Maandoverzicht – februari 2017
Overzicht februari 2017: nieuwe rechtsleer, arresten van het Grondwettelijk Hof over rolrechten en meemoederschap, en een workshop in de Senaat.
Vertaald uit het Engels. De oorspronkelijke tekst is de authentieke versie. Lees het origineel.
Kernpunten
Het overzicht van februari 2017 bevat nieuwe tijdschriftartikels en een boek over Belgisch grondwettelijk recht en de arresten 12/2017 tot 31/2017 van het Grondwettelijk Hof, waaronder de vernietiging van de hervorming van de rolrechten. Het kondigt ook een workshop aan op 24 maart 2017 in de Senaat over de bevoegdheden van de gemeenschappen.
BelConLawBlog publiceert een selectieve leeslijst met (I) nieuwe rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht in tijdschriften en boeken, (II) arresten van het Grondwettelijk Hof, (III) komende conferenties en (IV) calls for papers. Wie relevante ontwikkelingen wil aanreiken voor ons maandoverzicht, kan contact met ons opnemen.
I. Rechtsleer
A. Tijdschriften
- De Juristenkrant, no. 343 (8 February 2017)
F. SCHUERMANS, “Verdachte moet beroep krijgen tegen inzageweigering bij opsporingsonderzoek”, 1
B. NELISSEN, “Raad van State weigert Thiéry burgemeesterssjerp Linkebeek”, 2
T. VANDROMME, “Heffing op krotwoningen grotendeels naar gemeenten overgeheveld”, 5
E. BREWAEYS, “Opletten met vermelding van ondernemingsregister in dagvaarding”, 6
T. ROES, “Touwtrekken met Trump: verzet in alle staten”, 11
J. VANANROYE, “Poolse regering muilkorft Grondwettelijk Hof”, 12
- De Juristenkrant, no. 344 (22 February 2017)
E. BREWAEYS, “Grondwettelijk Hof vernietigt nieuwe regeling rolrechten”, 1
M. GEUENS, “Europees Hof fluit Europese Commissie terug over Europees burgerinitiatief”, 4
R. VASSEUR, “Grondwettelijk Hof en feitelijke samenwoonst: een moeilijk huwelijk”, 5
- Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2017, no. 1
A. COOLSAET, “Het optreden van inwoners namens de gemeente of de provincie bij stilzitten van het bestuur: zegen of kwelling?”, 4-18
B. Boeken
- M. ELST, J. VAN NIEUWENHOVE, De zelfinrichtingsbevoegdheden van de deelstaten, Brugge, Die Keure, 2017, 219 p.
II. Arresten van het Grondwettelijk Hof
A. Schending van de Grondwet / grondwetsconforme interpretatie
Het Grondwettelijk Hof
- oordeelt dat artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek de grondwet schendt, doch enkel in zoverre het de rechter ertoe verplicht de verbeurdverklaring uit te spreken van de zaak die heeft gediend om een misdaad of een wanbedrijf te plegen, wanneer die straf dermate afbreuk doet aan de financiële toestand van de persoon aan wie ze is opgelegd dat ze een schending van het eigendomsrecht inhoudt (9 februari 2017, nr. 12/2017);
- vernietigt de artikelen 3, 4, 5 en 6, die wijzigingen aanbrengen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van de wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen (9 februari 2017, nr. 13/2017);
-
oordeelt dat, in de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde beëdigde geneesheer niet ten laste vallen van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is ingeschreven, de artikelen 21, § 1, derde lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de grondwet schenden;
in de interpretatie dat in geval van een overlijden van een persoon in een ander gewest dan waar hij gedomicilieerd is het ereloon en de kosten van de door een ambtenaar van de burgerlijke stand aangestelde beëdigde geneesheer ook ten laste vallen van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister is ingeschreven, zijn artikel 21, § 1, derde lid, en 30 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en artikel 22, § 1, derde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals van toepassing in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, grondwetsconform (9 februari 2017, nr. 14/2017);
- beschouwt artikel 56ter, § 5, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zoals vervangen bij artikel 50 van de wet van 19 december 2008 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg, zoals van toepassing op de opnames die worden beëindigd vóór 1 januari 2009, als ongrondwettig, in zoverre het erin voorziet dat de daadwerkelijk terug te betalen bedragen gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke uitgaven van de geselecteerde ziekenhuizen en de nationale mediaanuitgave, wanneer die laatste gelijk is aan nul (9 februari 2017, nr. 15/2017);
-
stelt dat artikel 33, derde lid, van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties ongrondwettig is, in de interpretatie dat het een onweerlegbaar vermoeden van toerekenbaarheid invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat van het voertuig waarmee de overtreding werd gepleegd;
dezelfde bepaling is grondwetsconform in de interpretatie dat ze een weerlegbaar vermoeden van toerekenbaarheid invoert ten laste van de houder van de kentekenplaat (9 februari 2017, nr. 16/2017);
- vernietigt artikel 82 van de programmawet van 10 augustus 2015 in zoverre het geen betrekking heeft op de jaarrekeningen met betrekking tot het boekjaar verbonden aan het aanslagjaar 2012 wanneer de belaste reserves van dat aanslagjaar, gelet op de datum van de algemene vergadering, niet in aanmerking kwamen voor de regeling van de “interne liquidatie” (16 februari 2017, nr. 20/2017);
-
oordeelt dat artikel 1122 van het Gerechtelijk Wetboek ongrondwettig is in zoverre het de door een arbitrale uitspraak benadeelde derden uitsluit van het voordeel van het derdenverzet;
artikel 1717 van het Gerechtelijk Wetboek is grondwetsconform in die interpretatie dat het de door een arbitrale uitspraak benadeelde derden enkel in geval van bedrog toelaat een beroep tot vernietiging van die beslissing in te stellen (16 februari 2017, nr. 21/2017);
- beschouwt artikel 325/7, § 1, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek als ongrondwettig in zoverre de daarin bepaalde vervaltermijn voor de vrouw die het meemoederschap opeist, kan aanvangen vooraleer de betwiste erkenning plaatsvindt (16 februari 2017, nr. 24/2017);
- oordeelt dat artikel 343, § 1, b), van het Burgerlijk Wetboek, in samenhang gelezen met de artikelen 162 en 164 van hetzelfde Wetboek, in zoverre het de gewone adoptie van de kinderen van de ene wettelijk samenwonende partner door de andere wettelijk samenwonende partner niet toelaat wanneer er tussen hen sprake is van een huwelijksbeletsel waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen als gevolg van de volle adoptie van een van de wettelijk samenwonende partners door de ouders van de andere partner, ongrondwettig is (16 februari 2017, nr. 25/2017);
- stelt dat artikel I.3, 69°, g), van de Codex Hoger Onderwijs, gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs, in samenhang gelezen met artikel II.285 van die Codex, de grondwet schendt, in zoverre het niet voorziet in een beroepsmogelijkheid bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen ten behoeve van (kandidaat-)studenten die zijn ingeschreven met een credit- of examencontract (16 februari 2017, nr. 26/2017);
- oordeelt dat artikel 42quater van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals het van toepassing was vóór de wijziging van artikel 13, § 1, van dezelfde wet bij artikel 13 van de wet van 4 mei 2016 “houdende diverse bepalingen inzake asiel en migratie en tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen”, ongrondwettig is in zoverre de minister of zijn gemachtigde binnen vijf jaar na de erkenning van het verblijfsrecht een einde kan maken aan het verblijfsrecht van de echtgenoot van een Belg of van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie wanneer het huwelijk wordt ontbonden en die vreemdeling, in de loop van het vierde of het vijfde jaar van die periode, niet voldoet aan de bij artikel 42quater, § 4, in fine bepaalde voorwaarde (23 februari 2017, nr. 28/2017);
-
beschouwt artikel 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten als ongrondwettig in de interpretatie dat de Orde van architecten niet in rechte kan treden in geval van inbreuken op de wetten en reglementen tot bescherming van de titel en van het beroep van architect;
artikel 2 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten is grondwetsconform in de interpretatie dat de Orde van architecten in rechte kan treden in geval van inbreuken op de wetten en reglementen tot bescherming van de titel en van het beroep van architect (23 februari 2017, nr. 31/2017);
B. Geen schending van de Grondwet
Het Grondwettelijk Hof
- oordeelt dat artikel 39 van het Vlaamse decreet van 21 juni 2013 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, dat inhoudt dat artikel 14, vierde lid, van hetzelfde decreet zo wordt uitgelegd dat de uitgekeerde tegemoetkoming slaat op alle tegemoetkomingen die het agentschap heeft verleend voor de persoon met een handicap, grondwetsconform is (16 februari 2017, nr. 22/2017);
- stelt dat de artikelen 568 (de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg), 602 (de bevoegdheid van het hof van beroep), 608 (de bevoegdheid van het hof van cassatie), 1050 (algemene bepaling over het hoger beroep) en 1073 (de termijn voor voorziening in cassatie) van het Gerechtelijk Wetboek grondwetsconform zijn (23 februari 2017, nr. 29/2017);
III. Komende conferenties
Workshop: 'De bevoegdheden van de gemeenschappen'
Vrijdag 24 maart 2017, Senaat (Brussel)
Meer informatie en inschrijving