Jana Huyghe en Pieter Steenhaut (masterstudenten Grondige Studie Grondwettelijk Recht, UGent), Jurgen Goossens (doctoraal onderzoeker, UGent) en Pieter Cannoot (assistent, UGent)

Overzicht zesde staatshervorming: deel 6 van 6

“Na de zesde staatshervorming is Brussel méér dan een volwaardig gewest geworden. Men kan Brussel nu zelfs een ‘supergewest’ of ‘gewestgemeenschap’ noemen.”

 “In toenemende mate staan burgers achter de idee dat Brusselaars samen één groep vormen die Brussel behoren te besturen zonder inmenging van de Vlaamse en Franse Gemeenschap.”

brusselsHet Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft in de zesde staatshervorming heel wat nieuwe bevoegdheden verworven. Hoewel vanuit Vlaamse hoek vaak wordt geopperd om bevoegdheidsoverdrachten en bijkomende financiering voor dit gewest te koppelen aan een grondige interne Brusselse staatshervorming, werd een vereenvoudiging opnieuw niet gerealiseerd. Brussel blijft een onoverzichtelijk kluwen van vele instellingen, waardoor een diepgaande structurele hervorming zich nog steeds opdringt. Op theoretisch vlak zijn verschillende toekomstbeelden denkbaar, maar hoe evolueert Brussel in werkelijkheid?

Supergewest Brussel

"Brussel zal nooit een volwaardig gewest worden”. Deze uitspraak van voormalig Vlaams Minister-President Kris Peeters houdt juridisch geen steek. Sterker nog, na de zesde staatshervorming is Brussel méér dan een volwaardig gewest geworden. Men kan Brussel nu zelfs een ‘supergewest’ of ‘gewestgemeenschap’ noemen.

In de zesde staatshervorming werden een aantal persoonsgebonden bevoegdheden, zoals het jeugdsanctierecht en de gezinsbijslagen, overgeheveld naar de gemeenschappen, maar in Brussel echter naar de (gewestelijke) Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Dit is de eerste keer in de Belgische institutionele geschiedenis dat gemeenschapsbevoegdheden worden toegekend aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze bevoegdheidsoverdracht is opmerkelijk, aangezien traditioneel het tweetalig karakter van Brussel en de afwezigheid van een eigen cultuur steeds argumenten vormden tegen het toekennen van gemeenschapsbevoegdheden aan Brussel.

Deze opvatting die tijdens de vorige staatshervormingen telkens de bovenhand kreeg, maakte plaats voor een meer pragmatische aanpak. Hoewel Brussel een heet hangijzer bleef, ging de aandacht nu toch vooral uit naar het verdedigen van de belangen van de Brusselaars, eerder dan naar traditionele communautaire tegenstellingen. Daarnaast werd de overdracht van de gezinsbijslagen en het jeugdsanctierecht aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie beschouwd als een juridische noodzaak. Het bestaan van verschillende gezinsbijslag- en jeugdsanctieregelingen van de Franse en Vlaamse Gemeenschap in Brussel zou mogelijks immers leiden tot de creatie van subnationaliteiten en een verschillende behandeling die onverenigbaar zou kunnen worden bevonden met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel.

Vereenvoudiging?

Gedurende de onderhandelingen van de zesde staatshervorming werd een vereenvoudiging van de Brusselse instellingen naar voor geschoven, maar het resultaat valt tegen. Het amalgaam van instellingen is zo goed als overeind gebleven. Brussels minister Pascal Smet verwoordt het als volgt: "Er blijven de 19 gemeenten, 19 OCMW's, ingewikkelde procedures, enz… Er zijn nog heel veel synergieën mogelijk. Kijk naar een wereldstad als New York. Die wordt bestuurd door 52 mensen. En wordt die slecht bestuurd? In Brussel tellen we nog steeds meer dan 900 politici”.

De ingewikkelde structuur die Brussel kenmerkt, valt eenvoudig te verklaren. Brussel is al te vaak het toneel geweest van communautaire problemen en daardoor het voorwerp van compromis. De complexe structuur van vandaag is dan ook historisch gegroeid, niet in het minst door de verschillende belangen en invloeden van het federale niveau, de Vlaamse en Franse Gemeenschap, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Europese Unie. Een hervorming van de Brusselse instellingen met een vereenvoudiging van de bestaande structuur dringt zich dan ook op. Brussel kampt immers als tweetalige en multiculturele samenleving met vele sociaaleconomische uitdagingen. De vraag rijst echter of het mogelijk is deze uitdagingen aan te pakken zonder een stabiele oplossing voor het communautaire getouwtrek. Moeten de gemeenschappen Brussel ‘loslaten’, zodat een vereenvoudiging en eigen beleid mogelijk wordt?

Daarnaast kan niet worden voorbijgegaan aan de bijzondere positie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Belgische federalisme als de hoofdstad van het land. Deze positie leidt immers tot specifieke uitdagingen. Bovendien heeft 28% van de totale bevolking in Brussel een andere nationaliteit dan de Belgische, wat uitdagingen met zich meebrengt op het vlak van multiculturalisme. Brussel is eveneens de facto de hoofdstad van de Europese Unie en heeft een sterk internationaal karakter. Het spreekt dus vanzelf dat Brussel een op maat gemaakt beleid nodig heeft.

Verfransing van Brussel

Door de sterke verfransing vanaf het einde van de 18e eeuw is er geenszins sprake van een volwaardige tweetaligheid in Brussel. Juridisch bestaat ze nog, maar het Frans neemt stilaan de bovenhand. Het Vlinderakkoord bepaalde dan ook in het kader van de hervorming van het gerechtelijk arrondissement Brussel dat de Procureur des Konings van het Brusselse parket steeds Franstalig moet zijn. Het Grondwettelijk Hof heeft de betrokken wetsbepaling echter recentelijk vernietigd. In de praktijk is de verfransing duidelijk zeer groot, zoals treffend wordt geïllustreerd door het eindrapport van Taskforce Brussel in 2012. Het aantal Brusselaars dat het Frans goed tot uitstekend spreekt, blijft stabiel op 95,5%. Daarentegen is de groep Brusselaars die het Nederlands beheerst, beperkt tot 28,2%. Slechts 17,2% van de Franstaligen spreekt zijn Nederlandstalige vrienden in het Nederlands aan. Schrijver Luckas Vander Taelen schreef de volgende opmerkelijke anekdote in een boek over zijn leven in Brussel: ‘Nederlands werd er nauwelijks gesproken. Frans was de enige taal die ik hoorde in de supermarkt. Het was ook de taal die ik sprak met mijn buurman, waarvan ik pas na jaren ontdekte dat hij net zo Vlaams was als ik’.

De kloof tussen de juridische taalgelijkheid en de feitelijke dominantie van het Frans is immens groot. De vrees van bepaalde Vlamingen dat de Vlaamse Gemeenschap en het Nederlands in Brussel in de toekomst het onderspit zullen delven, is dus gegrond. De redenen waarom Brussel vandaag nog tweetalig is, zijn historisch en politiek te verklaren: Brussel is eeuwenlang een Nederlandstalige stad geweest en is vandaag nog steeds de hoofdstad van de Vlaamse Gemeenschap.

De vraag rijst of de Brusselse Vlamingen van hun kant de band met de Vlaamse Gemeenschap nog wenselijk en noodzakelijk achten. In toenemende mate blijken burgers in Brussel zich immers achter de idee te scharen dat Brusselaars samen één groep vormen die Brussel behoren te besturen zonder inmenging van de Franse en Vlaamse Gemeenschap. Het doorknippen van de band tussen Brussel en de gemeenschappen lijkt dus langzaam in de geesten te rijpen.

Brussel als een autonome deelstaat

Om deze toenemende wens tot zelfbestuur van de Brusselaars te kunnen verwezenlijken, wordt in academische kringen gepleit voor een nieuwe staatsstructuur. Daarbij zou Brussel, naast Vlaanderen, Wallonië en eventueel het Duitstalige gebied, een zelfstandige deelstaat worden met gelijke, autonome bevoegdheden. Politicus en hoogleraar grondwettelijk recht Johan Vande Lanotte onder andere verdedigt deze visie. Volgens hem evolueert België best naar een Unie met vier deelstaten. Het voordeel van deze staatsstructuur is dat de deelstaten waar nodig een verschillend beleid kunnen voeren en zo hun specifieke problemen op gepaste wijze kunnen aanpakken. Voor Brussel zijn dit voornamelijk typisch hoofdstedelijke problemen, zoals het migrantenbeleid, vervoersbeleid en een voorziening van werkgelegenheid voor laaggeschoolden. Thema’s die een gezamenlijke aanpak met andere deelstaten vereisen, kunnen via samenwerkingsakkoorden worden geregeld. De vraagt rijst of artikel 1 van de Grondwet, volgens dewelke België een federale staat is samengesteld uit gemeenschappen en gewesten, ruim kan worden geïnterpreteerd of zou moeten worden gewijzigd.

Soms wordt als kritiek op deze deelstatenvisie geuit dat Brussel niet zonder de financiering van de andere deelstaten zou kunnen functioneren. Niets is echter minder waar. Brussel beschikt immers over heel veel vennootschappen. Een defederalisering van de fiscaliteit en vooral dan van de vennootschapsbelasting zou  de financiële problemen van Brussel meteen oplossen. Bovendien is ook de nabijheid van Brussels Airport een grote motor voor de plaatselijke economie en werkgelegenheid.

Volgens N-VA-fractieleider in de Kamer en grondwetsspecialist Hendrik Vuye is het kernwoord voor de verdere evolutie van Brussel dan weer ‘asymmetrie’. De Franstalige en Vlaamse visies op Brussel hoeven absoluut niet dezelfde te zijn. Integendeel, het is pas wanneer beide gemeenschappen hun verschillende visie op Brussel op grondwettelijke wijze kunnen realiseren dat Brussel volgens hem verder kan openbloeien. De Vlamingen kunnen zo hun institutionele banden met Brussel behouden en de Franstalige Brusselaars kunnen de Franse Gemeenschapscommisisie (COCOF) verder laten uitgroeien tot een ware gemeenschap.

Toekomst

Hoe het in de toekomst verder zal evolueren met Brussel, is nog koffiedik kijken. Voor vele voorstellen valt iets te zeggen, maar ieder voordeel brengt natuurlijk ook nadelen met zich mee. Het is wel zeker dat een nieuwe institutionele hervorming broodnodig is. De oorspronkelijke intenties bij de zesde staatshervorming waren goed, maar de uitvoering kon beter en vooral veel eenvoudiger. Brussel zal dus ook in de toekomst het grondwettelijk laboratorium van België blijven.

Beknopte literatuurlijst

  1. H. Dumont en S. Van Drooghenbroeck, “L’interdiction des sous-nationalités à Bruxelles”, ATP 2011, 201-226.
  2. W. Pas, “Algemene beschouwingen over de bevoegdheidsverdeling in het kader van de Zesde Staatshervorming” in A. Alen, B. Dalle, K. Muylle, W. Pas, J. Van Nieuwenhove en W. Verrijdt (eds.), Het federale België na de Zesde Staatshervorming, Brugge, Die Keure, 2014, 343-371.
  3. Q. Peiffer, “La sixième réforme de l’état sous l’angle des compétences culturelles et du tourisme à Bruxelles”, ATP 2014, 14-33.
  4. J. Vande Lanotte, “Vlugschrift: De Belgische Unie bestaat uit vier deelstaten”, 2011, 1-24, beschikbaar online.
  5. J. Velaers, “Brussel in de zesde staatshervorming” in J. Velaers, J. Vanpraet, Y. Peeters & W. Vandenbruwaene (eds.), De zesde staatshervorming: instellingen, bevoegdheden en middelen, Antwerpen, Intersentia, 2014, 965-1025.
  6. H. Vuye, “Brussel: enkele modellen en hun(on)mogelijke gevolgen”, CDPK 2012, 244-262.

Bron afbeelding

Print Friendly, PDF & Email
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *