’une certaine accaparation régionale”, 218-242

 

  • Rechtskundig Weekblad, 2016-17, no. 8

    F. JUDO, “Een constitutioneel novum: de postambule”, 282

 

  • Journal des tribunaux , 2016, no. 33

    G. DELANNAY , “Le point sur les indemnités de procédure à charge des pouvoirs publics”, 589-591


B. Books

  • H. COREMANS, J. DUJARDIN, B. SEUTIN, M. VAN DAMME, G. VERMEYLEN, Beginselen van wetgevingstechniek en behoorlijke regelgeving, Brugge, Die Keure, 2016.
     
  • A. VAN REGENMORTEL, H. VERSCHUEREN, S. BOUCKAERT, L. DE MEYER, F. LOUCKX, B. MARTEL, P. PALSTERMAN, V. PERTRY, K. REYNIERS, G. VAN LIMBERGHEN, L. VERMEULEN, V. VERVLIET, Grondrechten en sociale zekerheid, Brugge, Die Keure, 2016, 420 p.

 

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • beschouwt artikel 226 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gaande over de passende beoordeling van mogelijke significante gevolgen voor speciale beschermingszones, als ongrondwettig;

    holds that Article 226 of the Decree of the Flemish Region of 25 April 2014 regarding the area permit, concerning the appropriate assessment of possible significant effects on special protection areas, is unconstitutional (6 October 2016, no. 125/2016);


 

  • oordeelt dat artikel 59, derde lid, van de wet van 21 december 2013 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken, dat retroactieve kracht verleent aan artikel 29 van dezelfde wet, ongrondwettig is, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van wetten;

    rules that Article 59, third paragraph, of the Act of 21 December 2013 concerning various provisions Home Affairs, which provides retroactive force to Article 29 of that Act, is unconstitutional, read in conjunction with the general principle of non-retroactivity of laws (6 October 2016, no. 126/2016);


 

  • beschouwt de artikelen 479 tot 482bis van het Wetboek van strafvordering als ongrondwettelijk, in die interpretatie dat de zaak, na het beëindigen van het door het Hof van Cassatie gevorderde onderzoek, niet aan dat Hof moet worden teruggezonden maar de procureur-generaal bij het hof van beroep alsdan bevoegd is om te beslissen of de zaak al dan niet naar het vonnisgerecht moet worden verwezen;

    oordeelt dat de artikelen 479 tot 482bis van het Wetboek van strafvordering grondwetsconform zijn, in die interpretatie dat de zaak, na het beëindigen van het door het Hof van Cassatie gevorderde onderzoek, aan dat Hof moet worden teruggezonden dat in het kader van een tegensprekelijke procedure zal overgaan tot de regeling van de rechtspleging en daarbij de toereikendheid van de bezwaren en de regelmatigheid van de rechtspleging zal beoordelen.

    holds that Articles 479 to 482bis of the Code of Criminal Procedure are unconstitutional in the interpretation that the case, after finishing the examination required by the Court of Cassation, must not be returned to this Court but that the Attorney General at the Court of Appeal is competent to decide whether or not the case should be referred to the law court.

    rules that Articles 479 to 482bis of the Code of Criminal Procedure are in accordance with the Constitution, in the interpretation that the case, after finishing the examination required by the Court of Cassation, must be returned to this Court that, as part of a contradictory procedure, will proceed to the judicial proceedings and, in doing so, will judge the suitability of the objections and the regularity of the judicial proceedings (20 October 2016, no. 131/2016);


 

  • oordeelt dat de artikelen 185bis en 198, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing voor de aanslagjaren 2010 en 2011, aldus geïnterpreteerd dat de vennootschapsbelasting, bedoeld in de laatstgenoemde bepaling, ressorteert onder de notie “niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten”, bedoeld in de eerstgenoemde bepaling, zodat zij tot de belastbare grondslag van de betrokken beleggingsvennootschappen behoort, grondwetsconform zijn;

    rules that Articles 185bis and 198, first paragraph, 1° of the Income Tax Code of 1992, as applicable for the assessment years 2010 and 2011, thus interpreted that the corporate income tax, referred to in the latter provision, is part of the notion not as professional expenses deductible expenses and costs, referred to in the former provision, so that it belongs to the taxable base of the concerned investment companies, are in accordance with the Constitution (20 October 2016, no. 135/2016);

 

  • oordeelt dat de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, in die zin geïnterpreteerd dat de schade geleden door de openbare werkgever wanneer een van zijn personeelsleden het slachtoffer is van een ongeval dat voor vergoeding in aanmerking komt in de zin van die bepalingen, is beperkt tot de betalingen die hij heeft verricht zonder de normale tegenprestatie van arbeid te genieten, grondwetsconform zijn;

    holds that Articles 1382 and 1383 of the Civil Code, interpreted in the way that the damage suffered by the public employer when one of its staff members is the victim of an accident that is eligible for compensation within the meaning of those provisions, is limited to the payments that he has made without enjoying the normal return of labor, are in accordance with the Constitution (20 October 2016, no. 136/2016);

 

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikel 257, eerste lid, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij artikel 2, 2°, van het decreet van het Waalse Gewest van 10 december 2009 « houdende fiscale billijkheid en milieuefficiëntie voor het wagenpark en de passiefhuizen », grondwetsconform is;

    holds that Article 257, paragraph 1, 4° of the Income Tax Code of 1992, as amended by Article 2, 2° of the Decree of the Walloon Region of 10 December 2009 « on tax fairness and environmental efficiency for car fleet and passive houses », is in accordance with the Constitution (20 October 2016, no. 132/2016);

 

  • oordeelt dat artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, grondwetsconform is, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens.

    rules that Article 1211, §2, paragraph 6 of the Judicial Code, as amended by Article 5 of the Act of 13 August 2011 on the reform of the procedure of a court-ordered liquidation and distribution, is in accordance with the Constitution, whether or not read in conjunction with Article 6 of the European Convention on Human Rights (20 October 2016, no. 138/2016);

 

 

III. Conferences

Interfaculty symposium ‘A Belgian national and constitutional identity: priority on EU law? An analysis of the Stability Treaty-judgment of the Constitutional Court’

  • 15 December 2016 (14h00-17h00) (University of Hasselt)
  • For more information, see website
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *