Maandoverzicht – oktober 2016
Overzicht oktober 2016: nieuwe rechtsleer over grondwettelijk recht, arresten van het Grondwettelijk Hof over de omgevingsvergunning en een symposium.
Vertaald uit het Engels. De oorspronkelijke tekst is de authentieke versie. Lees het origineel.
Kernpunten
Het overzicht van oktober 2016 bevat nieuwe artikels en boeken over Belgisch grondwettelijk recht en de arresten van het Grondwettelijk Hof van die maand, waaronder nr. 125/2016 over het Vlaamse omgevingsvergunningsdecreet. Het kondigt ook een symposium aan op 15 december 2016 in Hasselt over het Stabiliteitsverdrag-arrest.
BelConLawBlog publiceert een selectieve leeslijst met (I) nieuwe rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht in tijdschriften en boeken, (II) arresten van het Grondwettelijk Hof, (III) komende conferenties en (IV) calls for papers. Wie relevante ontwikkelingen wil aanreiken voor ons maandoverzicht, kan contact met ons opnemen.
I. Rechtsleer
A. Tijdschriften
-
De Juristenkrant, no. 334 (28 September 2016)
C. VAN VYVE, “EHRM stelt België ultimatum voor behandeling geïnterneerden”, 1 en 3
S. KEUNEN, “Minder toezicht, meer autonomie voor Brusselse gemeenten”, 8
-
De Juristenkrant, no. 335 (12 Oktober 2016)
T. VANDROMME, “Mensenrechtenhof laat omstreden Rotterdamwet overeind”, 3
E. MERCKX, “Gedwongen anticonceptie: een kwestie van mensenrechten”, 10
P. BEKAERT, “Zijn wij geen Charlie meer?”, 11
-
De Juristenkrant, no. 336 (26 Oktober 2016)
B. VANHEUSDEN, “Omgevingsvergunningsdecreet is grotendeels ongrondwettig”, 2
E. DE BOCK, “Nieuwe adoptie van meerderjarigen voortaan mogelijk”, 3
B. DE GROOTE, “Arbeidsgerechten moeten niet alle schulden kwijtschelden bij collectieve schuldenregeling”, 4
-
Chroniques de Droit Public – Publiekrechtelijke Kronieken (CDPK), 2016, no. 2
C. MERTES, “Le régime disciplinaire des agents statutaires à l’aune de la jurisprudence récente du Conseil d’Etat”, 160-182
B. CUVELIER, “Les droits acquis des agents statutaires : mythe ou réalité ?”, 183-188
P. DE HERT & T. DE SCHEPPER, “De nieuwe bevoegdheid van de burgemeester tot het opleggen van een tijdelijk plaatsverbod. Artikel 134sexies Nieuwe Gemeentewet ingevoegd door de Wet van 24 juni 2013: context, samenspel en eerste rechtspraak”, 189-217
N. NOLET DE BRAUWERE, “Le décret du 5 février 2015 instaurant le régime wallon des implantations commerciales : lignes de force d’une certaine accaparation régionale”, 218-242
-
Rechtskundig Weekblad, 2016-17, no. 8
F. JUDO, “Een constitutioneel novum: de postambule”, 282
-
Journal des tribunaux , 2016, no. 33
G. DELANNAY , “Le point sur les indemnités de procédure à charge des pouvoirs publics”, 589-591
B. Boeken
-
H. COREMANS, J. DUJARDIN, B. SEUTIN, M. VAN DAMME, G. VERMEYLEN, Beginselen van wetgevingstechniek en behoorlijke regelgeving, Brugge, Die Keure, 2016.
- A. VAN REGENMORTEL, H. VERSCHUEREN, S. BOUCKAERT, L. DE MEYER, F. LOUCKX, B. MARTEL, P. PALSTERMAN, V. PERTRY, K. REYNIERS, G. VAN LIMBERGHEN, L. VERMEULEN, V. VERVLIET, Grondrechten en sociale zekerheid, Brugge, Die Keure, 2016, 420 p.
II. Arresten van het Grondwettelijk Hof
A. Schending van de Grondwet / grondwetsconforme interpretatie
Het Grondwettelijk Hof
- beschouwt artikel 226 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gaande over de passende beoordeling van mogelijke significante gevolgen voor speciale beschermingszones, als ongrondwettig (6 oktober 2016, nr. 125/2016);
- oordeelt dat artikel 59, derde lid, van de wet van 21 december 2013 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken, dat retroactieve kracht verleent aan artikel 29 van dezelfde wet, ongrondwettig is, in samenhang gelezen met het algemeen beginsel van de niet-retroactiviteit van wetten (6 oktober 2016, nr. 126/2016);
-
beschouwt de artikelen 479 tot 482bis van het Wetboek van strafvordering als ongrondwettelijk, in die interpretatie dat de zaak, na het beëindigen van het door het Hof van Cassatie gevorderde onderzoek, niet aan dat Hof moet worden teruggezonden maar de procureur-generaal bij het hof van beroep alsdan bevoegd is om te beslissen of de zaak al dan niet naar het vonnisgerecht moet worden verwezen;
oordeelt dat de artikelen 479 tot 482bis van het Wetboek van strafvordering grondwetsconform zijn, in die interpretatie dat de zaak, na het beëindigen van het door het Hof van Cassatie gevorderde onderzoek, aan dat Hof moet worden teruggezonden dat in het kader van een tegensprekelijke procedure zal overgaan tot de regeling van de rechtspleging en daarbij de toereikendheid van de bezwaren en de regelmatigheid van de rechtspleging zal beoordelen (20 oktober 2016, nr. 131/2016);
- oordeelt dat de artikelen 185bis en 198, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing voor de aanslagjaren 2010 en 2011, aldus geïnterpreteerd dat de vennootschapsbelasting, bedoeld in de laatstgenoemde bepaling, ressorteert onder de notie “niet als beroepskosten aftrekbare uitgaven en kosten”, bedoeld in de eerstgenoemde bepaling, zodat zij tot de belastbare grondslag van de betrokken beleggingsvennootschappen behoort, grondwetsconform zijn (20 oktober 2016, nr. 135/2016);
- oordeelt dat de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, in die zin geïnterpreteerd dat de schade geleden door de openbare werkgever wanneer een van zijn personeelsleden het slachtoffer is van een ongeval dat voor vergoeding in aanmerking komt in de zin van die bepalingen, is beperkt tot de betalingen die hij heeft verricht zonder de normale tegenprestatie van arbeid te genieten, grondwetsconform zijn (20 oktober 2016, nr. 136/2016);
B. Geen schending van de Grondwet
Het Grondwettelijk Hof
- oordeelt dat artikel 257, eerste lid, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij artikel 2, 2°, van het decreet van het Waalse Gewest van 10 december 2009 « houdende fiscale billijkheid en milieuefficiëntie voor het wagenpark en de passiefhuizen », grondwetsconform is (20 oktober 2016, nr. 132/2016);
- oordeelt dat artikel 1211, § 2, zesde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd door artikel 5 van de wet van 13 augustus 2011 houdende hervorming van procedure van gerechtelijke vereffening-verdeling, grondwetsconform is, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (20 oktober 2016, nr. 138/2016);
III. Conferenties
Interfacultair symposium ‘Een Belgische nationale en constitutionele identiteit: voorrang op het EU-recht? Analyse van het Stabiliteitsverdrag-arrest van het Grondwettelijk Hof’
- 15 december 2016 (14u00-17u00) (Universiteit Hasselt)
- Meer informatie op de website