Benjamin Magnus & Pauline Verbiest (masterstudenten Grondige Studie Grondwettelijk Recht, UGent), Jurgen Goossens (doctoral researcher, UGent) & Pieter Cannoot (academic assistant, UGent)

Overzicht zesde staatshervorming: deel 3 van 6

“Indien de Senaat zijn bestaansreden wil behouden, moet de instelling zich ontpoppen tot een efficiënt overlegplatform voor de deelstaten dat communautaire problemen ontmijnt en toekomstige stappen in de hervorming van de Belgische (con)federale Staat voorbereidt.”

SenaatDe Belgische Senaat ziet er na de zesde staatshervorming helemaal anders uit. Het Vlinderakkoord van 11 oktober 2011 over de zesde staatshervorming voerde een hervorming van het Belgische tweekamerstelsel door, waarbij de Senaat en diens functie werden gewijzigd. De Senaat is nu een assemblee die de belangen van de deelstaten op het federale niveau vertegenwoordigt. Een gewijzigde samenstelling en een beperkter bevoegdheidspakket moeten bijdragen tot de vervulling van deze nieuwe rol als deelstatenkamer. Het valt echter af te wachten hoe de vernieuwde Senaat zijn (beperkte) rol zal invullen. Indien de Senaat zijn bestaansreden wil behouden, moet hij zich volgens ons ontpoppen tot een efficiënt overlegplatform voor de deelstaten dat communautaire problemen ontmijnt en toekomstige stappen in de hervorming van de Belgische (con)federale Staat voorbereidt.

Het is in een federale staat van groot belang dat de deelstaten inspraak hebben in (federale) materies die hen aanbelangen. De zesde staatshervorming probeert dit te bewerkstelligen door in de Senaat de vertegenwoordiging van de deelstaten te garanderen. Aan de hand van een gewijzigde samenstelling en een hervorming van zijn bevoegdheden wordt de Senaat een echte deelstatenkamer, zodat een lacune in de Belgische staatsstructuur wordt opgevuld.

Nieuwe samenstelling

De nieuwe Senaat is kleiner geworden: ze bestaat nu uit 60 senatoren, in plaats van de vroegere 71. Geen enkele senator wordt nog rechtstreeks verkozen en ook de senatoren van rechtswege (de meerderjarige kinderen van de regerende Koning) zijn hun zetel kwijt. In de nieuwe Senaat worden 50 van de 60 zetels bezet door echte deelstaatsenatoren, die worden aangewezen uit en door de verschillende gemeenschaps- en gewestparlementen. Onder deze senatoren gebeurt de zetelverdeling op basis van de resultaten van de betrokken deelstatelijke verkiezingen. Zij zijn dus als het ware “afgevaardigden” van de gemeenschappen en gewesten, zodat de Senaat zijn rol als deelstatenkamer kan vervullen.

De overige 10 senatoren zijn gecoöpteerde senatoren. De techniek van coöptatie was oorspronkelijk ingevoerd om deskundigen (technocraten) in het parlementaire werk van de Senaat te betrekken. Zo wilde men de kwaliteit van het debat en de wetgeving verhogen. Helaas wordt deze categorie senatoren in de hedendaagse politiek voornamelijk gebruikt om personen die niet verkozen raken, alsnog een zetel te bezorgen. De reden voor het behoud van coöptatie in de zesde staatshervorming blijkt een compensatie te zijn voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde om Brusselse politici in de Senaat te krijgen.

Het behoud van de gecoöpteerde senatoren kan worden gezien als een smet op het blazoen van de hervorming. De zetelverdeling voor deze senatoren gebeurt op basis van de verkiezingen van de federale Kamer van Volksvertegenwoordigers, wat niet strookt met de idee van de Senaat als deelstatenkamer. Gelet op de aanzienlijke inperking van de wetgevende bevoegdheden van de Senaat, zou het logischer zijn hen te laten zetelen in de Kamer. Het lijkt ons evenwel beter dit instrument volledig af te schaffen. Technocraten zijn reeds talrijk aanwezig in de kabinetten en als parlementaire medewerkers. Daarenboven dienen ook ‘technocraten’ die willen zetelen als parlementslid een mandaat aan het kiespubliek te vragen.

Sterke inperking van de bevoegdheden

Daarnaast zijn de bevoegdheden van de Senaat sterk ingeperkt. Het wordt bovendien een niet-permanent orgaan dat slechts – of nog steeds – acht keer per jaar een plenaire vergadering houdt. De monocamerale wetgevingsprocedure, waarbij de wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Koning zonder tussenkomst van de Senaat, wordt de residuaire procedure. Ze is van toepassing op alle materies die niet uitdrukkelijk onder de optionele of verplicht bicamerale procedure worden ondergebracht. Ter compensatie wordt een tweede lezing in de Kamer ingevoerd. Op wetgevend vlak zal de Senaat dus beduidend minder werk hebben ten opzichte van de periode vóór de zesde staatshervorming.

De bevoegdheden van de Senaat situeren zich voortaan vooral op het vlak van institutionele regelgeving: de herziening en coördinatie van de Grondwet, de bijzondere wetten en gewone wetten met een institutioneel karakter. De Senaat zal geen rol meer spelen bij het dagelijks bestuur van ons land, maar de deelstaten hebben via de Senaat nu wel volwaardig medebeslissingsrecht (en dus vetorecht) over de institutionele structuur van het land. “Vlaanderen zal meebeslissen over de grondrechten van de mensen, de organisatie van het federale België en de verdeling van de bevoegdheden”, aldus voormalig Senaatsvoorzitster Sabine de Bethune.

Het valt evenwel te betwijfelen of de Senaat zijn taak als deelstatenkamer voldoende zal kunnen vervullen. Zijn bevoegdheden zijn immers beperkt. In tegenstelling tot de Duitse Bundesrat, zal de Belgische tweede kamer zich over heel wat materies met mogelijke impact op het beleid van de deelstaten, zoals de federale begroting, nog steeds niet kunnen uitspreken. Zonder een nieuwe staatshervorming is de kans reëel dat de Senaat de facto werkloos wordt, tenzij hij zich proactief ontpopt tot een institutionele bruggenbouwer en denktank voor de institutionele toekomst van België. Ten slotte is het opmerkelijk dat artikel 42 van de Grondwet ook na de hervorming nog steeds stelt dat de senatoren de volledige natie vertegenwoordigen. Was het niet de uitdrukkelijke bedoeling om de Senaat om te vormen tot een volwaardige deelstatenkamer?

Senaat: quo vadis?

De hierboven besproken onvolkomenheden in de hervorming vinden hun oorsprong in het gebrek aan duidelijke toekomstvisie voor de Senaat. Zo hadden de meeste Vlaamse politieke partijen eerder een afschaffing van de Senaat voor ogen. Onder andere N-VA, Open VLD, Groen en Vlaams Belang waren voorstander van een België zonder Senaat. Uiteindelijk kan de rol van de Senaat gemakkelijk worden vervuld door de oprichting van een bijzondere institutionele commissie binnen de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Daarnaast vormen de aanwezigheid van taalgroepen in de Kamer, de pariteit in de federale Regering en blokkeringsmechanismen zoals de alarmbelprocedure en belangenconflicten reeds voldoende grendels om de belangen van de deelstaten veilig te stellen. Anderen pleiten dan weer voor een sterkere Senaat. Gewezen Senaatsvoorzitter Armand De Decker bijvoorbeeld zet zich af tegen de hervorming, aangezien het volgens hem een “gemiste kans [is] om de deelstaten een échte stem te geven”. Ondanks deze tegengestelde opvattingen kwam men na onderhandelingen toch tot een akkoord. Het resultaat is een politiek compromis zonder duidelijke toekomstvisie over de rol van de Senaat.

Een goed functionerende deelstatenkamer zou ons inziens wel degelijk een meerwaarde kunnen bieden. Men zou voluit kunnen kiezen voor een écht volwaardige deelstatenkamer door de bevoegdheden uit te breiden, vergelijkbaar met de Duitse Bundesrat. Daarnaast zou de Senaat een platform kunnen worden waar vertegenwoordigers van de gemeenschappen en gewesten op constructieve wijze samenwerken rond communautair gevoelige thema’s en reflecteren over volgende stappen in de evolutie van de Belgische (con)federale Staat.

Voorlopig heeft België echter een instelling waarvan het huidige nut niet echt duidelijk is. Het is aan de politici om een doordachte keuze te maken. Daarbij dienen zij de Senaat af te schaffen en zijn taken te laten uitoefenen door de Kamer, of de instelling om te vormen tot een performant overlegplatform voor de deelstaten dat communautaire problemen ontmijnt en dat toekomstige institutionele stappen op een doordachte manier voorbereidt.

Beknopte Literatuurlijst

  1. A. Alen & D. Haljan, “Part III. The State and its Subdivisions” in A. Alen, D. Haljan, R. Blanpain en M. Colucci, IEL Constitutional Law, Alpen aan de Rijn, Kluwer Law International, 2013, 143-194.
  2. F. Delpérée, "Le nouveau Sénat. Quelles réalités? Quelles perspectives?", La Revue Générale 2014/9-10, 9-11.
  3. A. Feyt & P. Vandernacht, "La réforme du Sénat, un tableau inachevé…" in J. Sautois en M. Uyttendaele (ed.), La sixième réforme de l'État (2012-2013). Tournant historique ou soubresaut ordinaire?, Limal, Anthemis, 2013, 81-101.
  4. C. Fornoville, "De Vlinder-Senaat" in J. Velaers, J Vanpraet, Y. Peeters en W. Vandenbruaene (eds), De Zesde Staatshervorming. Instellingen, bevoegdheden en middelen, Antwerpen, Intersentia, 2014, 17-52.
  5. J. Goossens & P. Cannoot, "Een nieuwe Senaat: een maat voor niets?", Juristenkrant 6 november 2013, 6-7.
  6. K. Muylle, "De hervorming van de Senaat en de samenvallende verkiezingen: een processie van Echternach naar de federale (model)staat?" in A. Alen e.a. (eds.), Het federale België na de Zesde Staatshervorming, Brugge, die Keure, 2014, 103-124.
  7. P. Peeters, “De Senaat opnieuw ter discussie” in B. Peeters en J. Velaers (eds.), De Grondwet in groothoekperspectief, Antwerpen, Intersentia, 2007, 231- 238.
  8. P. Popelier, "Het kaduke masker van de Senaat: tussen deelstaatfederalisme en multinationaal confederalisme" in J. Velaers, J. Vanpraet, Y. Peeters en W. Vandenbruaene (eds), De Zesde Staatshervorming. Instellingen, bevoegdheden en middelen, Antwerpen, Intersentia, 2014, 53-90.
  9. A. Rezsohazy en M. Van Der Hulst, "De verdeling van de wetgevende bevoegdheid tussen Kamer en Senaat na de zesde staatshervorming", TVW 2014-1, 40-57.
  10. C. Sagesser en C. Istasse, “Les Sénat et ses réformes successives”, C.H. CRISP 2014, nr. 2219-2220, 114.
  11. G. Van Der Biesen, "De nieuwe wetgevingsprocedure" in A. Alen e.a. (eds.), Het federale België na de Zesde Staatshervorming, Brugge, die Keure, 2014, 125-142.

Bron afbeelding

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 1 comments

  1. Jurgen Goossens Reply

    Jan De Meulemeester in de Knack (lees zijn artikel hier) over de BelConLawBlog: "Op de interessante, in oktober gelanceerde website BelConLawBlog wordt de Quo Vadis van onze Senaat mooi samengevat. Gentse studenten, assistenten en doctorandi publiceren er over staatsrecht, en momenteel in een meerdelige reeks over de zesde staatshervorming, zoals laatst over de hervormde senaat. De conclusie luidt: 'voorlopig heeft België een instelling (de Senaat) waarvan het huidige nut niet echt duidelijk is. Het is aan de politici om een doordachte keuze te maken. Daarbij dienen zij de Senaat af te schaffen en zijn taken te laten uitoefenen door de Kamer, of de instelling om te vormen tot een performant overlegplatform voor de deelstaten dat communautaire problemen ontmijnt en dat toekomstige institutionele stappen op een doordachte manier voorbereidt.'"

    https://twitter.com/JDeMeulemeest…/status/540064086999203840

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *