Maandoverzicht – mei 2016
Leeslijst mei 2016: nieuwe rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht en arresten van het Grondwettelijk Hof, van vernietigingen tot geen schending.
Vertaald uit het Engels. De oorspronkelijke tekst is de authentieke versie. Lees het origineel.
Kernpunten
Het overzicht van mei 2016 bundelt nieuwe tijdschriftartikelen en boeken over Belgisch grondwettelijk recht. Het vat de arresten van het Grondwettelijk Hof van 11 en 25 mei 2016 samen, met vernietigingen (o.a. 63/2016 en 71/2016 over de Waalse energieregulator) en arresten zonder schending (o.a. 72/2016 dat de antiseksismewet handhaaft).
Maandoverzicht – mei 2016
BelConLawBlog publiceert een selectieve leeslijst van (I) nieuwe rechtsleer over Belgisch grondwettelijk recht in tijdschriften en boeken, (II) arresten van het Grondwettelijk Hof, (III) komende conferenties en (IV) calls for papers. Om relevante ontwikkelingen voor ons maandoverzicht in te dienen, kunt u contact met ons opnemen.
I. Rechtsleer
A. Tijdschriften
- De Juristenkrant, no. 329 (4 May 2016)
S. KEUNEN & A. D'ESPALLIER, “Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen decreet persoonsvolgende financiering”, 4
Grondwettelijk Hof verwerpt beroep tegen decreet persoonsvolgende financiering
E. BREWAEYS, “Grondwettelijk Hof handhaaft territoriale bevoegdheid oorspronkelijke familierechtbank”, 5
Grondwettelijk Hof handhaaft territoriale bevoegdheid oorspronkelijke familierechtbank
- Nieuw Juridisch Weekblad, no. 2016-343
K. CALUWAERT , C. FORNOVILLE & T. MOONEN, “Rechtsplegingsvergoeding in geschillen met de overheid. De omslag in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.”, 410-427
Rechtsplegingsvergoeding in geschillen met de overheid. De omslag in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof.
- Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, no. 2016-3
D. BIJNENS, P. SCHOLLEN & J. THEUNIS, “De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof. Overzicht van rechtspraak 2014”, 126
De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof. Overzicht van rechtspraak 2014
C. ZOETHOUT, “De Grondwet in het Arabisch en andere Nederlandse constitutionele vraagstukken”, 173
De Grondwet in het Arabisch en andere Nederlandse constitutionele vraagstukken
- Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, no. 2016-4
W. WIJTVLIET, “The judicialization of politics as a challenge to judicial lawmaking”, 200
S. KEUNEN, “Lokale autonomie als (essentieel) kenmerk voor de democratische legitimiteit van lokale besturen”, 248
Lokale autonomie als (essentieel) kenmerk voor de democratische legitimiteit van lokale besturen
L. DE DEYNE, “Het “democratische deficit” van onafhankelijke energieregulatoren en de rol van het parlement”, 261
Het “democratische deficit” van onafhankelijke energieregulatoren en de rol van het parlement
B. Boeken
- D. CHICHOYAN, F. KÉFER, Y.-H. LELEU, T. LITANNIE, O. MICHIELS, X. MINY, G. RIFFLART & G. ROSOUX, La Cour constitutionnelle – De l'art de modeler le droit pour préserver l'égalité, Limal, Anthemis, 2016, 324 p.
Het Grondwettelijk Hof – De kunst om het recht te boetseren om de gelijkheid te vrijwaren
- I. LARMUSEAU, H. SCHOUKENS, P. DE SMEDT, R. SLABBINCK, L. DU GARDEIN, P.-J. DEFOORT, K. BEKÉ, S. DE MAESSCHALCK, A. HOUTHUYS, M. STRUBBE, S. VANDAMME, T. MALFAIT, C. PONCHAUT, E. DE WITTE & W. THYSSEN, Vlaams Omgevingsrecht: (g)een Toren van Babel, Brugge, Vanden Broele, 2016, 333 p.
Vlaams Omgevingsrecht: (g)een Toren van Babel
- F. CAESTECKER, N. PERRIN, T. EGGERICKX & B. RENAULD, Belg worden. De geschiedenis van de Belgische nationaliteitsverwerving sinds 1830, Mechelen, Wolters Kluwer, 2016, 283 p.
Belg worden. De geschiedenis van de Belgische nationaliteitsverwerving sinds 1830
II. Arresten van het Grondwettelijk Hof
A. Schending van de Grondwet / grondwetsconforme interpretatie
Het Grondwettelijk Hof
- vernietigt artikel 95 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen wegens schending van de fiscale neutraliteit;
vernietigt artikel 95 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de gereglementeerde vastgoedvennootschappen wegens schending van de fiscale neutraliteit (11 mei 2016, nr. 63/2016);
- oordeelt dat onder artikel 19bis-11, § 2, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen moet worden verstaan dat bij de verdeling van de schadevergoeding bedoeld in die bepaling enkel de verzekeraars van de geïdentificeerde voertuigen in aanmerking worden genomen;
oordeelt dat artikel 19bis-11, § 2, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen zo moet worden begrepen dat bij de verdeling van de in die bepaling bedoelde schadevergoeding enkel de verzekeraars van de geïdentificeerde voertuigen in aanmerking worden genomen (11 mei 2016, nr. 64/2016);
- beslist dat een ouder het recht moet hebben om op eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek voor zijn kind een vrijstelling te verkrijgen om het onderricht in een van de erkende godsdiensten of dat in de niet-confessionele zedenleer te volgen;
beslist dat een ouder het recht moet hebben om op eenvoudig, niet anders gemotiveerd verzoek voor zijn kind een vrijstelling te verkrijgen van het onderricht in een van de erkende godsdiensten of in de niet-confessionele zedenleer (11 mei 2016, nr. 66/2016);
- oordeelt dat de personeelsleden van een Franstalige basisschool die behoort tot het vrij gesubsidieerd onderwijs en die gevestigd is in een gemeente met een bijzonder taalstatuut niet onder artikel 19quater, tweede lid, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 1991 vallen;
oordeelt dat de personeelsleden van een Franstalige basisschool die behoort tot het vrij gesubsidieerd onderwijs en gevestigd is in een gemeente met een bijzonder taalstatuut niet onder artikel 19quater, tweede lid, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 1991 vallen (11 mei 2016, nr. 68/2016);
- beschouwt artikel 28, § 1, van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, zoals vervangen bij artikel 28 van het decreet van het Waalse Gewest van 27 maart 2003 ongrondwettig, in zoverre het bepaalt dat het bezwaar, op straffe van verval, uiterlijk binnen drie maanden na het versturen van het aanslagbiljet moet worden voorgelegd;
beschouwt artikel 28, § 1, van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, zoals vervangen bij artikel 28 van het decreet van het Waalse Gewest van 27 maart 2003, als ongrondwettig, in zoverre het bepaalt dat het bezwaar, op straffe van verval, uiterlijk binnen drie maanden na het versturen van het aanslagbiljet moet worden ingediend (11 mei 2016, nr. 69/2016);
- vernietigt artikel 12, 2°, van het decreet van het Waalse Gewest van 11 april 2014, omdat het de onafhankelijkheid van de Waalse energieregulator zoals gewaarborgd door artikel 35, lid 4, b), ii), van de richtlijn 2009/72/EG schendt;
vernietigt artikel 12, 2°, van het decreet van het Waalse Gewest van 11 april 2014, omdat het de onafhankelijkheid van de Waalse energieregulator schendt zoals gewaarborgd door artikel 35, lid 4, b), ii), van richtlijn 2009/72/EG (25 mei 2016, nr. 71/2016);
Zie L. DE DEYNE , “Het “democratische deficit” van onafhankelijke energieregulatoren en de rol van het parlement” [The “democratic deficit” of independent energy regulators and the role of the parliament], 261 Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, no. 2016-4.
- vernietigt het woord « essentiellement » in de Franse versie van artikel 2 van de wet van 22 mei 2014, omdat dit woord in de Nederlandse tekst geen equivalent heeft en daardoor een interpretatiemoeilijkheid zou kunnen doen ontstaan die strijdig is met het wettigheidsbeginsel in strafzaken;
vernietigt het woord « essentiellement » in de Franse versie van artikel 2 van de wet van 22 mei 2014, omdat dit woord in de Nederlandse tekst geen equivalent heeft en daardoor een interpretatiemoeilijkheid zou kunnen doen ontstaan die strijdig is met het wettigheidsbeginsel in strafzaken (25 mei 2016, nr. 72/2016);
- oordeelt dat onder artikel 7, § 1, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 28 januari 2010 moet worden verstaan dat het besluit van de Regering ter goedkeuring van het programma niet geldt als toestemming om te onteigenen en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering steeds in een specifiek besluit dat de onteigening toestaat, dient vast te stellen dat de onmiddellijke inbezitneming van het onteigende goed onontbeerlijk is ten algemenen nutte;
oordeelt dat artikel 7, § 1, derde lid, van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 28 januari 2010 zo moet worden begrepen dat het besluit van de Regering tot goedkeuring van het programma niet geldt als toestemming om te onteigenen en dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering steeds moet, in een specifiek besluit dat de onteigening toestaat, vaststellen dat de onmiddellijke inbezitneming van het onteigende goed onontbeerlijk is ten algemenen nutte (25 mei 2016, nr. 73/2016);
- beslist dat artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek ongrondwettig is, in zoverre aan het kind ouder dan 22 jaar een termijn wordt opgelegd van één jaar vanaf de ontdekking van het feit dat de persoon die het heeft erkend niet zijn vader is om een vordering tot betwisting van de vaderlijke erkenning in te stellen;
beslist dat artikel 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek ongrondwettig is, in zoverre aan het kind ouder dan 22 jaar een termijn van één jaar vanaf de ontdekking dat de persoon die het heeft erkend niet zijn vader is, wordt opgelegd om een vordering tot betwisting van de vaderlijke erkenning in te stellen (25 mei 2016, nr. 77/2016);
- vernietigt de artikelen 144 tot 151 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 12 december 2014, alsook basisartikel 36 01 90 van Organisatieafdeling 17 van de bijlage bij het decreet van het Waalse Gewest van 11 december 2014, omdat de decreetgever zich op ongrondwettige wijze in de plaats van de gemeenten stelt;
vernietigt de artikelen 144 tot 151 van het programmadecreet van het Waalse Gewest van 12 december 2014, alsook basisartikel 36 01 90 van organisatieafdeling 17 van de bijlage bij het decreet van het Waalse Gewest van 11 december 2014, omdat de decreetgever zich op ongrondwettige wijze in de plaats van de gemeenten stelt (25 mei 2016, nr. 78/2016).
B. Geen schending van de Grondwet
Het Grondwettelijk Hof
- beslist dat artikel 193bis WIB 1992 de Grondwet niet schendt;
beslist dat artikel 193bis WIB 1992 de Grondwet niet schendt (11 mei 2016, nr. 65/2016);
- handhaaft de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie teneinde de daad van discriminatie te bestraffen;
handhaaft de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie teneinde de daad van discriminatie te bestraffen (25 mei 2016, nr. 72/2016);
- oordeelt dat de overgangsbepalingen van de wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels grondwetsconform zijn;
oordeelt dat de overgangsbepalingen van de wet van 14 juli 1976 betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen van echtgenoten en de huwelijksvermogensstelsels grondwetsconform zijn (25 mei 2016, nr. 74/2016);
- beschouwt artikel 577 Gerechtelijk Wetboek in overeenstemming met de Grondwet;
beschouwt artikel 577 Gerechtelijk Wetboek als in overeenstemming met de Grondwet (25 mei 2016, nr. 76/2016);
- oordeelt dat artikel 30bis, § 3, van de Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders de Grondwet niet schendt.
oordeelt dat artikel 30bis, § 3, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders de Grondwet niet schendt (25 mei 2016, nr. 79/2016);
- beslist dat de verschillende behandeling waarbij enkel kinderen die hun fiscale woonplaats hebben bij een van de ouders als ten laste worden beschouwd, geen inbreuk vormt op de Grondwet;
beslist dat de verschillende behandeling waarbij enkel kinderen die hun fiscale woonplaats hebben bij een van de ouders als ten laste worden beschouwd, geen inbreuk op de Grondwet vormt (25 mei 2016, nr. 80/2016).