BelConLawBlog publishes a selected reading list of (I) new scholarship on Belgian constitutional law in journals and books, (II) decisions of the Belgian Constitutional Court, (III) upcoming conferences, and (IV) calls for papers. In order to submit relevant developments for our monthly overview, please contact us.

This overview was composed by Marie DeCock (student assistant, UGent).

 

I. Scholarship

A. Journals

  • De Juristenkrant, no. 347 (5 April 2017)

R. VASSEUR, “Adoptie mogelijk ondanks absoluut huwelijksbeletsel tussen adoptant en ouder”, 4.

E. DE BOCK, “Termijn voor huwelijksvoltrekking wordt ambtshalve verlengd bij uitstel”, 5.

W. DE COCK, “Raad voor Vreemdelingenbetwistingen is niet verplicht prejudiciële vraag te stellen”, 6.

 

  • De Juristenkrant, no. 348 (26 April 2017)

P. CANNOOT, “EHRM verbiedt sterilisatie als voorwaarde voor juridische geslachtsverandering”, 1.

 

  • De Juristenkrant, no. 349 (10 May 2017)

P. GILLAERTS, “Grondwettelijk Hof geeft duidelijk signaal over recuperatie uitkering door mutualiteit bij verlies van kans”, 2.

 

  • Rechtskundig Weekblad, 2016-17, no. 34

D. CUYPERS, “Er zit meer onder een hoofddoek(arrest) dan men vermoedt”, 1322.

 

  • Rechtskundig Weekblad, 2016-17, no. 36

W. VAN NIEUWENHOVE, “Personen met een beperking en het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap”, 1403-1411.

 

  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2017, no. 3

D. BIJNENS, S. POTARGENT en J. THEUNIS, “De toetsing aan grondrechten door het Grondwettelijk Hof. Overzicht van rechtspraak 2015”, 114-165.

H. BORTELS, “De handhavingsbevoegdheid van het Grondwettelijk Hof in het prejudicieel contentieux dan toch door de bijzondere wetgever erkend”, 166-171.

 

  • Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 2017, no. 4

S. VERBEYST, “De bevoegdheidsgrenzen en de rechtsgevolgen van de publiekrechtelijke inkleuring van privaatrechtelijke rechtspersonen”, 233-242.

 

  • Tijdschrift voor Gemeenterecht, 2017, no. 1

J. CRAEGHS, “Het Decreet Lokaal Bestuur in de steigers”, 3-5.

 

B. Books

  • M. AFROUKH, L. CALLEJON-SERENI, K. GRABARCZYK, N. LE BONNIEC, B. PASTRE-BELDA, Question prioritaire de constitutionnalité et droit européen des droits de l'homme, Limal, Anthemis, 2017, 216 p.
     
  • R. ALBERT, X. CONTIADES, A. FOTIADOU, The Foundations and Traditions of Constitutional Amendment, Oxford, Hart Publishing, 2017, 416 p.
     

II. Decisions of the Belgian Constitutional Court

A. Violation of the Constitution / interpretation in accordance with the Constitution  

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat artikel 9, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, in die zin geïnterpreteerd dat de inspecteur godsdienst die het vertrouwen heeft verloren van het hoofd van de eredienst waartoe hij behoort, moet worden ontzet uit het ambt waarvan hij titularis is, zonder dat zijn werkgever, de Franse Gemeenschap, en vervolgens de Raad van State, controle kunnen uitoefenen op de redenen die tot dat verlies van vertrouwen hebben geleid, ongrondwettig is;

     

    stelt dat artikel 9, vierde lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, in die zin geïnterpreteerd dat in zodanig geval de Franse Gemeenschap, en vervolgens de Raad van State, de in B.20 en B.21 aangegeven controle kunnen uitoefenen, grondwetsconform is;

    considers Article 9, paragraph 4, of the Act of 29 May 1959 amending certain provisions of the education law, interpreted in the sense that the Inspector Religion who has lost the confidence of the head of the religion to which he belongs, should be removed from office, without his employer, the French Community, and then the Council of State, being able to could review the reasons that led to that loss of confidence, is unconstitutional;

    holds that Article 9, paragraph 4, of the Act of 29 May 1959 amending certain provisions of the education law, interpreted in the sense that in such case the French Community, and then the Council of State, can exercise the review stated in B.20 and B.21, is in accordance with the Constitution (27 April 2017, no. 45/2017);
     

  • beschouwt artikel 37, eerste lid, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, in die zin geïnterpreteerd dat de schuldvordering van de btw-administratie die beantwoordt aan prestaties uitgevoerd ten aanzien van de schuldenaar in de periode van gerechtelijke reorganisatie, geen boedelschuld kan uitmaken, als grondwetsconform;

     

    dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat de schuld inzake bedrijfsvoorheffing een boedelschuld kan uitmaken, is ongrondwettig;

    dezelfde bepaling, in die zin geïnterpreteerd dat de schuld inzake bedrijfsvoorheffing geen boedelschuld kan uitmaken, is grondwetsconform;

    considers Article 37, paragraph 1, of the Act of 31 January 2009 on the continuity of enterprises, interpreted in the sense that the claim of the VAT administration based on services provided to the debtor in the period of judicial reorganization, cannot be an estate debt, in accordance with the Constitution;

    the same provision, interpreted in the sense that the debt concerning payroll tax can be an estate debt, unconstitutional;

    the same provision, interpreted in the sense that the debt concerning payroll tax cannot be an estate debt, in accordance with the Constitution (27 April 2017, no. 47/2017);
     

  • vernietigt de woorden “en specifieke” in artikel 1412quinquies, § 2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoerd bij artikel 2 van de wet van 23 augustus 2015 “tot invoeging van een artikel 1412quinquies in het Gerechtelijk Wetboek, houdende het beslag op eigendommen van een buitenlandse mogendheid of van een publiekrechtelijke supranationale of internationale organisatie”, doch enkel in zoverre het wordt toegepast op het beslag met betrekking tot andere eigendommen dan de eigendommen, met inbegrip van banktegoeden, die worden gebruikt bij de uitoefening van de taken van diplomatieke vertegenwoordigingen van de buitenlandse mogendheid of haar consulaire posten, haar speciale zendingen, haar vertegenwoordigingen bij internationale organisaties of delegaties bij organen van internationale organisaties of bij internationale conferenties;

     

    annuls the words "and specific" in Article 1412quinquies, § 2, 1°, of the Judicial Code, introduced by Article 2 of the Act of 23 Augustus 2015 “regarding the insertion of an article 1412quinquies in the Judicial Code, regarding the seizure of property of a foreign power or of a supranational or international organization”, but only to the extent that it is applied to the seizure regarding other properties than the properties, including bank balances, which are used for the tasks of diplomatic representatives of the foreign power or its consular posts, its special missions, its representations at international organizations or delegations at institutions of international organizations or at international conferences (27 April 2017, no. 48/2017);
     

  • oordeelt dat artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 grondwetsconform is indien het zo wordt geïnterpreteerd dat het de bevrijding van de schuld van de echtgenoot of van de wettelijk samenwonende van de verschoonbaar verklaarde gefailleerde die overeenstemt met het gedeelte van de belasting met betrekking tot zijn belastbare inkomsten, niet toelaat;

     

    considers that Article 82, second paragraph, of the Bankruptcy Act of 8 August 1997 is in accordance with the Constitution in the interpretation that it does not allow the relief of the debt of the spouse or the legal cohabitant of the failed person that has been declared excusable, that corresponds with the part of the tax concerning his taxable income (27 April 2017, no. 49/2017);
     

  • beschouwt artikel 335, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat artikel luidde vóór de vervanging ervan bij artikel 2 van de wet van 8 mei 2014 “tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde”, in zoverre het het meerderjarige kind dat met succes terzelfder tijd een vordering heeft ingesteld tot betwisting van het vaderschap en tot onderzoek naar het vaderschap niet toelaat de naam van zijn biologische vader te dragen, als ongrondwettig;

     

    considers Article 335, § 3, of the Civil Code, in the way that the Article existed before its replacement by Article 2 of the Act of 8 May 2014 “amending the Civil Code with a view on the introduction of the equality between men and women regarding the transfer of the name to the child and to the adopted”, to the extent that it does not allow the adult child who, at the same time, successfully lodged a claim to contest the paternity and to investigate the fatherhood to carry the name of his biological father, as unconstitutional (27 April 2017, no. 50/2017);
     

  • oordeelt dat artikel 20, tweede lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering grondwetsconform is, in zoverre het een verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening in verdenking zijn gesteld door een onderzoeksrechter en, anderzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening het voorwerp hebben uitgemaakt van een nominatieve vordering tot gerechtelijk onderzoek of van een nominatieve klacht met burgerlijkepartijstelling;

     

    oordeelt dat artikel 20, tweede lid, van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering ongrondwettig is, in zoverre het een verschil in behandeling instelt tussen, enerzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening in verdenking zijn gesteld door een onderzoeksrechter en, anderzijds, de rechtspersonen die vóór hun invereffeningstelling, hun gerechtelijke ontbinding of hun ontbinding zonder vereffening door de raadkamer zijn verwezen naar de correctionele rechtbank of rechtstreeks voor de strafrechter ten gronde zijn gedagvaard;

    considers that Article 20, paragraph 2, of the Preliminary Title to the Code of Criminal Procedure is in accordance with the Constitution, in so far as it creates a difference in treatment between, on the one hand, the legal entities that before their liquidation, their judicial dissolution or their dissolution without liquidation, are indicted by an investigating judge and, on the other hand, the legal entities that before their liquidation, their judicial dissolution or their dissolution without liquidation have been part of a nominative claim for judicial investigation or of a nominative civil complaint with;

    holds that Article 20, paragraph 2, of the Preliminary Title to the Code of Criminal Procedure is unconstitutional, to the extent that it creates a difference in treatment between, on the one hand, the legal entities that before their liquidation, their judicial dissolution or their dissolution without liquidation are indicted by an investigating judge and, on the other hand, the legal entities that before their liquidation, their judicial dissolution or their dissolution without liquidation are referred to the Correctional Court by the Council Chamber or are prosecuted directly before the Criminal Court (11 May 2017, no. 54/2017);
     

  • vernietigt de artikelen 39 en 40 van het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015;

     

    annuls the Articles 39 and 40 of the Flemish Decree of 3 July 2015 regarding provisions guiding the amendment of the budget 2015 (18 May 2017, no. 58/2017);
     

  • vernietigt het Vlaamse decreet van 3 juli 2015 “tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds”;

     

    handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen tot de aanneming, door de decreetgever, van een nieuw decreet en uiterlijk tot het einde van het begrotingsjaar 2018;

    annuls the Flemish Decree of 3 July 2015 “amending various decrees concerning the subsidisation to the local governments and amending the Decree of 5 July 2002 regarding the rules for the allocation and distribution of the Flemish Municipalities Fund”;

    maintains the effects of the annulled provisions until the adoption, by the legislator, of a new decree and at the latest until the end of the fiscal year 2018 (18 May 2017, no. 59/2017);

     

  • oordeelt dat artikel 81, § 1, van het decreet van het Waalse Gewest van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, zoals het van toepassing was vóór de wijziging ervan bij het decreet van 23 juni 2016, ongrondwettig is, in zoverre het de gemengde projecten met betrekking tot onroerende goederen opgenomen in een Natura 2000-gebied dat is voor- of vastgesteld met toepassing van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, uitsluit van het toepassingsgebied van de regeling van de unieke vergunning;

     

    holds that Article 81, § 1, of the Decree of the Walloon Region of 11 March 1999 on the environmental permit, as it applied before the amendment by the Decree of 23 June 2016, is unconstitutional, in so far as the mixed projects relating to immovable assets included in a Natura 2000 area which is proposed or established applying the Act of 12 July 1973 on nature conservation, are excluded from the scope of the unique permit (18 May 2017, no. 60/2017);
     

  • vernietigt artikel 57sexies van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ingevoegd bij artikel 20 van de programmawet van 28 juni 2013, dat inhoud dat de maatschappelijke dienstverlening door het centrum niet verschuldigd is aan de vreemdeling die gemachtigd werd tot een verblijf op basis van artikel 9bis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, omwille van een arbeidskaart B of een beroepskaart;

     

    annuls Article 57sexies of the Organic Act of 8 July 1976 on the public centers for social welfare, inserted by Article 20 of the Programme Act of 28 June 2013, stating that the social services provided by the Centre are not owed to the foreigner who was authorized to a stay on the basis of Article 9bis of the Act of 15 December 1980 on access to the territory, the residence, the establishment and the expulsion of foreigners, because of a type-B work permit or a professional card (18 May 2017, no. 61/2017);
     

  • schorst artikel 114/1, eerste lid, 3° en 4°, van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, zoals ingevoegd bij artikel 12 van de wet van 3 augustus 2016 houdende diverse bepalingen inzake spoorwegen, dat inhoudt dat enkel de representatieve of erkende syndicale organisaties deelnemen aan bepaalde procedures en verkiezingen;

     

    suspends Article 114/1, paragraph 1, 3° and 4°, of the Act of 23 July 1926 on the NMBS and the staff of the Belgian Railways, as inserted by Article 12 of the Act of 3 August 2016 regarding various provisions relating to railways, that states that only the representative or authorized trade union organizations participate in certain procedures and elections (18 May 2017, no. 64/2017).

B. No violation of the Constitution

The Belgian Constitutional Court:

  • oordeelt dat de artikelen 1, 2, 1°, f), en 4 van het decreet van het Waalse Gewest van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de automaten in het Waalse Gewest grondwetsconform zijn;

     

    holds that Articles 1, 2, 1°, f), and 4 of the Decree of the Walloon Region of 19 November 1998 establishing a tax on the vending machines in the Walloon Region are in accordance with the Constitution (27 April 2017, no. 46/2017);
     

  • stelt dat artikel 38, § 6, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, ingevoegd bij artikel 9 van de wet van 9 maart 2014, in verband met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, grondwetsconform is;

     

    states that Article 38, § 6, of the Act on the police regarding road traffic, coordinated on 16 March 1968, inserted by Article 9 of the Act of 9 March 2014, related to the loss of the right to drive a motor vehicle, is in accordance with the Constitution (27 April 2017, no. 51/2017);
     

  • beschouwt artikel 152 van het Wetboek van strafvordering, dat de regeling van conclusietermijnen betreft, als grondwetsconform;

     

    considers Article 152 of the Code of Criminal Procedure, regarding the establishment of conclusion terms, in accordance with the Constitution (11 May 2017, no. 52/2017);

  • stelt dat de artikelen 246, § 2, en 504bis, § 2 van het Strafwetboek, die respectievelijk de definitie van actieve omkoping en actieve private omkoping bevatten, grondwetsconform zijn;

     

    holds that the Articles 246, § 2 and 504bis, § 2 of the Criminal Code, which are respectively the definition of active bribery and active private bribery, are in accordance with the Constitution (11 May 2017, no. 54/2017);
     

  • beschouwt artikel 3.2.5, § 1, tweede lid, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, dat inhoudt dat de gemeenteraden gemachtigd zijn tot het heffen van een jaarlijkse belasting, geheven op onbebouwde bouwgronden in woongebied of onbebouwde kavels, als grondwetsconform;

     

    considers Article 3.2.5, § 1, paragraph 2, of the Decree of the Flemish Region of 27 March 2009 on the land and property policy, which states that the Municipal Councils are empowered to levy an annual tax, levied on undeveloped land in residential area or vacant lots, in accordance with the Constitution (11 May 2017, no. 55/2017);
     

  • oordeelt dat artikel 29, § 2, van de wet van 27 juli 1971 “op de financiering en de controle van de universitaire instellingen” en artikel 107, tweede lid, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 2004 “betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten”, in samenhang gelezen, grondwetsconform is;

     

    considers that Article 29, § 2, of the Act of 27 July 1971 "on the financing and the control of the University institutions" and Article 107, paragraph 2, of the Decree of the French Community of 31 March 2004 “on the organisation of higher education to promote the integration into the European area of higher education and on the refinancing of the universities" , read in conjunction, are in accordance with the Constitution (18 May 2017, no. 57/2017);
     

  • stelt dat artikel 94, tweede lid, van het Vlaamse Gemeentedecreet van 15 juli 2005, inzake het dwangbevel en de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen, grondwetsconform is;

     

    holds that Article 94, paragraph 2, of the Flemish Municipality Decree of 15 July 2005, on the injunction and the collection of undisputed and claimable non-fiscal debts, are in accordace with the Constitution (18 May 2017, no. 62/2017).

Print Friendly
Share on Social Media

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *