martin ruebensMartin Ruebens is bijna 5 jaar secretaris-generaal van het Departement Algemeen Regeringsbeleid (DAR), één van de dertien beleidsdomeinen van de Vlaamse administratie. Hij is sinds 1990 ambtenaar in dit departement. De heer Ruebens staat aan het hoofd van de Vlaamse "kanselarij" en is in die hoedanigheid het contactpunt met de andere deelstaatregeringen en de federale kanselarij. Recentelijk werd hij door de Vlaamse regering tevens aangesteld als voorzitter van het nieuwe voorzitterscollege. Hij werd bovendien door de vorige Vlaamse regering aangesteld om de volledige problematiek van de zesde staatshervorming onder de loep te nemen met het oog op de implementatie van de overheveling van federale bevoegdheden naar Vlaanderen. Het is in deze hoedanigheid dat hij deelnam aan de interfederale Task Force Zesde Staatshervorming en het implementatieproject heeft gecoördineerd op Vlaams niveau. BelConLawBlog vond het dan ook hoog tijd voor een diepgaand gesprek met dé Vlaamse topambtenaar en stuurde bijgevolg studenten van de Grondige Studie Grondwettelijk Recht (UGent), namelijk Brigitte De Gryse en Bram Jaques, naar Brussel voor een exclusief interview.

Enkele citaten:

“Bij de federale administraties leeft soms een "we hebben het zo goed gedaan en nu wordt ons dat afgenomen"-mentaliteit.”

“De budgetten die overkomen zijn niet honderd procent deze die op federaal niveau werden ingezet. Het is geweten dat de politieke afspraak bij de zesde staatshervorming ook een operatie is om de overheidsschuld van de Belgische Staat af te bouwen.”

“Door de krappe budgettaire situatie is ingrijpen in de fiscaliteit net een opportuniteit. De woonbonus, zoals we die nu kennen, wordt onbetaalbaar. Hetzelfde geldt voor de dienstencheques.”

 “Los van specifieke bevoegdheidsdomeinen, kunnen we nog verder gaan in de fiscale autonomie. Fiscaliteit ligt gevoelig bij de bevolking, maar is wel hét middel bij uitstek om een goede budgettaire situatie en dus een goed beleid te creëren.”

De zesde staatshervorming impliceert de overheveling van ca. 20 miljard euro bevoegdheden van de federale overheid naar de gemeenschappen en gewesten. In voorgaande staatshervormingen werden ook talrijke bevoegdheden gedefederaliseerd. In hoeverre kunnen zij een nuttig precedent zijn?

De vorige staatshervorming is zeker nuttig. Daarom hebben we op Vlaams niveau dan ook een Vlaamse Task Force opgericht met een aantal leidinggevende ambtenaren die direct betrokken waren bij de vorige staatshervorming.

Op dit moment ligt het juridisch kader voor de implementatie vast en de bijzondere wet op de staatshervorming is gestemd. Aangezien dit op het federale niveau is afgehandeld, is de Vlaamse overheid daar strikt genomen niet bij betrokken geweest. We hebben uiteraard wel via onze Vlaamse politici en andere kanalen heel wat input gegeven.

De effectieve overdracht van bevoegdheden en het implementeren ervan was uiteraard de grootste opdracht. Onze voorgaande ervaring was daarbij zeer nuttig. Er werd vrij snel een interfederale Task Force opgestart en we hebben een nota voor de federale kanselarij en voor onze collega's van de andere deelstaatregeringen opgesteld. Vanuit onze ervaring gaven we in deze nota onze visie op het implementeren van de bevoegdheidsoverdrachten.

We hebben eveneens een ‘horizontaal afsprakenkader’ gemaakt, waarin we o.m. vermelden waar we naartoe willen gaan met de schulden en de dossiers uit het verleden, hoe we daar mee om willen gaan en hoe we die schulden en dossiers zullen overnemen vanaf het moment dat de bevoegdheden overgedragen zullen zijn. Hoe we zullen omgaan met de overdracht van budgetten en vorderingen uit het verleden is ook vermeld in dit afsprakenkader, evenals het verloop van de transitieperiode.

Dankzij onze ervaring uit het verleden hebben we al in de april en mei protocollen goedgekeurd voor ongeveer een twintigtal bevoegdheden. Die protocollen concretiseren het "afsprakenkader". Onze ervaring uit het verleden was dus van onschatbare waarde.

Omdat de voorzitter (Françoise Audag-Dechamps n.v.d.r.) van de federale kanselarij de vorige staatshervorming eveneens actief heeft meegemaakt en zodus ook heel wat ervaring had, is zij heel constructief geweest bij de transitie. Zij heeft de weerstand goed opgevangen die binnen de federale administraties heerste. Aangezien de politieke beslissing was genomen dat de zesde staatshervorming er ging komen, vond zij dat de FOD's loyaal moesten zijn, geen achterhoedegevechten moesten voeren en ook voor een actieve inbreng moesten zorgen, zodat de overheveling van bevoegdheden goed zou verlopen.

Is de nota/het draaiboek dat de Vlaamse overheid heeft geschreven ook door andere regionale overheden geschreven?

Neen, ze hebben onze nota volledig overgenomen. De ervaring kwam dan ook uit de Vlaamse overheid. Vlaanderen was de grootste vragende partij voor een staatshervorming en daardoor hebben wij voor de eerste inbreng gezorgd. Op het moment dat we de interfederale Task Force hebben opgestart, was het debat over de vormgeving van de Bijzondere Wet nog bezig. Wij voelden dat onze Franstalige collega's de kat nog uit de boom keken en afwachtten of alles wel ging goedgekeurd worden. Vanaf het ogenblijk dat er in de federale regering een consensus was, zijn onze Franstalige collega's in actie geschoten en hebben zij onze nota, die toen al ingediend was, volledig aanvaard, vooral omdat we met de andere deelstaatregeringen op één lijn zaten.

Hoe ver staat men momenteel op Vlaams niveau met de implementatie van de zesde staatshervorming? Beschikt Vlaanderen al over de nodige budgetten en bijkomend personeel, die moeten worden overgeheveld van de federale overheid naar de deelstaten?

In het eerste trimester van 2014 werden de protocollen opgesteld, die nu allemaal zijn afgesloten. De protocollen zijn heel belangrijk, want ze maken heel duidelijke afspraken over wat er moet gebeuren in de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014. Op dit ogenblik zijn we volop bezig deze afspraken te implementeren.

De personeelsoverdracht is nu aan de gang. Het traject van personeelsoverdracht verliep in eerste instantie op federaal niveau. Vlak voor het zomerreces vonden besprekingen plaats met de federale overheid over het aantal personeelsleden dat naar de verschillende deelstaatadministraties zou gaan en hoe dit concreet moest ingevuld worden. Na die besprekingen hebben de FOD's binnen hun eigen administratie een oproep tot het personeel gedaan of ambtshalve in een overdracht voorzien. Er werden nadien KB' s geschreven met als bijlage een nominatieve lijst van de personeelsleden die naar Vlaanderen, Brussel of Wallonië gaan. De KB 's werden voor advies voorgelegd bij de Vlaamse regering. Nu staat eigenlijk alles klaar om die personeelsleden te onthalen op 1 januari 2015. Er moet wel nog een eindbeslissing genomen worden over het wijzigen van het Vlaams statuut wat betreft de inschalingprincipes. De vraag is of we de federale weddenschalen op Vlaams niveau zullen implementeren. Na die eindbeslissing is Vlaanderen klaar om het personeel over te nemen. Ondertussen zijn er al afspraken gemaakt met de personeelsleden die op 1 januari 2015 overkomen. Er zullen nog personeelsleden overkomen op 1 april 2015 en op 1 januari 2016. Voor die mensen is de plaats van huisvesting al afgesproken en het is al geweten in welke administratie ze terecht zullen komen.

De overname van de ICT-systemen is nog in ontwikkeling en dit zal zo zijn gedurende het gehele jaar 2015. In bepaalde gevallen zal er verder gewerkt worden op platformen van de federale administraties met een gedeeltelijke betaling van de kosten. In andere gevallen kan de ICT ingeschakeld worden in de eigen Vlaamse toepassingen. Dit varieert van bevoegdheid tot bevoegdheid.

Op het ogenblik zitten we heel waarschijnlijk op schema. De Vlaamse administratie is klaar om de bevoegdheden over te nemen, ook omdat er nu globaal gezien met de federale administraties een goede verstandhouding is ondanks enkele discussies met een aantal FOD’s.

Sinds 1 juli 2014 zijn de deelstaatregeringen ook formeel juridisch bevoegd voor de nieuwe bevoegdheden, maar het personeel zit nog gedurende 6 maanden (tot het einde van 2014) bij de federale overheid met werkingsmiddelen van de federale begroting.

De budgetten die overkomen zijn niet honderd procent deze die op federaal niveau werden ingezet. Het is geweten dat de politieke afspraak bij de zesde staatshervorming ook een operatie is om de overheidsschuld van de Belgische Staat af te bouwen. De Vlaamse administratie moet uiteraard ook haar steentje bijdragen. Aangezien Vlaanderen vragende partij was voor de zesde staatshervorming, beseft Vlaanderen ook dat ze de consequenties moet dragen en dat ze de ambitie die ze zich zelf heeft voorgenomen, moet waarmaken. Vlaanderen wil immers de overgehevelde bevoegdheden beter, efficiënter en effectiever uitoefenen. Het is een uitdaging die mijn collega's allemaal ten volle willen aangaan.

De budgetten worden van het federaal niveau overgedragen vanaf 1 januari 2015. Deze budgetten zijn nu al ingeschreven in de ontwerpbegroting 2015. Die zijn al ‘geparkeerd’ en de verschillende administraties die bevoegdheden krijgen, weten over welke nieuwe middelen zij beschikken.

In meerdere bevoegdheidsdomeinen zal al dan niet verplichte samenwerking tussen de deelstaten onderling en tussen de deelstaten en het federale niveau nodig zijn. Kunt u hier enkele voorbeelden van geven en hoe ver staan de onderhandelingen hierover?

Deze samenwerking wordt deels in de protocollen beschreven en ondertussen zijn ook al een aantal samenwerkingsakkoorden besproken, o.a. rond het veiligheidsplan en het strafvorderingsbeleid. De meeste samenwerkingsakkoorden zijn echter nog in volle voorbereiding. Voor bevoegdheidsdomeinen waar samenwerking niet verplicht is, zal er een keuze moeten gemaakt worden, namelijk: zijn samenwerkingsakkoorden al dan niet wenselijk? Dit is een politieke opportuniteitsbeslissing.

Wordt daaromtrent een bepaalde beleidslijn gevolgd door de Vlaamse overheid?

Dat hangt vooral af van het domein. De Vlaamse overheid ziet er wel op toe dat de samenwerkingsakkoorden een zelfde lijn volgen, al was het maar m.b.t. de verhouding van de regionale vertegenwoordiging in de coördinerende interfederale organen. Voorbeelden hiervan zijn de vertegenwoordiging bij het INS en het Planbureau.

Op welke domeinen lijkt het u niet wenselijk of te complex om samenwerkingsakkoorden te sluiten?

Dat debat is nog volop bezig. Ik voel mij ook niet geroepen om bepaalde bevoegdheden aan te duiden, ik heb noch de knowhow, noch de bevoegdheid.

Maakt de verschillende samenstelling van de deelstatelijke regeringen het moeilijker om samen te werken?

Voorlopig krijg ik nog niet dat signaal. De andere regionale regeringen zullen andere beleidskeuzes maken, maar dat vormt an sich geen probleem. Hoe groter de verschillen in beleidskeuzes, hoe groter de kans dat samenwerkingsakkoorden nodig zullen zijn. Als de keuze wordt gemaakt om op het vlak van kinderbijslag andere criteria te hanteren, zullen bijvoorbeeld afspraken moeten gemaakt worden voor gezinnen die verhuizen over de taalgrens.

De zesde staatshervorming hield tevens een hervorming in van de Bijzondere Financieringswet. Is het Vlaams Gewest van plan om de komende jaren gebruik te maken van zijn toegenomen fiscale autonomie?

Dat is wel duidelijk de intentie. Als ik de beleidsnota’s van de bevoegde ministers lees, blijkt dat men die fiscale autonomie ook echt wil waarmaken.

Vormt de precaire budgettaire situatie geen belemmering?

Integendeel. Door de krappe budgettaire situatie is ingrijpen in de fiscaliteit net een opportuniteit. De woonbonus, zoals we die nu kennen, wordt onbetaalbaar. Hetzelfde geldt voor de dienstencheques. Het systeem van dienstencheques is opgezet om zwartwerk in witwerk om te zetten. Dit wordt een evenwichtsoefening. Aan de ene kant wordt het aan de grondslag liggende betalingsmechanisme onbetaalbaar en aan de andere kant mogen we mensen niet opnieuw het zwartwerk of de werkloosheid induwen.

Bent u het eens met de boutade ‘Wat Vlaanderen zelf doet, doet het beter’?

Het is alleszins onze ambitie, intentie en ook onze verwachting, maar de realiteit zal moeten uitwijzen of we dit ook kunnen waarmaken. Hetzelfde moeten doen met minder middelen zonder kwaliteitsverlies in de dienstverlening te lijden, zal zeker al een winstpunt zijn. Onze ambitie reikt uiteraard verder, want we willen met minder middelen een betere dienstverlening. Dat moeten we vanaf nu in de praktijk brengen.

De uitdagingen zijn gekend: kinderbijslag, gezondheidszorg, het sociaal-economische, de arbeidscontrole, …

Zijn er versnipperde bevoegdheidspakketten die het Vlaanderen moeilijk maken een coherent beleid te voeren?

Versnippering is er nog altijd, maar globaal gezien is er een verbetering. Inzake de welzijns- en gezondheidsmaterie is de problematiek in het noorden en zuiden van het land verschillend. Gelet op de versnelde vergrijzing en de noodzaak om de budgetten van de sociale zekerheid in evenwicht te houden, denk ik dan ook dat het noodzakelijk zal zijn om in de verschillende deelstaten een traject te volgen met een verschillende snelheid. Het is de verwachting dat zeker op dit domein zeer snel nieuwe stappen zullen gezet worden.

De regelgevende bevoegdheid blijft in bepaalde domeinen wel federaal, terwijl de uitvoering bij de regio’s ligt. Zorgt dit niet voor problemen?

Dat is natuurlijk niet nieuw. Er zijn verschillende domeinen waar de regelgeving federaal blijft en de uitvoering ervan regionaal is. Dit is uiteraard geen wenselijke situatie, maar we hebben in het verleden daar goed mee kunnen omgaan en we zullen dat ook in de toekomst doen. Dit vereist natuurlijk een goed samenspel met de federale overheidsdiensten.

Zijn er ook bevoegdheden waarvan u denkt dat ze beter opnieuw federaal zouden worden uitgeoefend, bevoegdheden die dus beter niet geregionaliseerd werden?

Ik denk dat iedereen heel positief is over de nieuwe mogelijkheden en dat er geen domeinen zijn waarvan men nu zegt "dat was beter niet gebeurd". Op dat vlak zijn er geen dissidente geluiden, integendeel.

Heerst bij de federale administraties wel hetzelfde gevoel?

Bij de federale administraties leeft soms een "we hebben het zo goed gedaan en nu wordt ons dat afgenomen"-mentaliteit, maar het is natuurlijk de politieke besluitvorming die hier heeft gespeeld. Onze vraag naar de overheveling van bevoegdheden vormt helemaal geen oordeel over de federale dienstverlening. Wij zijn vragende partij vanuit een beleidsstandpunt en vanuit de zorg om onze doelgroepen goed te bedienen.

Bestaan er in bepaalde overgehevelde beleidsdomeinen ambities om tabula rasa te maken met voorgaand beleid?

De protocollen die we opgesteld hebben, zijn allemaal met de duidelijke intentie om de continuïteit te garanderen. De zesde staatshervorming kent twee scharniermomenten: 1 juli 2014 en 1 januari 2015. We hebben de overgang op 1 juli 2014 ondertussen achter de rug en daar was in de publieke opinie geen enkel probleem opgemerkt. Ik maak mij sterk dat het ook op 1 januari 2015 feilloos zal verlopen.

Om af te sluiten een moeilijke, maar belangrijke vraag waarover de beleidsmakers zich de komende jaren zullen moeten buigen:
Indien men artikel 195 van de Grondwet zou wijzigen in die zin dat Martin Ruebens eenzijdig een zevende staatshervorming kan doorvoeren om zo tot een efficiëntere werking van de ingewikkelde Belgische staatsstructuur te komen, wat zou u dan veranderen?
 
Los van specifieke bevoegdheidsdomeinen, kunnen we nog verder gaan in de fiscale autonomie. Fiscaliteit ligt gevoelig bij de bevolking, maar is wel hét middel bij uitstek om een goede budgettaire situatie en dus een goed beleid te creëren. Fiscaliteit is "ambetant", maar het blijft een belangrijke sleutel.

Ik denk niet dat we nog veel moeten sleutelen aan de institutionele structuur. De werking van o.m. de Senaat, de Raad van State en het Overlegcomité is nu gewijzigd. Voor mij is dat ook niet echt de essentie. Qua bevoegdheden en qua politiek stelsel beschikken we nu over volwaardige regeringen. Nu nog aan het institutionele niveau knoeien, zorgt alleen maar voor commotie. De enige overblijvende angel is de institutionele context in Brussel. Daar wordt vandaag geen goed politiek bestuur gevoerd en daar moeten we dus nog een stap verder kunnen zetten.

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

This article has 1 comments

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *