Belgian Constitutional Law BlogRechtsleer van de Universiteit Gent sinds 2014
EN NL
Maandoverzicht

Maandoverzicht – oktober 2017

Overzicht oktober 2017: nieuwe rechtsleer, arresten van het Grondwettelijk Hof over de taalwetgeving in Brussel en het Vlaamse dopingdecreet, en conferenties.

Vertaald uit het Engels. De oorspronkelijke tekst is de authentieke versie. Lees het origineel.

Kernpunten

Dit overzicht vermeldt artikelen uit De Juristenkrant, I·CON, het Journal des tribunaux, het Rechtskundig Weekblad en de Revue belge de droit constitutionnel van oktober 2017, en een handboek algemeen bestuursrecht. Het vat de arresten 109/2017 tot 124/2017 van het Grondwettelijk Hof samen en kondigt een conferentie over rechtsvergelijking in april 2018 aan.

BelConLawBlog publiceert een selectieve leeslijst met (I) nieuwe rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht in tijdschriften en boeken, (II) arresten van het Grondwettelijk Hof, (III) komende conferenties en (IV) calls for papers. Wilt u relevante ontwikkelingen voor ons maandoverzicht aanreiken, neem dan contact met ons op.

I. Rechtsleer

A. Tijdschriften

  • De Juristenkrant, no. 355 (11 October 2017)

    D. VOORHOOF, “Kasteelmoord: justitie beukt in op journalistiek bronnengeheim”, 1-2.

    J. GOOSSENS, “Primeur: Waals gewest en Franse gemeenschap maken gezamenlijk decreet”, 6-7.

    D. BIJNENS en S. KEUNEN, “Naar onafhankelijkheid via referendum?”, 16.

  • De Juristenkrant, no. 356 (25 October 2017)

    I. VAN HIEL, “Kleine NMBS-vakbonden mogen staken en deelnemen aan sociaal overleg”, 7.

    B. AERTS, “‘We geven grondrechten op in ruil voor een beetje schijnveiligheid’ [Interview met Jos Vander Velpen]”, 10-11.

  • International journal of constitutional law, 2017, vol. 15, no. 3

    L. LAVRYSEN, J. THEUNIS, J. GOOSSENS, P. CANNOOT, V. MEERSCHAERT, “Developments in Belgian constitutional law: The year 2016 in review”, 774-784.

  • Journal des tribunaux, 2017, no. 29

    N. TULKENS e.a., “La Cour constitutionnelle face au Pacte budgétaire européen : un arrêt sans intérêt ?”, 565-582.

  • Journal des tribunaux, 2017, no. 32

    N. GALLUS, “L'apport de la jurisprudence de la Cour constitutionnelle à la fonction protectrice de l'adoption”, 645-647.

  • Rechtskundig Weekblad, 2017-18, no. 10

    N. PEETERS e.a., “Claritas custodiet ipsos custodes – Helderheid bewaakt de bewakers bij overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de hoogste nationale rechtscolleges”, 362-371.

  • Revue belge de droit constitutionnel, 2016, no. 4

    J-F. KERLÉO, “Variations sur le rôle local du parlementaire et ses rapports avec les autorités territoriales”, 309-329.

    J. SOHIER en F. TULKENS, “Les cours et tribunaux – Chronique de jurisprudence constitutionnelle 2015-2016”, 355-383.

  • Tijdschrift voor gemeenterecht, 2017, no. 3

    J. ACKAERT e.a., “Vrijwillige fusies tussen gemeenten? Een analyse van het huidige decretale kader in vergelijking met de verplichte fusieronde van 1976-77”, 144-159.

    K. WAUTERS en S. KEUNEN, “Commerciële activiteiten intercommunales zijn onverenigbaar met fiscale vrijstelling”, 163-165.

B. Boeken

  • S. DE SOMER en I. OPDEBEEK, Algemeen bestuursrecht. Grondslagen en beginselen, Intersentia, 2017, 732 p.

II. Arresten van het Grondwettelijk Hof

A. Schending van de Grondwet / grondwetsconforme interpretatie

Het Grondwettelijk Hof

  • vernietigt artikel 2 van de wet van 21 april 2016 houdende wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, in zoverre het niet van toepassing is op de plaatselijke diensten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; (5 oktober 2017, nr. 109/2017);

  • oordeelt dat, in zoverre het de ingezeten echtparen voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en waarvan een van de echtgenoten – te dezen diegene die daadwerkelijk de hoogste inkomsten ontvangt – wedden ontvangt die afkomstig zijn van een internationale organisatie en die bij overeenkomst zijn vrijgesteld onder progressievoorbehoud, de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste ontzegt, artikel 134 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 de Grondwet schendt; (12 oktober 2017, nr. 111/2017);

  • beschouwt artikel 147, derde lid, tweede zin, van de wet van 1 december 2013 « tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde » ongrondwettig, in zoverre het de in de Rechtbank van Koophandel of de Arbeidsrechtbank van Eupen-Verviers benoemde magistraten die voldoen aan de voorwaarden inzake de kennis van de Duitse taal, ertoe verplicht in subsidiaire orde te worden benoemd in de Rechtbank van eerste aanleg en, naar gelang van het geval, in de Arbeidsrechtbank of de Rechtbank van Koophandel, (12 oktober 2017, nr. 113/2017);

  • acht de artikelen 35, 36 en 37 van het Veldwetboek, in de interpretatie dat zij niet van toepassing zijn op de openbare wegen en hun uitrusting, in overeenstemming met de Grondwet en het Eerste Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, voor zover de bevoegde rechter in concreto vermag na te gaan of de hinder die uit de bermbeplantingen van een openbare weg zou kunnen voortvloeien de last te boven gaat die in het algemeen belang aan een particulier kan worden opgelegd; (12 oktober 2017, nr. 115/2017);

  • beschouwt het ontbreken van een wettelijke bepaling die toelaat, voor het bepalen van de rang van kinderen, de last in aanmerking te nemen die daadwerkelijk door elk van de ouders wordt gedragen voor de huisvesting en de opvoeding van hun kinderen uit een vorig huwelijk, wanneer die kinderen op een gelijkmatig verdeelde wijze door de ouders worden gehuisvest, ongrondwettig; (12 oktober 2017, nr. 118/2017);

  • oordeelt dat de artikelen 9, 46, 1°, en 47 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport artikel 11 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen schenden, wanneer artikel 47 in die zin wordt geïnterpreteerd dat de erin geregelde strafuitsluitende verschoningsgrond niet enkel geldt voor feiten die alleen strafbaar zijn op grond van artikel 46, 1°, van dat decreet, maar ook voor het bezit van verboden stoffen strafbaar gesteld bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen;

    stelt dat de artikelen 9, 46, 1°, en 47 van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport artikel 11 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en Grondwet niet schenden, wanneer artikel 47 in die zin wordt geïnterpreteerd dat de erin geregelde strafuitsluitende verschoningsgrond enkel geldt voor de in artikel 46, 1°, van dat decreet omschreven misdrijven, en dus niet voor het bezit van verboden stoffen strafbaar gesteld bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen; (19 oktober 2017, nr. 121/2017);

B. Geen schending van de Grondwet

Het Grondwettelijk Hof

  • stelt dat artikel 132bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 m.b.t. de verdeling van de toeslagen over twee belastingplichtigen die samen het gezag uitoefenen over twee of meerdere kinderen, zoals vervangen bij artikel 279 van de wet van 27 december 2006 houdende diverse bepalingen (I), de Grondwet niet schendt; (12 oktober 2017, nr. 112/2017);

  • bepaalt dat, rekening houdend met hetgeen in B.16 is vermeld, artikel 319, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat bepaalt dat vanaf 01.01.2014, artikel 3.13.1.2.6. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit – VCF van 13 december 2013 van toepassing is, en artikel 63, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, bepalend dat eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend teneinde hen in staat te stellen, de Grondwet noch het Europees Verdrag voor de rechten van de mens schenden; (12 oktober 2017, nr. 116/2017);

  • oordeelt dat de artikelen 1338 en 1340 van het Gerechtelijk Wetboek, m.b.t. de summiere rechtspleging om betaling te bevelen, geen ongrondwettigheid inhouden; (12 oktober 2017, nr. 117/2017);

  • acht artikel 42, § 1, van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 19 december 1939, grondwettelijk; (12 oktober 2017, nr. 118/2017);

  • stelt dat de artikelen 39, 40, betreffende de woonplaats waar de betekening en de kennisgeving mogen geschieden, en 1056, betreffende de wijze waarop het hoger beroep wordt ingesteld, van het Gerechtelijk Wetboek de Grondwet niet schenden, al dan niet in samenhang gelezen met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens; (12 oktober 2017, nr. 119/2017);

  • bepaalt dat artikel 40bis, § 2, eerste lid, 2°, m.b.t. de partner die als familielid van een burger van de Europese Unie wordt beschouwd, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in samenhang gelezen met artikel 40ter van dezelfde wet dat stelt op welke familieleden de bepalingen van toepassing zijn, de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, niet schendt; (12 oktober 2017, nr. 120/2017);

  • beschouwt artikel 27ter, § 2, eerste lid, en § 3, betreffende de termijn waarover de beroepsinstantie beschikt om zich uit te spreken over de verzoeken ingediend op basis van de artikelen 27 en 27bis, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen in overeenstemming met de Grondwet; (19 oktober 2017, nr. 122/2017);

  • acht artikel 28, § 2, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, m.b.t. de gevolgen van een vonnis, een arrest of een beslissing van een inrichtende macht van het gesubsidieerd vrij onderwijs dat de beëindiging of vermindering van de opdracht van een door haar vastbenoemd personeelslid, strijdig acht met het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, grondwettig; (19 oktober 2017, nr. 124/2017).

III. Komende conferenties

  • Annual Conference of the Younger Comparativists Committee (YCC) of the American Society of Comparative Law (ASCL), 20-21 april 2018, Cleveland, VS, voor meer info zie hier.