See English version below.

NaamloosProfessor Jürgen Vanpraet (UA) werd uitgenodigd in de Grondige Studie Grondwettelijk Recht (UGent) voor een gastcollege over de dubbelaspectleer. Studente Evelien Verstraeten heeft hem nog een aantal vragen voorgelegd, die hebben geleid tot een bijzonder interessant interview.

Jürgen Vanpraet is professor aan de Universiteit van Antwerpen en gespecialiseerd in publiekrecht. Hij beschikt over een uitgebreide expertise op het vlak van staatshervorming en de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid, de gemeenschappen en gewesten. Hij is auteur van het naslagwerk ‘De latente staatshervorming’ (2011).

Kan u kort even uitleggen wat de dubbelaspectleer juist inhoudt?

De dubbelaspectleer nuanceert het uitgangspunt van de bevoegdheidsverdeling, met name het principe van de exclusiviteit van de bevoegdheidsverdeling, volgens dewelke rechtsnormen altijd unidimensioneel moeten gekwalificeerd worden als behorende tot de bevoegdheid van de één of de ander.

Waarom nuanceert dat het exclusiviteitbeginsel? In de praktijk stelt men vaak vast dat het heel moeilijk is om normen unidimensioneel te kwalificeren en dat het soms willekeurig overkomt dat bepaalde zaken in de ene of de andere richting enkelvoudig worden gekwalificeerd. De rechtspraak heeft daar een oplossing voor gevonden, met name de zwaartepuntleer, die stelt dat je moet gaan kijken naar de kern van wat er geregeld wordt door de rechtsregel. Op basis daarvan moet dan gezocht worden naar de bevoegdheidsmaterie die er het meest bij aansluit.

In bepaalde gevallen zal evenwel ook de zwaartepuntleer geen soelaas bieden. Het kan dan aangewezen zijn dat een rechtsregel gekwalificeerd wordt als behorende tot de bevoegdheid van meerdere overheden, wat tot gevolg heeft dat twee overheden gelijkaardige maatregelen kunnen gaan nemen op basis van een andere bevoegdheidsgrondslag.

Dat is samengevat wat de dubbelaspectleer juist inhoudt.

Kan u een voorbeeld geven?

Een sprekend voorbeeld is de Vlaamse zorgverzekering. In 1999 werd een Vlaamse zorgverzekering ingevoerd die uitkeringen toekent aan mensen die zorgbehoevend zijn.  Daar is de vraag gerezen of dit nu een gemeenschapsbevoegdheid is inzake bijstand van personen of een federale bevoegdheid inzake sociale zekerheid. Het Grondwettelijk Hof heeft hier in eerste instantie geoordeeld dat het tot de gemeenschapsbevoegdheid inzake bijstand aan personen behoort. In een later arrest heeft men echter aanvaard dat dit niet belet dat ook de federale overheid daarvoor bevoegd is op grond van haar bevoegdheid inzake sociale zekerheid.

Met andere woorden, de gemeenschappen zijn bevoegd op grond van hun bevoegdheid betreffende bijstand aan personen en de federale overheid op grond van hun bevoegdheid inzake sociale zekerheid en de ziekte- en invaliditeitsverzekering in het bijzonder.

Wat is het verschil met de 'zwaartepuntleer'? Wat is er verbeterd?

U moet de redenering trapsgewijs zien. In eerste instantie is het uitgangspunt dat moet gekeken worden of er voldoende raakvlak is met de bevoegdheidsmaterie. Het uitgangspunt is dat je unidimensioneel een bevoegdheidsregel gaat kwalificeren. In de mate dat iets evenwel een aanknopingspunt heeft met meerdere bevoegdheidsmateries, is het mogelijk dat die onder de bevoegdheid van twee overheden valt. Dan moet je in eerste instantie kijken naar het zwaartepunt van de geregelde rechtsverhouding. Als dit niet of moeilijk vast te stellen is, dan is het mogelijk ook meervoudig te gaan kwalificeren als behorende tot de bevoegdheid van de een of de ander.

Lijkt de dubbelaspectleer niet in ruime mate op het stelsel van parallelle bevoegdheden?

U zou dat in zekere zin kunnen stellen, maar er is een belangrijk verschil. Of toch althans in theorie. Een parallelle bevoegdheid houdt doorgaans in dat één en dezelfde bevoegdheidsmaterie door verschillende overheden kan geregeld worden. Ontwikkelingssamenwerking is daar een mooi voorbeeld van.

Bij de dubbelaspectleer gaat het daarentegen om twee bevoegdheidsmateries die in principe exclusief toegewezen zijn aan de één en de ander. De manier waarop die bevoegdheid wordt uitgeoefend, kan er evenwel soms toe lijden dat je in de praktijk met gelijkaardige maatregelen zit die zowel behoren tot de bevoegdheid van de een als de ander.

Samengevat: bij de parallelle bevoegdheid is er één bevoegdheidsmaterie die iedereen kan regelen.Bij de dubbelaspectleer heb je verschillende bevoegdheidsmateries die aanleiding kunnen geven tot een gelijkaardige rechtsregel die uitgevaardigd kan worden door meerdere overheden.

Staat de dubbelaspectleer niet op gespannen voet met het exclusiviteitbeginsel?

Ik vind van niet, omdat het exclusiviteitbeginsel een bepaalde finaliteit heeft, namelijk het vrijwaren van de autonomie en het vermijden van een hiërarchie tussen de federale overheid en de deelstaten. Bij de aanvang van de staatshervorming, in de jaren’70-’80, ging men ervan uit dat de federale overheid hiërarchisch geen gezag heeft over de gemeenschappen en de gewesten. Daarom kwamen decreten op gelijke hoogte te staan in de hiërarchie met de federale wetten. Via het exclusiviteitbeginsel wou men overlappingen vermijden. Bij overlappingen – zo dacht men – is er immers steeds nood aan een voorrangsregel, zoals Bundesrecht bricht Landesrecht in Duitsland. Door de bevoegdheden strikt te scheiden en ervoor te zorgen dat ze elkaar wederzijds begrenzen, dacht men de autonomie optimaal te vrijwaren. Dat was althans het uitgangspunt.

Dit uitgangspunt gaat evenwel niet geheel op. Niet elke overlapping leidt immers tot normenconflicten. De dubbelaspectleer versterkt in die zin net de autonomie die men heeft willen geven, wat op zich niet strijdig is met het uitgangspunt van exclusiviteitbeginsel, met name het vrijwaren van de autonomie, maar dit net versterkt. In de mate dat er geen normenconflict en hiërarchie ingevoerd wordt, is er geen probleem.

Als je 100 euro gemeenschapshulp hebt en 100 euro federale hulp, dan is dat 200 euro. Dat is geen normenconflict en staat ook niet haaks op het autonomiebeginsel of het uitgangspunt van het Belgisch federalisme. 

In welke mate kan de dubbelaspectleer gebruikt worden als alternatief voor een uitdrukkelijke bevoegdheidsoverdracht?

Daar is een voorbeeld van in de zesde staatshervorming. Bij de onderhandelingen over deze hervorming was de vraag gerezen of de bevoegdheid om administratieve rechtscolleges op te richten uitdrukkelijk toegekend diende te worden aan de gemeenschappen en gewesten. Voorheen deden ze dat op grond van de impliciete bevoegdheden, maar was er rechtsonzekerheid gerezen of dat wel kon, omdat je ook altijd moet voldoen aan de voorwaarden van de impliciete bevoegdheden. Finaal heeft men in het kader van de zesde staatshervorming beslist om de bevoegdheid niet uitdrukkelijk toe te wijzen, precies omdat het al kan op grond van de impliciete bevoegdheden.

Leidt de dubbelaspectleer volgens u tot een vereenvoudiging van de institutionele werking van de federale staat of draagt het eerder bij tot meer complexiteit?

Het leidt tot minder nodeloze conflicten. Het gaat meer om een verhaal van beleidsverantwoordelijkheid dan over een bevoegdheidsvraagstuk. De vraag ‘Is de overheid bevoegd om een maatregel uit te vaardigen?’ wordt minder relevant, omdat die dubbelaspectleer meer autonomie geeft aan de federale overheid, gemeenschappen en gewesten om de maatregelen te nemen die nodig zijn in het uitvoeren van het eigen beleid. Maar dat maakt dat het meer een verantwoordelijkheidsvraagstuk wordt bij de beleidsmakers om te gaan beslissen of ze een maatregel willen nemen.

Is de dubbelaspectleer een essentieel element voor een federale staat?

Het wijst op een vorm van maturiteit van het systeem van bevoegdheidsverdeling. Vele federaties zijn gestart met een strikte exclusieve bevoegdheidsverdeling met wederzijdse begrenzingen. Voorbeelden hiervan zijn de Verenigde Staten, Canada en ook Oostenrijk. Overal stelt men echter in de praktijk vast dat die strikte scheiding onwerkbaar is. Homogene bevoegdheidspakketten bestaan niet, want iets heeft altijd meerdere dimensies. De dubbelaspecteleer is in die zin een veruitwendigen van een groeiende maturiteit van het stelsel. Het is ook een logische evolutie die op zich niet negatief is. maar wel moeilijk tegen te houden.  Dat laatste is echter evenmin wenselijk.

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *