BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Siemen Van den Broecke (student assistant, UGent).

I. Scholarship
A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 367 (11 April 2018)
    H. LAMON, “EHRM ziet geen graten in verplichte bijstand advocaat”, 1-2
    R. VASSEUR, “GwH bevestigt: ontkentenis proceshandeling kan niet in strafzaken”, 2
    D. BIJNENS en S. KEUNEN, “Lessen Arabisch of Frans: taalwetgeving respecteren”, 16
     
  • De Juristenkrant, no. 368 (25 April 2018)
    T. BONNE, “Grondwettelijk Hof vult ‘soortgelijke weldadigheidsinstellingen’ (nóg) ruimer in”, 2
    B. DE BECKER, “Bouwmisdrijven kunnen nu ook bestuurlijk worden gehandhaafd”, 6
    S. HENNAU en S. KEUNEN, “Moet ontslagnemende gedeputeerde niet meer vervangen worden?”, 12
    D. PATTYN, “Catalonië: het grensoverschrijdend gedrag van Madrid”, 13
     
  • De Juristenkrant, no. 369 (9 May 2018) 
    B. AERTS, “Gherardo Colombo: vurig pleitbezorger van de rechtsstaat. ‘Regels maken vrij en onderdrukken niet’ [Interview met Gherardo Colombo]”, 1-3
    P. VANWALLEGHEM, “Voorrecht van rechtsmacht: ook procedurewaarborgen nodig op einde onderzoek”, 2
    F. DORSSEMONT, “Werknemer moet religieuze overtuiging van organisatie niet aanhangen” , 12
     
  • De Juristenkrant, no. 370 (30 May 2018)
    L. LAVRYSEN, “Protocol 16 bij het EVRM: een stap naar meer rechterlijke dialoog?”, 5
    J. RIEMSLAGH, “Lege dozen en Trojaanse paarden voor de Grondwet”, 10
     
  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 13
    O. NEDERLANDT, “Le dernier rapport du Comité européen pour la prévention de la torture au gouvernement belge : « Au risque de me répéter… »”, 305-307
     
  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 18
    M. VERDUSSEN, “Révision de la Constitution : le délai maximal d'arrestation judiciaire est doublé”, 385-388
     
  • Journal des Tribunaux, 2018, no. 19
    N. BERNARD, “Traiter de façon semblable des situations différentes, c'est aussi discriminer. Le cas du saut d'index wallon sur les loyers”, 414-416
     
  • Nieuw Juridisch Weekblad, 2018, no. 382
    H. MATTHIJS, “Wijziging grenzen Belgische bestuursniveaus”, 366-377
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 33
    J. DE JAEGERE, “Het Grondwettelijk Hof als strategische actor in controversiële zaken: meten is weten”, 1282-1300
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 39
    L. DENYS, “De onverwijderbare vreemde terrorist”, 1522
     
  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 40
    G. JOCQUÉ, “De onafhankelijkheid van de rechter”, 1562
     
  • Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent, 2018, no. 7
    J-T. NOWAK, “Wanneer een private rechtspersoon als overheidsorgaan kan worden aangemerkt met het oog op de rechtstreekse werking van een EU-richtlijn: de Foster -criteria verduidelijkt”, 582-587
     
  • Revue belge de droit constitutionnel, 2017, no. 4
    F. DELPÉRÉE, “La tapisserie constitutionnelle en Belgique, au Luxembourg et en Europe. Hommage à Rusen Ergec”, 303-313
    H. DUMONT en I. HACHEZ, “Repenser la souveraineté à la lumière du droit international des droits de l’homme”, 315-363
    A. OUEDRAOGO, “Je vote donc je suis : le droit de vote des Canadiens résidant à l’étranger à la lumière de l’arrêt Gillian Frank, et al. c. Procureur général du Canada”, 365-386
     
  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2018, no. 3
    S. POTARGENT e.a., “[Kroniek] De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof. Overzicht van rechtspraak 2016”, 131-175
     
  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2018, no. 4
    R. VAN CROMBRUGGE, “Burgerparticipatie in Vlaanderen: de agenda van de decreetgever geëvalueerd”, 235-253
     
  • Tijdschrift voor gemeenterecht, 2018, no. 1
    S. VERBIST en C. BIMBENET, “Het Vlaams Onteigeningsdecreet. Vloek of zegen voor lokale besturen?”, 18-39
     
  • Tijdschrift voor Wetgeving, 2018, no. 1
    J. VAN NIEUWENHOVE, “Wetgevingstechniek. De uitvoeringsbepaling.”, 37-39
    P.D.G. CABOOR, “Parlementair recht. Kant-en-klare wetgeving in amper drie dagen: het parlementaire parcours van de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting.”, 40-43
    W. DE COCK, “Lokale besturen. Een kijk op de motiveringspraktijk.”, 44-47
    K. HENDRICKX, “Taal en wetgeving.”, 48-50
    P. POPELIER, “Rechtspraak Grondwettelijk Hof.”, 68-73
    J. VAN NIEUWENHOVE, “Adviespraktijk Raad van State.”, 74-76

II. Books

  • J.P. VAN SPEYBROECK, E. VERMEIREN, J. EGGERMONT, C. GYSEN, H. HOSKENS, L. JOLIE, M. NIDLAHCEN, K. PARMENTIER, D. STOFFELEN, K. VAN DE PEER, T. VAN DYCK, W. VANCLEYNENBREUGEL, J. VOETS,Het Decreet Lokaal Bestuur – Een praktische gids, Die Keure, 2018, 95 p.
  • E. LONCKE, Het recht op toegang tot de Raad van State als cassatierechter, Die Keure, 2018, 521 p.
  • A. BIAD, C. BLAIZOT-HAZARD, S. BRUNET, A. CAYOL, C-A. CHASSIN, J. DECHEPY-TELLIER, F. DESNOS, P. DUMAS, L. EL BADAWI, A. GALLOIS, A. GUENNEGUEZ-LINANT, P.C. GUILLOT, M. LAROCHE, D. MARDON, C. NIVARD, V. PARISOT, M. ROTA, P. TAVERNIER, V. TCHEN, M. TOULLIER, La Charte des droits fondamentaux de l'Union européenne, Anthemis, 2018, 586 p.

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat, in de interpretatie dat de toerekening, op de resultaten van een buitenlandse inrichting waarover een Belgische vennootschap beschikt, van de bezoldigingen van een werknemer die niet-inwoner is en zijn beroepswerkzaamheid uitoefent in die buitenlandse inrichting, voortvloeit uit de keuze van de Belgische vennootschap, artikel 230, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing op de aanslagjaren 2005 tot 2007, de Grondwet schendt; (26 April 2018, no. 48/2018)
     
  • vernietigt artikel 59, 4°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid; ( 26 April 2018, no. 51/2018);
  • bepaalt dat, geïnterpreteerd in die zin dat het enkel voorziet in een subrogatoire vordering tegen de verzekeringsonderneming die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van een motorvoertuig, maar niet in een subrogatoire vordering tegen de eigenaar van een aan spoorstaven gebonden motorrijtuig, artikel 48ter van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 de artikelen de Grondwet schendt; 
     
  • beslist dat, geïnterpreteerd in die zin dat het wel voorziet in een subrogatoire vordering tegen de eigenaar van een aan spoorstaven gebonden motorrijtuig, artikel48ter van de voormelde wet van 10 april 1971 de Grondwet niet schendt; (26 April 2018, no. 54/2018); 
     
  • oordeelt dat artikel 187, § 6, 1°, en § 9, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering, zoals vervangen bij artikel 83 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, niet schendt, onder voorbehoud van de in B.4 en B.7 vermelde interpretative; (17 May 2018, no. 56/2018);
     
  • stelt dat artikel 7, § 1sexies, tweede lid, 2°, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zoals ingevoegd bij de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen, de Grondwet schendt in zoverre het, vóór de wijziging ervan bij de wet van 23 april 2015 tot verbetering van de werkgelegenheid, de werknemers die op 31 december 2013 als arbeider tewerkgesteld waren, maar na die datum als bediende, uitsluit van het recht op een ontslagcompensatievergoeding (17 May 2018, no. 57/2018);
     
  • acht artikel 1467 van het Burgerlijk Wetboek, betreffende het beheer van de goederen in geval van een bedongen scheiding van goederen, ongrondwettig; (17 May 2018, no. 58/2018);
     
  • bepaalt dat artikel 1385quinquies van het Gerechtelijk Wetboek schendt Grondwet schendt in zoverre het aan de partij op wier vordering reeds een dwangsom werd opgelegd, niet de mogelijkheid biedt om een bijkomende dwangsom of het verhogen van de reeds opgelegde dwangsom te vorderen indien de partij die op straffe van een dwangsom tot uitvoering werd veroordeeld in gebreke blijft dat te doen; (17 May 2018, no. 60/2018).

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikel 2252 van het Burgerlijk Wetboek, betreffende de verjaringstermijnen ten aanzien van minderjarigen en beschermde personen, de Grondwet niet schendt; (26 April 2018, no. 50/2018);
     
  • stelt dat artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek, met betrekking tot de tussenvorderingen, de Grondwet, in samenhang gelezen met de beginselen van de rechten van verdediging, de loyauteit van de procesvoering en de wapengelijkheid, niet schendt; (26 April 2018, no. 53/2018);
     
  • bepaalt dat artikel 216bis, § 2, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, zoals gewijzigd bij artikel 98 van de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, betreffende het voorstellen van lagere straffen door de procureur des Konings, de Grondwet niet schendt; (31 May 2018, no. 63/2018).
Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *