BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court in which a violation of the Constitution has been found, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Juan Benjumea Moreno (academic assistant, UGent).

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 332 (29 June 2016)

R. SCHOEFS, “Open data worden nieuwe norm bij federale overheid”, 3

Open data becomes the new standard at the federal government

R. BOONE, “Administratieve en gewone rechtbanken hebben te veel overlappende bevoegdheden” (interview met Jurgen Goossens), 11

‘Administrative and ordinary courts have too many overlapping competences’ (interview with Jurgen Goossens)

E. VERNIERS, “Preambule voor Belgische Grondwet: loutere symboliek?”, 15

A preamble for the Belgian Constitution: mere symbolism?

  • De Juristenkrant, no. 331 (15 June 2016)

X., “Afkoopwet schendt gelijkheidsbeginsel en recht op eerlijk proces”, 1 and 3

      Afkoopwet violates right to equality and right to fair trial

Y. JANSSENS, “’Symbolische’ seksismewet blijft overeind”, 5

'Symbolic' sexism law remains intact

C. JENNART, “Dopingtests in het onderwijs”, 16

Doping tests in the education system

R. VASSEUR, “Onderbroken verval tot sturen blijft beperkt tot weekends en feestdagen”, 16

Interrupted prohibition to drive is restricted to weekends and public holidays

  • Chroniques de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken (CDPK), 2016, no. 1

H. VUYE & V. WOUTERS, “Het nieuwe regime van de dotaties aan de koninklijke familie. De wet van 27 november 2013 na een jaar proefdraaien”, 2-17

The new regime of allocations to the royal family. The Act of 27 November 2013 after a ‘test run’ year

C. MATTHIEU, “De Raad van State geeft geleidelijk aan vorm aan de schadevergoeding tot herstel: antwoorden en nieuwe vragen”, 40-54

The Council of State gradually gives shape to compensatory damages: answers and new questions

S. DE SOMER, “Heeft de formelemotiveringsplicht, zoals gewaarborgd door de Wet Motivering Bestuurshandelingen, grondwettelijke waarde”, 59-70

Does the formal duty to state reasons, as safeguarded by the Motivation of Administrative Actions Act, have constitutional value?

S. VERBANCK, “Het Grondwettelijk Hof struikelt over de kiesdrempels”, 71-81

The Constitutional Court stumbles over the electoral thresholds

  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2016, no. 6

M. LERNOUT, “De vergoeding van erfdienstbaarheden van openbaar nut: Grondwettelijk Hof brengt opnieuw verduidelijking”, 304-310

The compensation of servitudes of public interest: the Constitutional Court clarifies once again         

B. Books

  • K. ROSSIGNOL, De (on)belastbaarheid van de overheid, Brussel, Die Keure, 2016, 564 p.

The (un)taxability of the government

  • B. SEUTIN, G. VAN HAEGENDOREN, J. GORIS, B. HUBEAU, F. JUDO, L. LAVRYSEN, J. THEUNIS, G. VAN DER BIESEN, D. VAN EECKHOUTTE, J. VAN NIEUWENHOVE, A. VAN STEENBERGE, T. VANDROMME, J. VELAERS, D. VERMEIR, T. VERMEIR & L. VERMEIRE, De bevoegdheden van de gewesten, Brussel, Die Keure, 2016, 519 p.

The powers of the regions

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • beslist dat artikel 216bis, § 2, van het Wetboek van strafvordering, zo moet worden geïnterpreteerd dat het openbaar ministerie geen einde kan maken aan de strafvordering via een minnelijke schikking nadat de strafvordering is ingesteld, zonder dat een daadwerkelijke rechterlijke controle bestaat;

decides that Article 216bis, § 2, of the Criminal Procedure Code, must be interpreted in the sense that the Public Prosecutor cannot end the criminal proceedings through an amicable settlement without actual judicial review (2 June 2016, no. 83/2016);

  • oordeelt artikel 323 van het Burgerlijk wetboek, voor de opheffing ervan, als ongrondwettig omdat het een onevenredige aantasting van het recht op eerbiediging van het privéleven vormt;

rules Article 323 of the Civil Code, before its abolition, unconstitutional because it constitutes a disproportionate violation of the right to respect for private life (2 June 2016, no. 84/2016);

  • beslist dat de oude artikelen 59 en 82 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten niet van toepassing zijn op arbeiders en bedienden die werden ontslagen in de periode van 9 juli tot 31 december 2013;

decides that former Articles 59 and 82 of the Act of 3 July 1978 on contracts of employment are not applicable to blue‑collar and white-collar workers who have been made redundant in the period lasting from 9 July to 31 December 2013 (2 June 2016, no. 86/2016);

  • vernietigt verschillende artikelen van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, in zoverre ze strijdig zijn met het koninklijk besluit van 21 februari 2014 en niet toelaten om in verschillende regels te voorzien naargelang het gaat om professionele of niet-professionele cliënten;

annuls various articles of the Act of 4 April 2014 on insurance, insofar they violate the Royal Decree of 21 February 2014 and do not permit to instate different rules depending on their  application to professional or non-professional clients (9 June 2016, no. 89/2016);

  • beschouwt artikel 317, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen als ongrondwettig, in zoverre het de schuldeisers niet het recht verleent om een zekerheid te eisen voor de schuldvorderingen waarvoor in rechte of via arbitrage een bezwaar werd ingesteld vóór de algemene vergadering die zich over de kapitaalvermindering moet uitspreken;

holds Article 317, first paragraph, of the Company Code unconstitutional insofar the creditors cannot demand collateral for claims for which an objection was lodged in court or arbitration before the general assembly that has to decide on the capital reduction (9 June 2016, no. 91/2016);

  • beschouwt artikel 54ter, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10  november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (thans : artikel 153, § 3, eerste lid, van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015) als ongrondwettig, in zoverre het van de farmaceutisch-technisch assistenten die niet voldoen aan de kwalificatievoorwaarden bepaald in artikel 23 van hetzelfde besluit, eist dat zij de prestaties of handelingen van hun paramedisch beroep hebben verricht gedurende minstens drie jaar op datum van 2 juli 1997 en niet op datum van 1 september 2010;

holds Article 54ter, § 3, first paragraph, of the Royal Decree no. 78 of 10 November 1967 concerning the practice of health care professions (at present: Article 153, § 3, first paragraph, of the Act concerning the practice of health care professions, as coordinated on 10 May 2015) unconstitutional insofar it requires of the pharmaceutical-technical assistants who do not meet the qualifying conditions laid down in Article 23 of the same Royal Decree to have performed their paramedical profession for at least three years on 2 July 1997 and not on 1 September 2010. (30 June 2016, no. 99/2016);

  • beschouwt artikel 63 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, in samenhang gelezen met artikel 38, 2°, van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen als ongrondwettig, in zoverre het van toepassing is op arbeiders in de publieke sector wanneer het ontslag plaatsvindt na 31 maart 2014;

holds Article 63 of the Act of 3 July 1978 concerning the employment contracts juncto Article 38, 2° of the Act of 26 December 2013 concerning the institution of a single statute for blue‑collar and white-collar workers in the matters of terms of notice, “carenz day” and other accompanying measures, unconstitutional insofar they are applicable to public sector workers dismissed after 31 March 2014. (30 June 2016, no. 101/2016);

  • oordeelt dat artikel 58 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems artikelen 10, 11 en 16 van de Grondwet schenden, in zoverre de geraamde behandelingskosten in mindering worden gebracht van de onteigeningsvergoeding wanneer de onteigende de bodemverontreiniging niet heeft veroorzaakt en niet saneringsplichtig is;

rules that Article 58 of the Ordinance of the Brussels Capital Region of 5 March 2009 violates Articles 10, 11 and 16 of the Constitution insofar the estimated costs of clean-up are deducted from the expropriation compensation even when the expropriated did not cause the land contamination and was therefore not responsible for the clean-up (30 June 2016, no. 103/2016).

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat de verschillende behandeling tussen schuldvorderingen van werknemers die worden ontslagen vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent en schuldvorderingen ontstaan uit arbeidsprestaties vóór de opening van de procedure, de Grondwet niet schendt;

rules that the difference in treatment between claims of employees dismissed before the judgment opening the procedure of judicial reorganization and claims arising from performance of work before the opening of the procedure, does not violate the Constitution (2 June 2016, no. 81/2016);

  • handhaaft de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid;

upholds the Act of 17 July 1963 on overseas social security (2 June 2016, no. 82/2016);

  • beslist dat het Wetboek van de Belgische nationaliteit in overeenstemming is met de Grondwet;

decides that the Code of Belgian Nationality is in accordance with the Constitution (2 June 2016, no. 85/2016);

  • handhaaft artikel 318, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;

upholds Article 318, § 2, first paragraph, of the Civil Code (2 June 2016, no. 87/2016);                        

  • beschouwt artikel 38 par. 2bis van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer grondwetsconform;

holds Article 38 paragraph 2bis of the Act of 16 March 1968 on police of the road traffic in accordance with the Constitution (2 June 2016, no. 88/2016);                     

  • oordeelt dat artikel 57 Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 grondwetsconform is;

rules that Article 57 of the Income Tax Code of 1992 is in accordance with the Constitution (9 June 2016, no. 90/2016);

  • oordeelt dat artikel IX.2, § 2, 9°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt;

rules that article IX.2, § 2, 9° of the Decree of the Flemish Community of 13 July 2001 concerning the education XIII-Mosaic does not violate Articles 10 and 11 of the Constitution (30 June 2016, no. 100/2016);

  • oordeelt dat artikel 235bis, § 6, voorlaatste zin, van het Wetboek van strafvordering artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging niet schendt;

rules that article 235bis, § 6, second last sentence, of the Code of Criminal Procedure does not violate Articles 10 and 11 of the Constitution juncto Article 6 of the European Convention on Human Rights and the general principle of the rights of defense. (30 June 2016, no. 102/2016).

III. Call for papers

–    Baxter Family Competition on Federalism

Deadline for Submission of Essays: September 30th 2016 at 13h00 (Eastern Standard Time).

For more information, see website

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 2 comments

  1. Pingback: I·CONnect – What’s New in Public Law

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *