Maandoverzicht – februari 2016
Leeslijst februari 2016: rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht, arresten van het Grondwettelijk Hof met een schending, een conferentie en een call.
Vertaald uit het Engels. De oorspronkelijke tekst is de authentieke versie. Lees het origineel.
Kernpunten
Het overzicht van februari 2016 bundelt nieuwe artikelen en een boek over Belgisch grondwettelijk recht, zoals het werk van T. Moonen over de keuzes van het Grondwettelijk Hof. Het vat de arresten van februari 2016 samen waarin het Grondwettelijk Hof een schending vaststelde (nrs. 15 tot 30/2016) en kondigt een conferentie over samenwerking in federaal België en een fellowship van International IDEA aan.
Let op onze nieuwe, verbeterde lijst van arresten van het Grondwettelijk Hof waarin een schending van de Grondwet werd vastgesteld.
I. Rechtsleer
A. Tijdschriften
– Journal des Tribunaux, 2016, nr. 6
F. BOUHON, “L'arrêt de mort des (trop) petites circonscriptions électorales wallonnes – Commentaires suscités par l'arrêt no 169/2015 de la Cour constitutionnelle”, 89
Het doodvonnis van de (te) kleine Waalse kieskringen — commentaar naar aanleiding van arrest nr. 169/2015 van het Grondwettelijk Hof
– Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, nr. 2016-1
T. DE PELSMAEKER en E. VANDENBOSSCHE, “Het decreet van 14 maart 2014 tot wijziging van het zogenaamde ‘Septemberdecreet’: een oplossing met beperkte houdbaarheidsdatum”, 3
Het decreet van 14 maart 2014 tot wijziging van het zogenaamde ‘Septemberdecreet’: een oplossing met beperkte houdbaarheidsdatum
– Rechtskundig Weekblad, nr. 79-24
T. VANDROMME, “Op weg naar een Vlaams woninghuurrecht”, 922
Op weg naar een Vlaams woninghuurrecht
G. VERHELST, “Raad voor Vergunningsbetwistingen en Milieuhandhavingscollege krijgen bestuurlijke lus 2.0”, 923
Raad voor Vergunningsbetwistingen en Milieuhandhavingscollege krijgen bestuurlijke lus 2.0
– Rechtskundig Weekblad, nr. 79-26
T. MOONEN, “De keuzes van het Grondwettelijk Hof: argumenten bij de interpretatie van de Grondwet”, 1003
De keuzes van het Grondwettelijk Hof: argumenten bij de interpretatie van de Grondwet
– De Juristenkrant, nr. 323
G. VERSCHELDEN, “Grondwettelijk Hof biedt kind steeds kans op betwisting huwelijks vaderschap”, 3
Grondwettelijk Hof biedt kind steeds kans op betwisting huwelijks vaderschap
I. VAN HIEL, “Grondwettelijk Hof klaart onduidelijkheden over inwerkingtreding eenheidsstatuut uit. Onderscheid arbeiders – bedienden tot 31 december 2013 gehandhaafd”, 16
Grondwettelijk Hof klaart onduidelijkheden over inwerkingtreding eenheidsstatuut uit. Onderscheid arbeiders – bedienden tot 31 december 2013 gehandhaafd
B. Boeken
– T. MOONEN, De keuzes van het Grondwettelijk Hof, Brugge, Die Keure/La Charte, 2016, 344 p.
De keuzes van het Grondwettelijk Hof
II. Arresten van het Grondwettelijk Hof (schending van de Grondwet)
Het Grondwettelijk Hof
– vernietigt artikel 51 van de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, in zoverre het de operatoren die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden, voor hun diensten inzake mobiele communicatie en mobielinternetabonnementen, betrekt bij de compensatieregeling voor het sociale element van de universele dienst voor elektronische communicatie;
vernietigt artikel 51 van de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, in zoverre het de operatoren die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden, voor hun diensten inzake mobiele communicatie en mobielinternetabonnementen betrekt bij de compensatieregeling voor het sociale element van de universele dienst voor elektronische communicatie (3 februari 2016, nr. 15/2016);
– beschouwt de retroactieve kracht van de artikelen 12 en 13 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 3 april 2014 ongrondwettig, omdat ze inwerking getreden waren alvorens te zijn gewijzigd door de artikelen 9 en 10 van de ordonnantie van 12 februari 2015;
beschouwt de terugwerkende kracht van de artikelen 12 en 13 van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 3 april 2014 als ongrondwettig, omdat ze in werking waren getreden alvorens te zijn gewijzigd door de artikelen 9 en 10 van de ordonnantie van 12 februari 2015 (3 februari 2016, nr. 16/2016);
– beslist dat artikel 42, § 2, 2° van het Vlaamse decreet van 22 december 1995 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het slechts op voorwaardelijke wijze een vrijstelling van heffing mogelijk maakt voor de houders van zakelijke rechten;
beslist dat artikel 42, § 2, 2° van het Vlaamse decreet van 22 december 1995 de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, in zoverre het slechts op voorwaardelijke wijze een vrijstelling van heffing mogelijk maakt voor de houders van zakelijke rechten (3 februari 2016, nr. 17/2016);
– beslist dat een kind ouder dan 22 jaar het vaderschap kan betwisten na een termijn van 1 jaar vanaf de ontdekking dat de echtgenoot van zijn moeder niet zijn of haar biologische vader is;
beslist dat een kind ouder dan 22 jaar het vaderschap kan betwisten na een termijn van 1 jaar vanaf de ontdekking dat de echtgenoot van zijn moeder niet zijn of haar biologische vader is (3 februari 2016, nr. 18/2016);
-> Zie G. VERSCHELDEN, “Grondwettelijk Hof biedt kind steeds kans op betwisting huwelijks vaderschap” [Constitutional Court offers child always a chance to contest marital fatherhood], 3 De Juristenkrant, no. 323.
– oordeelt dat artikel 79, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen ongrondwettig is, aangezien dit artikel het recht op een eerlijk proces schendt;
oordeelt dat artikel 79, § 1, eerste lid, van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen ongrondwettig is, aangezien dit artikel het recht op een eerlijk proces schendt (18 februari 2016, nr. 22/2016);
– beschouwt artikel 31 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ongrondwettelijk, in zoverre het de belastingadministratie tijdens de periode van opschorting niet verbiedt een hypothecaire inschrijving te nemen om erna als bevoorrechte schuldeiser te worden erkend;
beschouwt artikel 31 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen als ongrondwettig, in zoverre het de belastingadministratie tijdens de periode van opschorting niet verbiedt een hypothecaire inschrijving te nemen om nadien als bevoorrechte schuldeiser te worden erkend (18 februari 2016, nr. 23/2016);
– beschouwt artikel 45 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid ongrondwettig in zoverre het niet de mogelijkheid biedt de beslissing om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen, met uitstel gepaard te doen gaan;
beschouwt artikel 45 van het Wetboek van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid als ongrondwettig in zoverre het niet de mogelijkheid biedt de beslissing tot oplegging van een alternatieve administratieve geldboete met uitstel gepaard te doen gaan (18 februari 2016, nr. 25/2016);
– beslist dat artikel 7 van de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen en artikel 378 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moeten worden geïnterpreteerd in die zin dat het beroep tegen de gemeentebelasting moet worden betekend aan de bestendige deputatie;
beslist dat artikel 7 van de wet van 23 december 1986 betreffende de invordering en de geschillen ter zake van provinciale en plaatselijke heffingen en artikel 378 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in die zin moeten worden geïnterpreteerd dat het beroep tegen de gemeentebelasting moet worden betekend aan de gemeenteraad (18 februari 2016, nr. 26/2016);
– beschouwt artikel 9 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens ongrondwettig, in zoverre het zonder meer van toepassing is op de publiekrechtelijke beroepsorganisatie;
beschouwt artikel 9 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens als ongrondwettig, in zoverre het zonder meer van toepassing is op publiekrechtelijke beroepsorganisaties (25 februari 2016, nr. 28/2016);
– beslist dat artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ongrondwettig is wanneer dit zo wordt geïnterpreteerd dat een fout of een nalatigheid vanwege de overheid bij een niet-tijdige betaling noodzakelijk is opdat de belastingplichtige een afzonderlijke belasting kan genieten van de baten van vrije beroepen die niet tijdig zijn betaald door toedoen van een overheid;
beslist dat artikel 171, 6°, tweede streepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ongrondwettig is wanneer het zo wordt geïnterpreteerd dat een fout of nalatigheid van de overheid bij een laattijdige betaling noodzakelijk is opdat de belastingplichtige een afzonderlijke belasting kan genieten op baten van vrije beroepen die door toedoen van een overheid niet tijdig zijn betaald (25 februari 2016, nr. 30/2016);
III. Conferenties
– Is samenwerking binnen het federale België nog mogelijk?
Is samenwerking binnen het federale België nog mogelijk?
- 18 maart 2016 (Brussel)
- voor meer informatie, zie website of contacteer studipolis@diekeure.be
IV. Call for papers
– International IDEA Constitution Building Programme – Fellowship for Constitution Makers
- 27 februari – 24 maart 2017 (Constitution Building Programme Facility in Den Haag, Nederland)
- Deadline voor het indienen van een professioneel cv en een korte motivatiebrief (2-4 pagina’s): 31 maart 2016
- Voor meer informatie, zie website